Langdurige gevangenisstraffen doodslagen

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksGerechtshof Amsterdam > Nieuws > Langdurige gevangenisstraffen doodslagen
Amsterdam, 21 maart 2016

Vandaag is uitspraak gedaan in zaken van 3 verdachten in het onderzoek 11Drome, in de media bekend geworden als de ‘Purmerlandmoorden’. De verdachte J.P. is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 jaar. De verdachte A.v.L. is veroordeeld tot 9 jaar gevangenisstraf. De verdachte M.W. is vrijgesproken van betrokkenheid bij doodslag.

Het hof acht bewezen dat P. zich schuldig heeft gemaakt aan medeplegen van doodslag op 3 personen. De verdachte V.L. is medeplichtig geweest aan de doodslag op 2 mensen. V.L. en W. zijn daarnaast veroordeeld voor handel en bezit van hennep. W. heeft voor dit feit 4 maanden gevangenisstraf gekregen.

De rechtbank Noord-Holland veroordeelde de verdachten eerder tot de volgende gevangenisstraffen: P. 20 jaar (voor medeplegen van 1 doodslag en 2 moorden), V.L. 12 jaar (voor medeplegen van 2 moorden) en W. 10 jaar (voor medeplegen doodslag). Deze veroordelingen van V.L. en W. betroffen eveneens hennepteelt en handel. De verdachten en het Openbaar Ministerie(OM) zijn in hoger beroep gegaan bij het gerechtshof Amsterdam.

Een vierde verdachte, R.D., was op 11 mei 2012 aangehouden in verband met de verdenking van zijn betrokkenheid bij deze feiten. Hij heeft zichzelf van het leven beroofd en heeft nooit terecht gestaan.

Drie doden op één dag

De zaak heeft betrekking op 3 slachtoffers: M. Benbouker, A. Kools en M. Bouhuijs, die op 20 december 2011 zijn doodgeschoten. Benbouker is doodgeschoten op de Kanaaldijk te Landsmeer, daarna zijn Kools en Bouhuijs om het leven gebracht op een parkeerplaats nabij Purmerland.

Doodschieten Benbouker op de Kanaaldijk

Benbouker is als eerste doodgeschoten op de Kanaaldijk in Landsmeer. Zijn lichaam is een maand later aangetroffen in het Noordhollandsch kanaal. Het hof heeft niet kunnen vaststellen wie de schutter is geweest. P. heeft verklaard dat R.D. heeft geschoten. R.D. heeft aan familieleden en vrienden verteld dat P. had geschoten. Het hof vindt voor deze verklaringen te weinig steun in ander bewijs. Het hof heeft wel het volgende vastgesteld. P. en R.D. hebben eerst de auto met daarin V.L. en Benbouker klemgereden, zij zijn beiden gewapend op Benbouker af gegaan, waarna Benbouker door het hoofd is geschoten en in het kanaal gebracht. Dat er een plan was om Benbouker te doden, is niet komen vast te staan. Gezien het gezamenlijke handelen van P. en R.D. komt het hof tot de conclusie dat P. zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van doodslag op Benbouker.
Anders dan het OM vindt het hof niet bewezen dat W. op enigerlei wijze betrokken is geweest bij de gewelddadigheden tegen Benbouker en spreekt hem hiervan vrij.

Doodschieten van Kools en Bouhuijs op het Burgtpad

Nadat Benbouker was doodgeschoten, heeft V.L. tegen R.D. en P. gezegd dat er verderop nog twee stonden. Hij doelde op Kools en Bouhuijs, die verderop stonden te wachten op een parkeerplaats aan het Burgtpad te Purmerland. V.L. heeft R.D. en P. daarheen geleid. Kools en Bouhuijs zijn op die parkeerplaats doodgeschoten.

Het hof heeft vastgesteld dat P. en R.D. beiden geschoten hebben. Wie de dodelijke schoten heeft gelost, staat niet vast. Gezien het gezamenlijke handelen vindt het hof ook hier bewezen dat R.D. en P. zich als medeplegers schuldig hebben gemaakt aan de doodslag op Kools en Bouhuijs. Anders dan het OM acht het hof niet bewezen dat P. met ‘voorbedachte raad’ heeft gehandeld en heeft hem dan ook vrijgesproken van moord.

Het hof vindt dat V.L. medeplichtig is aan de doodslag op Kools en Bouhuijs door de daders de weg te wijzen naar de twee latere slachtoffers op de parkeerplaats, terwijl V.L. wist dat Benbouker kort daarvoor om het leven was gebracht.

Lagere straffen dan geëist

In een kort tijdsbestek zijn drie mensen van het leven beroofd. Onherstelbaar leed en verdriet zijn toegebracht aan de nabestaanden. Gelet op de aard van de feiten is slechts een langdurige gevangenisstraf op zijn plaats.
Het hof heeft lagere straffen opgelegd dan het OM had geëist, omdat ten aanzien van Kools en Bouhuijs niet medeplegen van moord bewezen is geacht, maar medeplegen van doodslag. Anders dan het OM vindt het hof dat V.L. medeplichtig is aan de doodslag op Kools en Bouhuijs en niet als medepleger kan worden beschouwd.

Uitspraken

Meest gelezen berichten