Amir kan (nog) niet naar huis

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksGerechtshof Arnhem-Leeuwarden > Nieuws > Amir kan (nog) niet naar huis
Leeuwarden, 11 oktober 2017

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft vandaag uitspraak gedaan in de zaak van de 10-jarige jongen Amir. Het hof acht het in het belang van Amir noodzakelijk om de maatregel van uithuisplaatsing te laten voortduren.

Kwetsbare situatie Amir

Amir is lichamelijk en geestelijk gehandicapt. Hij heeft een zeldzame stofwisselingsziekte. Deze ziekte gaat gepaard met meervoudige handicaps waaronder epilepsie en voedingsproblemen. Hij is volledig van derden afhankelijk, kan zichzelf niet voortbewegen en is aangewezen op onder meer sondevoeding en medicatie. De kwetsbare situatie van Amir behoeft bovengemiddelde zorg en aandacht van zijn primaire opvoeders. In het geval van Amir is daarbij van levensbelang dat sprake is van een goede samenwerking tussen zijn ouders en zijn zorgverleners, alsook dat de voor hem noodzakelijke hulpverlening (al dan niet in de thuissituatie) kan worden ingezet en aan hem de zorg kan worden verleend die voor hem noodzakelijk is.

Gezondheid en welbevinden van Amir staan voorop

Buiten kijf is dat de ouders veel van Amir houden en het beste voor hem willen. De communicatie en samenwerking tussen de ouders en de zorgprofessionals verloopt echter al geruime tijd uiterst moeizaam. De slechte beheersing door de ouders van de Nederlandse taal en hun beperkte kennis van hoe dingen in de (zorg)maatschappij in Nederland gaan spelen hierbij ook een rol.
Deze omstandigheden verhinderen dat Amir de juiste (medische) zorg krijgt.

Huidige constructieve samenwerking nog te pril en kwetsbaar

De samenwerking tussen de ouders en de zorgprofessionals lijkt zich enigszins te verbeteren. Er wordt nu gekeken of het mogelijk is dat Amir bij ontslag uit het ziekenhuis naar de ouders in hun zelfstandige en voor Amir aangepaste woning gaat. Aan deze thuisverpleging van Amir is echter nog een veelheid aan voorwaarden verbonden. Om te zorgen dat Amir op een verantwoorde manier naar huis kan terugkeren moet onder meer een fors aantal plaatsgebonden zorgverleners worden ingeschakeld.

Uithuisplaatsing laten voortduren

Gezien de tot op heden gecompliceerde samenwerkingservaringen met de ouders acht het hof het thans in de samenwerking met de hulpverlening ontstane evenwicht nog te broos en kwetsbaar om er op te kunnen vertrouwen dat enkel de maatregel van (voorlopige) ondertoezichtstelling afdoende is om de veiligheid van Amir in voldoende mate te waarborgen.
Het is daarom in het belang van de verzorging en de opvoeding van Amir noodzakelijk de maatregel van uithuisplaatsing te laten voortduren.

Uitspraken

Meest gelezen berichten