Hof bevestigt gevangenisstraf van 6 jaar in Utrechtse zedenzaak

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksGerechtshof Arnhem-Leeuwarden > Nieuws > Hof bevestigt gevangenisstraf van 6 jaar in Utrechtse zedenzaak
Arnhem, 11 augustus 2015

Op 14 juni 2013, 14 november 2013 en 19 juni 2014 heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan twee verkrachtingen en een aanranding. Deze feiten vonden steeds ’s nachts plaats in de binnenstad van Utrecht. Slachtoffers van deze delicten waren telkens jonge studentes die uit waren geweest. Bij de drie incidenten werd door verdachte steeds sperma achtergelaten. Uit DNA-onderzoek bleek dat dit sperma afkomstig was van één persoon. Het DNA-profiel van deze persoon was echter niet opgenomen in de DNA-databank. Via een DNA-verwantschapsonderzoek en het signalement dat de slachtoffers van de dader hadden gegeven kwam men uiteindelijk uit bij de verdachte.

​Bij de rechtbank

De rechtbank Midden-Nederland heeft bij vonnis van 24 februari 2015 geoordeeld dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan verkrachting (feiten 1 en 2) en aan feitelijke aanranding van de eerbaarheid (feit 3). Verdachte is door de rechtbank veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 jaar met aftrek van de tijd doorgebracht in voorarrest. Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen dit vonnis.

​De eis in hoger beroep

De advocaat-generaal heeft in hoger beroep een gevangenisstraf van 8 jaar geëist met aftrek van de tijd doorgebracht in voorarrest wegens tweemaal verkrachting en feitelijke aanranding van de eerbaarheid.

​Geen nader onderzoek

De discussie in hoger beroep heeft zich toegespitst op het verzoek van de advocaat om alsnog gedragsdeskundigen te benoemen om nader onderzoek te verrichten naar de mate van (on)toerekeningsvatbaarheid van de verdachte.  

Het hof heeft dit verzoek afgewezen, omdat de noodzaak om gedragsdeskundigen alsnog nader onderzoek te laten verrichten, ontbreekt. Meer in het bijzonder overweegt het hof dat verdachte geen openheid van zaken heeft gegeven en hij daardoor op geen enkele wijze steun biedt aan dit verzoek. Verdachte heeft verklaard dat hij zich door het roken van verkeerde wiet niets kan herinneren van de hem tenlastegelegde zedenzaken. Het hof acht deze verklaring niet geloofwaardig. Dit oordeel van het hof vindt steun in hetgeen de psychiater daaromtrent heeft gerapporteerd. Deze acht het vanuit zijn expertise niet waarschijnlijk dat verdachte zich helemaal niets meer van de zedenfeiten kan herinneren. Daar komt bij, aldus de psychiater, dat het niet kunnen herinneren niet valt te rijmen met het feit dat verdachte ten tijde van het plegen van de feiten bij herhaling wel in staat is geweest om doelgerichte en complexe handelingen uit te voeren. 

​Strafbaar

Uit de zich in het dossier bevindende rapporten van de gedragsdeskundigen is gebleken dat er bij verdachte geen aanwijzingen zijn voor een ziekelijke stoornis en/of gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. De gedragsdeskundigen geven wel aan dat er sprake is van cannabisafhankelijkheid. Nu verdachte zich ook ter terechtzitting van het hof heeft verklaard zich de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten niet te kunnen herinneren, is het onduidelijk of, en in hoeverre, de afhankelijkheid van cannabis de gedragskeuzes en gedragingen van verdachte heeft beïnvloed. Een advies omtrent de toerekenbaarheid hebben de beide gedragsdeskundigen daarom niet kunnen geven. Nu uit het onderzoek ter terechtzitting ook geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten, is het hof van oordeel dat verdachte strafbaar is.
 
Gelet op de ter zitting van het hof besproken bewijsmiddelen (die gelijk zijn aan de bewijsmiddelen bij de rechtbank) acht het hof bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de hem tenlastegelegde verkrachtingen en aanrandingen en heeft het hof het vonnis van de rechtbank bevestigd.

Uitspraken

Meest gelezen berichten