Ook in hoger beroep veroordelingen voor krakers Nijmegen

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksGerechtshof Arnhem-Leeuwarden > Nieuws > Ook in hoger beroep veroordelingen voor krakers Nijmegen
Arnhem, 01 september 2014

Op 18 augustus 2014 hebben bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op de locatie Arnhem in hoger beroep negen krakers van het Nijmeegse Hilckmann-gebouw terechtgestaan.

Zij werden verdacht van het kraken van het gebouw aan de Zeigelhof 26 te Nijmegen in de periode van juli 2012 tot en met 11 september 2012.
Sommigen van hen werden daarnaast ook nog vervolgd voor het niet voldoen aan de identificatieplicht. Twee verdachten werd tenslotte ook nog belediging van een politieman resp. vernieling van een politiecel ten laste gelegd.

Ter zitting van het hof van 18 augustus jl. werden drie van de negen verdachten niet-ontvankelijk verklaard in hun hoger beroep. De reden daarvoor was dat zij het hoger beroep anoniem, dus zonder opgaaf van persoonsgegevens, hadden ingesteld. Dat mag volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad, ons hoogste rechtscollege, niet.

Ten aanzien van de overige zes verdachten heeft het gerechtshof vandaag uitspraak gedaan. Het hof acht bewezen dat deze verdachten zich op 11 september 2012 aan het kraken van het Hilckmann-gebouw hebben schuldig gemaakt. Ook werd bij enkele verdachten overtreding van de Wet op de Identificatieplicht bewezen geacht en werden de hiervoor genoemde belediging en vernieling bewezen verklaard.

Anders dan de rechtbank en anders dan geëist door de advocaat-generaal volstaat het hof niet met het, naast de dagen die de verdachten in verzekering op het politiebureau hebben doorgebracht, opleggen van een slechts voorwaardelijke werkstraf en heeft daartoe het volgende overwogen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een voor de aangever in deze zaak ergerlijk misdrijf. Diens recht op het ongestoord beschikken over zijn eigen bedrijfspand is flink geschonden. Het contact tussen politie en de groep krakers over ontruiming van het bewuste pand heeft daarnaast gedurende een periode van enkele weken nogal wat politie-inzet gevraagd. Dat heeft niet geleid tot een vreedzame ontruiming van het bewuste pand. De daadwerkelijke ontruiming van het pand heeft plaatsgevonden op 11 september 2012, en is gepaard gegaan met omvangrijke inzet van mensen en materieel.

Naar het oordeel van het hof volstaat het niet om daarvoor slechts een straf op te leggen zoals de eerste rechter heeft gedaan, ook al maakt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf daarvan deel uit. Noch in zijn verhoren bij de politie, noch ter zitting van de rechtbank of van het hof heeft verdachte inzicht willen geven in zijn beweegredenen voor het plegen van dit feit. Dat staat hem vanzelfsprekend vrij, maar dat heeft tot gevolg dat het hof bij de beoordeling van de strafwaardigheid van dit feit met eventuele motieven aan de kant van verdachte geen rekening houdt.

 

Daarom komt het hof, anders dan door de advocaat-generaal is gevorderd, tot de volgende strafoplegging, die naast de reeds ondergane dagen inverzekeringstelling ook het verrichten van een onvoorwaardelijke taakstraf inhoudt. … De gevorderde geldboete ter zake van overtreding van de Wet op de Identificatieplicht zal het hof onverkort opleggen.”

 

Het hof legt elk van de verdachten ter zake van het bewezen verklaarde kraken, naast de dagen in inverzekeringstelling op het politiebureau doorgebracht, een onvoorwaardelijke taakstraf van 30 uur op. De overtreding van de identificatieplicht bestraft het hof met een onvoorwaardelijke geldboete van € 50,-.

Meest gelezen berichten