Vijf vragen over 'moeilijk te verteren uitspraak'

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksGerechtshof Arnhem-Leeuwarden > Nieuws > Vijf vragen over 'moeilijk te verteren uitspraak'
Arnhem, 31 mei 2012

Het gerechtshof Arnhem heeft 29 mei twee verdachten vrijgesproken van doodslag, nadat zij tijdens een dollemansrit door Nijmegen een voetganger hadden doodgereden. Een pijnlijke uitspraak, want dat de twee mannen op de scooter zaten die de voetganger schepte, staat vast. Hoe konden ze hun straf ontlopen? Vijf vragen over de Nijmeegse scooterzaak.

Wat is er precies gebeurd?

Twee verdachten, El G. en A., wilden in januari 2010 een hotel in Nijmegen overvallen. Toen ze politie zagen, sloegen ze op de vlucht. Ze scheurden met een motorscooter door de stad, reden in verboden richting en door het rode stoplicht en raakten een overstekende voetganger. Hij bezweek aan zijn verwondingen. De rechtbank Arnhem veroordeelde El G. tot acht jaar cel wegens - onder meer - doodslag, maar sprak A. daarvan vrij. El G. ging in hoger beroep, bewerend dat niet hij, maar A. de scooter had bestuurd.
Het gerechtshof zag zich 30 mei genoodzaakt beide verdachten vrij te spreken van doodslag, bij gebrek aan doorslaggevend bewijs tegen een van beiden.
El G. werd veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf wegens het voorbereiden van de overval, heling, mishandeling, bedreiging en belediging, A. kreeg 18 maanden cel, waarvan 3 voorwaardelijk.

Waarom heeft de rechtbank El G. wel voor doodslag veroordeeld en het gerechtshof niet?

Persraadsheer Rutger Wery: "Het hof heeft niet kunnen vaststellen wie de scooter bestuurde en wie achterop zat. Er is ontzettend veel onderzoek gedaan in deze zaak, maar dat heeft geen duidelijkheid opgeleverd. De verdachten beschuldigen elkaar, getuigen spreken elkaar tegen. Zelfs de politieman die de scooter achtervolgde, heeft geen eenduidige verklaring afgelegd; het ging ook heel snel allemaal. Sporenonderzoekers hebben zich gebogen over de positie van de verdachten nadat zij waren gevallen, maar konden daar niet uit opmaken wie voor- en wie achterop had gezeten.
Rechters moeten een oordeel vormen over het bewijs dat voorhanden is. Is het wettig, is het overtuigend, welke bewijsmiddelen wegen het zwaarst? Daar schuilt altijd een subjectief element in. De rechtbank is daarbij tot een andere afweging gekomen dan het hof. Het hof heeft voor beide scenario’s aanwijzingen gevonden en wilde niet selectief 'winkelen' om het bewijs tegen één van de verdachten rond te krijgen, zonder in te gaan op feiten die in een andere richting wezen. Er was te veel twijfel en dan geldt: bij twijfel niet inhalen."

Het openbaar ministerie acht beide verdachten even schuldig aan de fatale aanrijding. Waarom heeft het gerechtshof ze niet veroordeeld voor het medeplegen van doodslag?

"Als de verdachten hadden afgesproken dat ze alles op alles zouden zetten om te vluchten, tegen welke prijs dan ook, was het probleem van de tegenstrijdige verklaringen opgelost. Maar voor medeplegen is nauwe en bewuste samenwerking vereist. Daar moeten bewijzen voor zijn, de Hoge Raad stelt daar tegenwoordig hoge eisen aan. En die heeft het hof niet kunnen vinden. Het ligt ook niet voor de hand dat de verdachten gelegenheid hebben gehad voor overleg. Ze zijn op stel en sprong weggereden met een snelheid van 90 kilometer per uur, dan ben je alleen maar bezig om niet onderuit te gaan. Er zijn rijproeven gehouden om na te gaan of ze al rijdend afspraken hebben kunnen maken, maar ook die boden geen soelaas."

Biedt voorwaardelijk opzet geen uitkomst? De verdachten zijn met de scooter op pad gegaan om een gewapende overval te plegen en hebben kennelijk de mogelijkheid voor lief genomen dat ze daarmee moesten vluchten, met alle risico's van dien.

"Het hof stelt in dit arrest dat strafrechtelijke aansprakelijkheid niet te ver mag worden opgerekt. Algemene risicoaansprakelijkheid kennen we wel in het civiele recht, maar niet in het strafrecht. Dat is dadergericht. Je kunt redeneren: wie op klaarlichte dag een gewapende overval gaat plegen met een motorfiets, weet dat er een dollemansrit volgt als hij snel weg wilt. Maar dan moet wel aantoonbaar zijn dat beide verdachten koste wat het kost wilden wegkomen, ongeacht de consequenties, zelfs als daar doden bij zouden vallen. We weten in dit geval niet of degene die achterop zat het eens was met die roekeloze rit door Nijmegen."

Begrijpt het hof de commotie die deze uitspraak heeft opgeroepen?

"Heel goed. Het hof spreekt in het arrest van een onbevredigende uitkomst en een moeilijk te verteren uitspraak, dat is heel uitzonderlijk bij vrijspraak. We weten zeker dat een van de verdachten de scooter heeft bestuurd en dus liegt. Daar komt hij mee weg en dat is afschuwelijk, vooral voor de nabestaanden. Maar er moet nu eenmaal bewijs zijn om tot een veroordeling te komen. Soms is dat er eenvoudig niet. Ik herinner me een vermoord kind, waar alleen de vader en moeder bij waren geweest. Beiden ontkenden het kind gedood te hebben. En wat te denken van de Nomad-zaak, waarin een stel motorrijders rond een lijk werden aangetroffen? Daar is nooit iemand voor veroordeeld. Als een rechter niet overtuigd is van de schuld van een verdachte, mag hij hem niet veroordelen. Ook niet als het om een halve crimineel gaat die toch al van plan was een bank te beroven, zoals sommige mensen redeneren. Het is erg als verdachten hun straf ontlopen. Maar wat in een rechtsstaat helemaal niet mag gebeuren, is dat mensen onterecht in de gevangenis belanden."

Uitspraken

Meest gelezen berichten