Zwendel met telefoonabonnementen geen mensenhandel, wel oplichting

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksGerechtshof Arnhem-Leeuwarden > Nieuws > Zwendel met telefoonabonnementen geen mensenhandel, wel oplichting
Arnhem, 04 december 2014

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft vandaag uitspraak gedaan in de strafzaken tegen twee verdachten, die ervan verdacht werden anderen te hebben gedwongen/bewogen tot het afsluiten van telefoonabonnementen. Na het afsluiten van deze abonnementen gingen de telefoons naar de verdachten,  waarna anderen vervolgens de rekeningen van de telefoonmaatschappijen ontvingen. De feiten zijn primair als mensenhandel en (in de meeste gevallen) subsidiair als oplichting tenlastegelegd.

Bij de rechtbank

De rechtbank sprak de verdachten vrij van mensenhandel en kwam in een aantal gevallen tot een bewezenverklaring van oplichting. Zowel de verdachte als de officier van justitie gingen in hoger beroep.

Het hoger beroep

De advocaat-generaal heeft -evenals eerder de officier van justitie in eerste aanleg- bepleit dat genoemde feiten mensenhandel opleveren. Evenals de rechtbank gaat het hof in op de vraag of het afsluiten van telefoonabonnementen  mensenhandel kan opleveren.

Het standpunt van het hof komt erop neer dat het desbetreffende onderdeel van de strafbepaling over mensenhandel zo moet worden geïnterpreteerd dat er sprake moet zijn van uitbuiting en dat er ook bij het afsluiten van telefoonabonnementen onder omstandigheden sprake kan zijn van arbeid of diensten die het voorwerp zijn van uitbuiting.

Het hof heeft onder verwijzing naar de wetsgeschiedenis van artikel 273f lid 1 van het Wetboek van Strafrecht en de uitspraak van de Hoge Raad van 27 oktober 2009 (Chinese horeca) overwogen, “dat een gedraging als het “afsluiten van een telefoonabonnement” niet zonder meer is aan te merken als arbeid of dienst tot het verrichten waarvan iemand wordt gedwongen of bewogen zich beschikbaar te stellen. Voor bewezenverklaring is vereist dat op grond van de omstandigheden van het geval uitbuiting komt vast te staan, waarbij onder meer betekenis toekomt aan de aard en duur van de tewerkstelling, de beperkingen die zij voor de betrokkene meebrengt en het economisch voordeel dat daarmee door de tewerksteller wordt behaald en dat bij de weging van deze en andere relevante factoren de in de Nederlandse samenleving geldende maatstaven als referentiekader dienen te worden gehanteerd.”

Het hof heeft deze vraag voor elk tenlastegelegd feit ontkennend beantwoord en daarbij overwogen dat de activiteiten van de aangevers beperkt zijn gebleven tot het afsluiten van enkele abonnementen op één dag of twee dagen, terwijl van noemenswaardige beperkingen voor hen geen sprake was en ook uit de overige omstandigheden niet valt af te leiden dat er sprake was van uitbuiting. De verdachten zeiden tegen degenen die ze ertoe bewogen de abonnementen af te sluiten dat ze daarmee geld konden verdienen door de abonnementen af te sluiten en de telefoons aan hen af te geven. De verdachten verkochten de telefoons vervolgens.

In de meeste gevallen kreeg degene die het abonnement afsloot daar ook een bedrag van. Een aantal van hen bleef echter zitten met de schulden aan de provider, hoewel ze door verdachten -ten onrechte- in de waan waren gebracht dat iemand hun naam uit de administratie van de provider zou halen. Het hof kwam in aantal gevallen wel tot een bewezenverklaring van oplichting.

Alles overziend komt het hof in de zaak van verdachte S.A. tot bewezenverklaring van oplichting in drie gevallen en oplegging van een gevangenisstraf van zes maanden, waarvan twee maanden voorwaardelijk en in de zaak van verdachte G.A. tot bewezenverklaring van oplichting in twee gevallen en oplegging van een gevangenisstraf van vier maanden, waarvan twee maanden voorwaardelijk. 

Uitspraken

Meest gelezen berichten