Haagse hof beoordeelt buitensporige last van hoogte kansspelbelasting voor exploitant kansspelautomaat

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksGerechtshof Den Haag > Nieuws > Haagse hof beoordeelt buitensporige last van hoogte kansspelbelasting voor exploitant kansspelautomaat
Den Haag, 31 juli 2015

Het gerechtshof Den Haag heeft op 29 juli 2015 uitspraak gedaan in twee procedures betreffende de kansspelbelasting. Het ging daarbij om de vraag of de heffing van kansspelbelasting voor de exploitant van kansspelautomaten leidt tot een individuele en buitensporige last. Is er sprake van een ‘individuele en buitensporige last’ dan is dat in strijd met artikel 1 van het Eerste Protocol (EP) bij het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Dit artikel beschermt ieders recht op het ongestoorde genot van zijn eigendom. In één van de twee zaken heeft het Haagse hof geoordeeld dat er inderdaad sprake van een buitensporige last is.

De wetgever heeft met ingang van 1 juli 2008 de belastingheffing van exploitanten van kansspelautomaten veranderd. Vanaf die dag betalen exploitanten een kansspelbelasting van 29% van de bruto-opbrengst (inworpen minus uitgekeerde prijzen). Vóór 1 juli 2008 betaalden de exploitanten omzetbelasting van (per saldo) ruim 15% van de bruto-opbrengst. Deze wetswijziging betekende een forse lastenverzwaring voor de exploitanten van kansspelautomaten.

In een aantal proefprocedures hebben exploitanten de rechtmatigheid van de wetswijziging aangevochten. De Hoge Raad heeft in deze twee procedures eerder geoordeeld dat de wetswijziging in zijn algemeenheid niet in strijd is met artikel 1 EP. Wel moest volgens de Hoge Raad nog worden onderzocht of er voor de exploitanten die beroep hebben ingesteld sprake is van een ‘individuele en buitensporige last’. De Hoge Raad heeft de beide zaken met die opdracht verwezen naar het Haagse hof.

Gerechtshof Den Haag heeft in het ene geval geoordeeld dat inderdaad sprake is van een buitensporige last. Ter compensatie heeft het hof bepaald dat de fiscus aan de exploitant een schadeloosstelling moet betalen. In de andere zaak is er naar het oordeel van het hof geen sprake van een buitensporige last. De belangrijkste reden van het verschil tussen beide beslissingen is dat in het ene geval de exploitant als gevolg van de invoering van het kansspelbelastingregime structureel in een verliespositie is komen te verkeren, terwijl in het andere geval de exploitant – ondanks de forse lastenverzwaring – nog steeds winst maakt.

Uitspraken

Meest gelezen berichten