Oud-burgemeesterskandidaat veroordeeld voor medeplichtigheid schending geheimhoudingsplicht

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksGerechtshof Den Haag > Nieuws > Oud-burgemeesterskandidaat veroordeeld voor medeplichtigheid schending geheimhoudingsplicht
Den Haag, 12 maart 2015

Gerechtshof Den Haag veroordeelt op 12 maart 2014 een oud-burgemeesterskandidaat wegens medeplichtigheid aan schending van een geheimhoudingsplicht tot een taakstraf van 60 uur. De verdachte is vrijgesproken van passief ambtelijke corruptie.

Verdachte had in 2012 gesolliciteerd naar de functie van burgemeester van Roermond. Als adviseur van de gemeentelijke vertrouwens(sollicitatie-)commissie trad een wethouder, tevens locoburgemeester op, partijgenoot van de verdachte. Deze adviseur heeft onder meer (nadat de gesprekken met de andere kandidaten waren gevoerd) de verdachte voorafgaand aan diens sollicitatiegesprek geïnformeerd over onderwerpen die aan de orde zouden komen en hem gesuggereerd welke antwoorden hij zou kunnen geven.

Het hof acht zeer aannemelijk dat de verstrekte informatie de verdachte een voorsprong op andere kandidaten heeft gegeven; daarmee heeft de adviseur hem een dienst verleend. Het hof is echter van oordeel dat niet is komen vast te staan dat die dienst is verleend met het oog op een in de toekomst door de verdachte aan deze adviseur te verlenen gunst; daarvan moet sprake zijn, wil het handelen als passief ambtelijke corruptie op grond van het Wetboek van strafrecht strafbaar zijn. Naar het oordeel van het hof kan niet worden uitgesloten dat de adviseur aldus heeft gehandeld om hun beider politieke partij (met de benoeming van de verdachte als burgemeester) een zo sterk mogelijke positie in het binnenlands bestuur in de regio te verschaffen. Daarom wordt de verdachte van die primair tenlastegelegde passief ambtelijke corruptie vrijgesproken.

Het hof is van oordeel dat de adviseur door aldus te handelen zijn geheimhoudingsplicht op grond van de Gemeentewet als lid van de vertrouwenscommissie heeft geschonden. De verdachte is door zijn handelen daaraan medeplichtig geweest.

Bij de straftoemeting heeft het hof betrokken dat de verdachte de integriteit van de benoemingsprocedure ernstige schade heeft berokkend en afbreuk heeft gedaan aan het goede functioneren van het openbaar bestuur. In matigende zin houdt het hof echter rekening met de ingrijpende gevolgen die het gebeurde voor de verdachte heeft gehad.

Uitspraken

Meest gelezen berichten