Regeling weigering inschrijving van merken

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksGerechtshof Den Haag > Regels procedures en klachten > Regeling weigering inschrijving van merken

Regelingen

Met betrekking tot de procedure, bedoeld in artikel 6ter van de Eenvormige Beneluxwet op de merken (BMW), zal met ingang van 1 januari 2005 de volgende regeling gelden:

  1. Tijdsduur mondelinge toelichting
    Bij de mondelinge behandeling van een verzoekschrift, als bedoeld in artikel 6ter BMW, krijgt iedere partij de gelegenheid haar standpunt maximaal 15 minuten toe te lichten, met maximaal 7 minuten voor repliek onderscheidenlijk dupliek per partij.
    In uitzonderlijke gevallen kan op een schriftelijk en gemotiveerd verzoek van de desbetreffende partij van het bovenstaande worden afgeweken.
  2. Nieuwe producties
    Wanneer partijen na het verzoekschrift onderscheidenlijk het verweerschrift producties willen indienen, moeten deze ten minste vier werkdagen vóór de datum van de mondelinge behandeling door de wederpartij en in viervoud ter griffie zijn ontvangen.
  3. Experiment; schriftelijke behandeling
    Bij wijze van experiment kan het hof partijen op hun eenparig verzoek in de gelegenheid stellen hun toelichtingen schriftelijk vóór een door het hof te bepalen tijdstip te doen toekomen aan het hof en aan de wederpartij, waarna door partijen vóór een door het hof te bepalen tijdstip over en weer schriftelijk op de inhoud kan worden gereageerd door onder de eigen schriftelijke toelichting een beknopte repliek onderscheidenlijk dupliek op te nemen. Vervolgens zullen partijen deze stukken aan de wederpartij en in viervoud aan het hof doen toekomen.
    Door van deze mogelijkheid gebruik te maken doen partijen afstand van de mogelijkheid hun standpunten bij een mondelinge behandeling toe te lichten.
    Evaluatie van het experiment zal plaatsvinden ongeveer een jaar na de inwerkingtreding van deze regeling.

Namens het Gerechtshof, kamer voor Intellectuele Eigendom,
Mr. J.C. Fasseur-van Santen
Den Haag, 17 november 2004
(BIE 2004, p. 578)