Verschoningsprotocol

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

1. Doel

Doel van het protocol is het bevorderen van een vlotte, eenduidige en professionele benadering van verschoningskwesties. Aansluiting is onder meer gezocht bij de Leidraad onpartijdigheid van de rechter, welke Leidraad met name op terugtrekking van de rechter (hierna ook informele verschoning genoemd) is gericht.

2. Wettelijke regeling

De wetboeken van strafvordering (Sv) en burgerlijke rechtsvordering (Rv) en de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kennen een vrijwel eenvormige regeling met betrekking tot wraking en verschoning: de artikelen 512 t/m 518 Sv, 36 t/m 41 Rv en 8.15-8.20 Awb.

 

3. Verschoningsgronden

Verschoning is het spiegelbeeld van wraking. Een rechter kan zich verschonen op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden (de artikelen 517 en 512 Sv; de artikelen 40 en 36 Rv en de artikelen 8.19 en 8.15 Awb).

 

3.1 Subjectieve en objectieve onpartijdigheid.

Ten aanzien van onpartijdigheid wordt in de jurisprudentie onderscheid gemaakt tussen subjectieve en objectieve aspecten van onpartijdigheid. Bij de subjectieve aspecten moet men denken aan de persoonlijke instelling van de rechter. Hier geldt als criterium dat een rechter moet worden vermoed uit hoofde van zijn aanstelling onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat een rechter jegens een rechtzoekende een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij een rechtzoekende dienaangaande bestaande vrees gerechtvaardigd is. De vrees voor subjectieve partijdigheid van de rechter moet bovendien objectief gerechtvaardigd zijn. Bij de objectieve aspecten gaat het om feiten of omstandigheden die, ongeacht de persoonlijke instelling van de rechter, grond geven te vrezen dat een rechter niet onpartijdig is, waarbij ook de (te vermijden) schijn van partijdigheid van belang is.

 

3.2 Subjectieve onpartijdigheid

Een rechter die zich niet “vrij” voelt om een zaak te behandelen moet zich kunnen terugtrekken. In beginsel is alleen de betreffende rechter in staat om te beoordelen of hij, subjectief gezien, voldoende afstand heeft tot een zaak. Een kanttekening past hierbij. Deze subjectieve partijdigheid moet wel enige objectieve rechtvaardiging hebben (zie hiervoor 3.1), zij het dat er slechts zeer beperkte ruimte is om dit te toetsen. Op de concrete invulling hiervan wordt hierna ingegaan.

 

3.3 Objectieve onpartijdigheid

Hierbij zijn objectieve omstandigheden aan te wijzen, die doen vrezen voor partijdigheid van de rechter, althans die de schijn van partijdigheid kunnen wekken. Als voorbeelden kunnen gelden (a) het geval dat de rechter een van partijen persoonlijk goed kent, (b) het geval dat een partij de buurman is (ook al gaat de rechter niet met deze buurman om). In dit laatste geval speelt met name de schijn van partijdigheid een rol.

 

3.4 Leidraad onpartijdigheid van de rechter

Hierin is verwoord dat de rechter zelf zijn onpartijdigheid bewaakt, terwijl ook de gerechten zelf middelen hebben ter bevordering van onpartijdige rechtspraak. Deze Leidraad bevat een tiental aanbevelingen ter toetsing van de (on)partijdigheid van de rechter, althans van de schijn ervan. Hiernaar wordt verwezen. Ook wordt verwezen naar het slot van dit protocol.

 

 

4. Wijze van verschoning

 

4.1 Vereisten ten aanzien van het verzoek

Twee situaties moeten hierbij worden onderscheiden:

  1. Het geval dat de rechter een dossier op zijn bureau krijgt en het vóór de zitting en/of andere betrokkenheid bij de zaak duidelijk wordt dat de rechter niet vrij is om de zaak te behandelen (verder: de informele verschoning of terugtrekking). 
  2. Het geval dat de rechter ter zitting, dan wel nadat hij naar buiten toe betrokken is geweest bij een zaak, ontdekt dat hij niet vrij is de zaak te behandelen (verder: de formele verschoning).

 

4.2 Toetsing

De formele verschoning wordt altijd voorgelegd aan de meervoudige kamer (artikel 518 Sv) voor de behandeling van wrakings- en verschoningsverzoeken. Over de informele verschoning vindt vooraf overleg plaats met de teamvoorzitter dan wel afdelingsvoorzitter. Dit houdt onder meer verband met het verbod van rechtsweigering.

 

4.3 De informele verschoning (terugtrekking)

Deze situatie doet zich het meest voor. De rechter heeft hierover eerst overleg met de teamvoorzitter dan wel afdelingsvoorzitter. Na instemming van laatstgenoemde wordt de zaak overgedragen aan een collega. Een verdere procedure is niet nodig.

 

5. De procedure van formele verschoning

5.1 Het verschoningsverzoek

Een rechter die verschoning overweegt overlegt, indien mogelijk, hierover van tevoren met zijn teamvoorzitter dan wel afdelingsvoorzitter. Een verschoningsverzoek wordt schriftelijk ingediend en is gemotiveerd
Tijdens een terechtzitting kan het verzoek ook mondeling worden gedaan (artikel 517 Sv), in welk geval de terechtzitting wordt geschorst.

 

5.2 Apart verschoningsdossier

De griffier van de kamer voor de behandeling van wrakings- en verschoningsverzoeken legt een apart dossier aan voor het verschoningsverzoek, met een eigen registratienummer. In dit dossier wordt opgenomen:

  • het verschoningsverzoek
  • indien voorhanden: de aantekeningen van de griffier / het proces-verbaal van de zitting waarop om verschoning is verzocht.

De griffier zorgt ervoor dat de leden van de kamer voor de behandeling van wrakings- en verschoningsverzoeken beschikken over een exemplaar van het verschoningsdossier, althans inzage daarin hebben. Ook het dossier in de hoofdzaak moet beschikbaar zijn.

 

5.3 Meervoudige kamer

Het verschoningsverzoek wordt zo spoedig mogelijk (in raadkamer) behandeld door de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakings- en verschoningsverzoeken. De verzoekende rechter heeft geen zitting in deze kamer. Verzoeker hoeft niet te worden gehoord (het verschoningsverzoek dient de motivering te bevatten). Het OM, verdachte en/of partijen worden evenmin gehoord, tenzij dat voor een adequate beoordeling van het verzoek gewenst wordt geacht.

 

5.4 Inhoudelijke toetsing

Inhoudelijke toetsing van het verschoningsverzoek vindt plaats aan de hand van de in paragraaf 3 beschreven criteria. Deze komen kort gezegd erop neer dat de rechter zich moet verschonen als zijn onafhankelijkheid in het geding is. Een aantal voorbeelden is opgenomen in de bijlage.

 

5.5 Beslissing zo spoedig mogelijk

De kamer voor de behandeling van wrakings- en verschoningsverzoeken beslist zo spoedig mogelijk op het verschoningsverzoek, bij voorkeur binnen een termijn van twee weken.
De beslissing is gemotiveerd en wordt meegedeeld (artikel 518, tweede lid Sv) aan betrokkenen, te weten: (de advocaat van) partijen c.q. verdachte en het OM, alsmede de verzoekende rechter, welke mededeling kan geschieden door toezending van de beslissing bij gewone brief.

 

5.6 Publicatie van de verschoningsbeslissing

In overleg met de betrokken afdelingsvoorzitter wordt, vóór de mededeling als bedoeld in 5.5, bezien of, en zo ja op welk tijdstip, algemene bekendheid wordt gegeven aan de beslissing op het verschoningsverzoek door middel van een persbericht.

5.7 Geen rechtsmiddel

Tegen de beslissing staat geen rechtsmiddel open.

 

 

6. Administratieve verwerking van het verschoningsverzoek

 

6.1 Verschoningsdossier

De griffier van de kamer voor de behandeling van wrakings- en verschoningsverzoeken voegt de beslissing op het verschoningsverzoek in het verschoningsdossier en zorgt voor archivering.

6.2 Beslissing tevens naar afdelingsvoorzitter

De griffier geeft tevens een exemplaar van de beslissing aan de voorzitter van de afdeling waarin het verzoek is ingediend.

6.3 Registratie en bespreking door bestuur

De algemeen secretaris registreert de verschoningsverzoeken en de afloop ervan. Aan de hand van de aldus geregistreerde gegevens wordt het onderwerp verschoning ten minste éénmaal per jaar besproken in de bestuursvergadering.

 

6.4 Documentatie

De algemeen secretaris stelt in overleg met de voorzitter van het wrakings- en verschoningsteam een bestand met informatie en jurisprudentie over het onderwerp verschoning samen en zorgt voor actualisering. Elk lid van het wrakings- en verschoningsteam beschikt over dan wel heeft toegang tot dit bestand.

6.5 Publicatie

De algemeen secretaris zorgt voor elektronische publicatie van dit protocol op internet (rechtspraak.nl).