In hoger beroep 6 jaar cel voor poging doodslag in Weert

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksGerechtshof s-Hertogenbosch > Nieuws > In hoger beroep 6 jaar cel voor poging doodslag in Weert
's-Hertogenbosch, 29 maart 2016

Het gerechtshof in ’s-Hertogenbosch veroordeelt een 31-jarige man uit Weert tot 6 jaar gevangenisstraf voor poging tot doodslag op een andere man. Het hof acht in tegenstelling tot het OM en de rechtbank Limburg poging tot moord niet bewezen. De man moet het slachtoffer ook 5000 euro smartengeld betalen.

Revolver

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

De verdachte en het latere slachtoffer kwamen elkaar tegen bij het uitgaan in Weert op 15 maart 2014. Tussen hen speelde al enkele jaren een conflict. Zij zijn in het café met elkaar in gevecht gegaan. De verdachte haalde toen thuis een revolver en laadde deze met munitie. De 2 mannen hadden vervolgens telefonisch contact, waarbij over en weer bedreigingen zijn geuit. Daarna troffen verdachte en slachtoffer elkaar weer op straat en de verdachte heeft toen meerdere keren geschoten. De eerste keer schoot hij in de richting van het slachtoffer maar in de lucht, de tweede keer raakte hij hem in de schouder.

Geen poging tot moord

Het hof vindt dat er sprake is van een poging tot doodslag en niet van poging tot moord. De verdachte heeft weliswaar voldoende tijd gehad om na te denken over zijn voornemen om met een revolver naar de andere man toe te gaan en in zijn richting te schieten, wat een aanwijzing zou kunnen zijn voor voorbedachte raad. Maar als de verdachte de andere man had willen doden, had hij daartoe alle gelegenheid, tijd en ruimte. Toch heeft hij het slachtoffer alleen verwond.

De verdachte heeft wel willens en wetens het risico genomen dat hij de andere man dodelijk zou verwonden. Hij heeft het slachtoffer op korte afstand in de schouder geschoten, terwijl hij wist dat zich daar en in de directe omgeving vitale lichaamsonderdelen bevinden (halsslagader, hoofd en borst). Het was donker, beide mannen waren in beweging en liepen op elkaar af. De verdachte zag slecht doordat hij al enige tijd last had van ontstoken ogen en hij was eerder die avond door de andere man op zijn oog geslagen. Ook had hij die avond alcohol gedronken. Op grond hiervan was er een aanmerkelijke kans dat hij het slachtoffer dodelijk zou raken, aldus het hof.

 

Geen noodweer

Het beroep op noodweer, door de verdediging in diverse varianten gevoerd, wordt door het hof verworpen. Op basis van de eerder beschreven gebeurtenissen vindt het hof aannemelijk dat de verdachte doelbewust de confrontatie aanging met het slachtoffer. Zijn gedragingen waren aanvallend en niet verdedigend.

Uitspraken

Meest gelezen berichten