Zes maanden cel en rijontzegging voor veroorzaken ernstig verkeersongeval in Breda

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksGerechtshof s-Hertogenbosch > Nieuws > Zes maanden cel en rijontzegging voor veroorzaken ernstig verkeersongeval in Breda
's-Hertogenbosch, 30 januari 2015

In hoger beroep is een 24-jarige man veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf en een rijontzegging van drie jaar voor het veroorzaken van een ernstig verkeersongeval in Breda in 2010.

Gevaarlijke inhaalactie

Het ongeluk vond plaats in de vroege avond van 28 mei 2010. Op die dag reed de 24-jarige bestuurder in zijn auto met hoge snelheid op de Lage Kant in Breda. De maximum toegestane snelheid daar is 30 kilometer per uur, maar de man reed tussen de 50 en 60 kilometer per uur. Met die snelheid naderde hij van achteren de auto van de 23-jarige medeverdachte, juist op het moment dat deze bestuurder naar links uitweek vanwege een remmende auto voor hem. In plaats van af te remmen, reed de man in de achterste auto met hoge snelheid voorbij beide auto’s. Tijdens deze gevaarlijke inhaalactie schepte hij de vrouw op haar fiets, waardoor zij meters verderop neerkwam. De vrouw heeft door het ongeval zwaar letsel opgelopen waaronder ook een ernstige hersenbeschadiging. De vrouw is nooit meer hersteld van haar zware verwondingen. Ze verkeert sinds die tijd in een vegetatieve toestand en verblijft in een verzorgingstehuis. 

Onvoldoende bewijs voor roekeloosheid

Bij de beoordeling van dit soort ernstige verkeersongevallen kijkt het hof of er sprake is van verwijtbaar gedrag. In dit geval heeft het hof gekeken in welke mate de 24-jarige man schuldig is aan het veroorzaken van het ongeluk. De man heeft te hard gereden in een woonwijk waar hij een bijzondere situatie naderde. Hij heeft allebei de auto’s gevaarlijk ingehaald. Hierdoor is hij schuldig aan het veroorzaken van het ongeval.  De zwaarste vorm van schuld volgens de Wegenverkeerswet (artikel 6) is ‘roekeloosheid’. Daar is volgens het hof in dit geval onvoldoende bewijs voor. Volgens jurisprudentie van de Hoge Raad in soortelijke zaken is er slechts in uitzonderlijke gevallen sprake van roekeloosheid in juridische zin. Er moeten meerdere verwijtbare gedragingen zijn die hebben geleid tot een ongeval. De rechtbank vond eerder roekeloosheid wel bewezen.

Langere rijontzegging

Ondanks dat het hof minder bewezen acht dan de rechtbank, weegt het hof de feiten dermate zwaar dat een celstraf van acht maanden passend zou zijn geweest. Het hof neemt het de man ook kwalijk dat hij niet lang voor het ongeval twee keer eerder veroordeeld is voor verkeersovertredingen. Dit heeft er blijkbaar niet voor gezorgd dat hij zijn verkeersgedrag in positieve zin heeft veranderd. Echter, omdat het meer dan twee jaar heeft geduurd voordat de zaak voor de (eerste) rechter kwam, is de redelijk termijn (volgens artikel 6 EVRM) overschreden. Daarom komt de celstraf uit op zes maanden. Het hof legt de man wel een langere rijontzegging op dan de rechtbank eerder: drie jaar in plaats van twee jaar.

Geen schuld voor medeverdachte

Anders dan de rechtbank vindt het hof dat de 23-jarige bestuurder van de andere auto geen schuld te verwijten valt in het ongeval (zoals bedoeld in artikel 6 van de Wegenverkeerswet). Het hof kan uit verklaringen niet concluderen dat de man harder reed dan toegestaan. De man heeft een inhaalmanoeuvre ingezet op het moment dat hij zag dat de auto die voor hem reed vaart verminderde en naar rechts stuurde. Hierbij heeft hij wel in zijn spiegels gekeken, maar heeft hij nagelaten over zijn linker schouder te kijken. Hierdoor heeft hij niet gezien dat de auto die achter hem reed, al was begonnen met een inhalen en al links naast hem reed. Deze man wordt wel veroordeeld voor overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet omdat hij gevaar op de weg heeft veroorzaakt.

Uitspraken

Meest gelezen berichten