Nieuwe werkwijze aanvraag arrest en pleidooi in handelszaken

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksGerechtshof s-Hertogenbosch > Regels procedures en klachten > Nieuwe werkwijze aanvraag arrest en pleidooi in handelszaken

Nieuwe werkwijze aanvraag arrest en pleidooi in handelszaken per 4 juli 2017

Met ingang van 4 juli 2017 is het hof anders gaan plannen voor wat betreft handelszaken die klaar zijn om arrest in te wijzen en voor handelszaken waarin een pleidooizitting of een comparitie na antwoord wordt gevraagd. Het hof maakt deze keuze om partijen een realistisch idee te geven over wanneer ze een uitspraak dan wel een zitting kunnen verwachten.

 

Vaste realistische datum

Deze nieuwe werkwijze houdt - kort gezegd - in dat verzoeken om een arrest of een pleidooizitting eerst een termijn krijgen van 7 maanden. Na afloop van deze termijn is duidelijk wanneer het arrest kan worden uitgesproken of wanneer de zitting zal plaatsvinden. Deze datum wordt dan - behoudens calamiteiten - niet meer verschoven.
Tot voor kort werden zaken die 'voor arrest kwamen te staan' of waarin pleidooi of comparitie werd gevraagd vaak meerdere keren aangehouden. Dit als gevolg van de achterstanden waarmee de handelsteams bij het hof (nog steeds) kampen.
De termijn van zeven maanden (30 weken) is lang maar noodzakelijk om partijen een realistische datum te geven en geen valse verwachtingen te wekken.

 

De nieuwe werkwijze gaat als volgt:

  1. Nadat arrest is gevraagd en een kopie van het procesdossier is overgelegd – in overeenstemming met hoofdstuk 5 van het landelijk procesreglement – wordt de zaak naar de rol verwezen voor ‘dagbepaling arrest hof’ over zeven maanden (30 weken). Partijen krijgen dan bericht wanneer arrest wordt gewezen.
  2. Nadat pleidooi is gevraagd en in viervoud een kopie van het procesdossier is overgelegd – in overeenstemming met hoofdstuk 4 van het landelijk procesreglement – wordt de zaak naar de rol verwezen voor ‘opgave verhinderdata’ over 28 weken. Twee weken nadien krijgen partijen bericht wanneer de zitting plaatsvindt.

 

Aanvullend

  • De aard van de zaak kan met zich meebrengen dat kortere termijnen worden gehanteerd.
  • De bepalingen van hoofdstuk 9 van het landelijk procesreglement spoedappelen in kort geding blijven onverkort gelden.