Regeling selectie- en aanbevelingsprocedure voor rechterlijke functies

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksGerechtshof s-Hertogenbosch > Regels procedures en klachten > Regeling selectie- en aanbevelingsprocedure voor rechterlijke functies

1. Inleiding

1.1. Dit reglement beoogt een algemene regeling te geven voor de selectie- en aanbevelingsprocedure bij benoeming, aanwijzing, voordracht en/of aanbeveling voor een rechterlijke functie door het bestuur.

1.2. Ten behoeve van de advisering aan het bestuur wordt een selectieadviescommissie ingesteld. Deze selectieadviescommissie oefent tevens het adviesrecht dat in bepaalde gevallen aan de gerechtsvergadering is toegekend, namens de gerechtsvergadering uit.

 

 

2. De selectieadviescommissie

 

Taak en bevoegdheid

2.1. De selectieadviescommissie (hier verder: de commissie) heeft tot taak krachtens algemeen mandaat van de gerechtsvergadering aan het bestuur advies uit te brengen inzake voorgenomen aanbevelingen en/of voordrachten tot, en benoemingen en/of aanwijzingen in rechterlijke functies in het hof. Aanvaarding van het lidmaatschap van de
selectieadviescommissie impliceert instemming met de mandaatverlening als bedoeld in artikel 10:4 van de Algemene wet bestuursrecht.

 

Samenstelling

2.2. De commissie heeft ten minste acht vaste en acht plaatsvervangende leden, te weten uit elke sector één (coördinerend) vice-president en één raadsheer als vast lid en één (coördinerend) vice-president en één raadsheer als plaatsvervangend lid. De commissie wordt voor bepaalde procedures aangevuld met andere leden dan de vaste leden of hun vervangers.

2.3. De president, de sectorvoorzitters en hun plaatsvervangers kunnen geen deel uitmaken van de commissie.

2.4. Bij verhindering wordt de plaats van een vast lid ingenomen door een
plaatsvervangend lid uit de betrokken sector. Indien ook het plaatsvervangend lid verhinderd is en voorts bij bijzondere omstandigheden draagt de voorzitter van de commissie in overleg met de betrokken sectorvoorzitter en de commissieleden uit die sector zorg voor een
vervanger.

 

Benoeming

2.5. De vaste en plaatsvervangende leden van de commissie worden door de gerechtsvergadering benoemd op voordracht van de gezamenlijke rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast van de sectoren.

2.6. De voorzitter van de commissie wordt door de gerechtsvergadering benoemd op voorstel van het bestuur. De voorzitter kan worden benoemd uit de op voormelde wijze benoemde leden, met dien verstande dat het steeds een (coördinerend) vice-president moet zijn. Door en uit de leden van de commissie wordt op voorstel van de voorzitter een plaatsvervangend voorzitter gekozen.

 

Zittingsduur

2.7. De zittingsduur van de voorzitter en de vaste leden is drie jaar. Ze kunnen één maal voor drie jaar worden herbenoemd. Voor de eerste maal evenwel komt bij afloop van de zittingsduur slechts de voorzitter en ten hoogste de helft van de vaste leden in aanmerking voor herbenoeming.

2.8. Bij tussentijdse vacatures benoemen de gezamenlijke rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast van de betrokken sector een nieuw lid voor de resterende zittingstijd van het vertrekkende lid.

 

 

3. Procedure

3.1. Ten aanzien van vacatures die door het bestuur worden opengesteld, stelt het bestuur zo nauwkeurig mogelijk de functie-eisen alsmede de specifieke voorwaarden vast.

3.2. Van een kandidaat worden twee à drie namen van referenten gevraagd. Inwinnen van referenties alsmede informatievoorziening aan de kandidaten geschiedt door de president. De uit te nodigen sollicitanten krijgen schriftelijk bericht van het volgende:

a. de namen en functies van de bestuursleden en de leden van de commissie die een gesprek met de sollicitant zullen hebben, alsmede het aantal gesprekken;
b. het aantal sollicitanten;
c. dit reglement;
d. de tijdsplanning;
e. de stukken waarvan het bestuur en de commissie kennis hebben genomen of - naar verwachting - kennis zullen nemen, waaronder de referentiebrieven;
f. het functieprofiel;
g. eventuele andere informatieve stukken betreffende het hof.

Indien de sollicitatiebrieven of ontvangen referenties daartoe aanleiding geven, kan de president of, in overleg met de president, de voorzitter van de commissie en/of een door laatstgenoemde aan te wijzen lid van de commissie nadere inlichtingen inwinnen. Individuele leden en medewerkers van het hof onthouden zich van het inwinnen van inlichtingen over sollicitanten, behoudens na voorafgaand overleg met de president en/of de voorzitter van de commissie.

3.3. Het bestuur beslist of een kandidaat, dan wel (wie van) de kandidaten, in aanmerking komt (komen) voor benoeming of aanbeveling. Omtrent deze kandidaat (kandidaten) wordt door het bestuur advies ingewonnen van de commissie.

 

Gesprek met kandidaten

3.4. De president en de voorzitter van de commissie kunnen na ontvangst van de sollicitatiestukken zich beraden over de vraag of alle sollicitanten inderdaad dienen te worden ontvangen voor een gesprek. Een beslissing om één of meer sollicitanten niet te ontvangen, wordt alleen genomen na consultatie van het bestuur en de commissie. De president geeft de
betrokken sollicitant(en) schriftelijk bericht van de afwijzing.

3.5. De kandidaten worden door de president uitgenodigd voor een gesprek met de selectieadviescommissie en, desgewenst, met (een delegatie van) het bestuur. Dag en tijdstip van deze gesprekken met de commissie worden vastgesteld in overleg tussen president en de voorzitter van de commissie. De voorzitter van de commissie bepaalt de organisatie van en de werkwijze bij deze gesprekken. De voorzitter van de commissie draagt zorg voor de ontvangst van de sollicitanten, de coördinatie van de gesprekken en de opvang van de sollicitanten tussen de gesprekken. Daarbij wordt de privacy van de sollicitanten zoveel mogelijk beschermd.

3.6. De president verstrekt aan het bestuur en aan de commissie afschrift van de sollicitatiebrieven met bijlagen en de referenties. Deze bescheiden worden tevens op het secretariaat van de president ter inzage gelegd voor de leden van het hof. Over eventuele verdere (mondelinge) inlichtingen informeren de president en de voorzitter van de commissie elkaar. Zij informeren respectievelijk de leden van het bestuur en de leden van de commissie daarover.

3.7. De voorzitter van de commissie informeert de leden van het hof over de door de commissie te ontvangen kandidaten en verzoekt hen eventuele inlichtingen over of ervaringen met de kandidaten aan hem kenbaar te maken voordat de kandidaten door de commissie worden ontvangen.

 

Advies van de commissie

3.8. De voorzitter van de commissie brengt schriftelijk gemotiveerd advies uit aan het bestuur. In het advies van de commissie wordt met betrekking tot elke kandidaat gemotiveerd waarom hij geschikt, niet geschikt of nog niet geschikt wordt geacht en indien hij niet als eerste voor een vacature wordt geadviseerd, waarom hij als tweede etc. wordt geadviseerd. Het advies wordt ter inzage gelegd voor de leden van de gerechtsvergadering.

3.9. Indien er meerdere vacatures zijn, is het bovenstaande van overeenkomstige toepassing ten aanzien van elk van de vacatures.

3.10. De voorzitter en/of een delegatie van de commissie geeft desgewenst mondeling toelichting op het uitgebrachte advies aan het bestuur.

 

 

4. De aanbeveling / benoeming

4.1. De president bericht schriftelijk aan de sollicitanten en aan de leden van het hof de naam of de namen van de aanbevolen of benoemde sollicitant(en) en, indien aan de orde, de volgorde van aanbeveling. Indien de aanbeveling of benoeming afwijkt van het advies van de commissie doet de president daarvan gemotiveerd mededeling aan de leden van het hof. De
president stelt de sollicitant, desverlangd, op de hoogte van het ten aanzien van hem uitgebrachte advies.

4.2. De president, desgewenst tezamen met de voorzitter van de commissie, is beschikbaar voor een nagesprek met de sollicitanten.

 

 

5. Geheimhouding

5.1. De leden en de medewerkers van het hof betrachten geheimhouding ten aanzien van de persoonlijke informatie over de sollicitanten die zij in het kader van de procedure hebben verkregen. Over de uitkomst van de procedure wordt extern en naar de betrokken sollicitanten geheimhouding betracht totdat de president heeft bericht dat de aanbeveling is verzonden.

5.2. De leden van het bestuur en de leden van de commissie vernietigen na afloop van de sollicitatieprocedure de aan hen verstrekte persoonlijke gegevens over de sollicitanten.

 

 

6. Specifieke regelingen ten aanzien van bepaalde vacatures en functies

 

6.1. Raadsheren en (coördinerend) vice-presidenten

6.1.1. Bij een vacature (of vacatures) voor raadsheer evenals voor (coördinerend) vice- president wordt de commissie aangevuld met de staffunctionaris(sen) van de betrokken sector(en). Indien de staffunctionaris verhinderd is kan de sectorvoorzitter na overleg met de staffunctionaris of de EMA een vervanger aanwijzen. Indien geen sprake is van een betrokken
sector, wijst de president in overleg met de voorzitter van de commissie een van de (overige) staffunctionarissen aan.

6.1.2. Om voor aanbeveling in aanmerking te komen dienen kandidaten in elk geval door de Commissie aantrekken leden rechterlijke macht geschikt te zijn geoordeeld, te voldoen aan het functie-profiel raadsheer,  respectievelijk (coördinerend) vice-president, en te voldoen aan de
eventueel nader gestelde voorwaarden en/of eisen.

6.1.3. Behalve bij de door de kandidaat opgegeven referenten worden ten aanzien van kandidaten uit de rechterlijke macht in ieder geval inlichtingen ingewonnen bij de betrokken functionele autoriteit; ten aanzien van kandidaten die bij het hof werkzaam zijn bij de kamervoorzitter en/of de sectorvoorzitter; ten aanzien van kandidaten die bij het hof in opleiding zijn (geweest) tevens bij de opleider(s) of begeleider(s); ten aanzien van kandidaten uit de advocatuur bij de president van de rechtbank.

6.1.4. Het bestuur stelt, gehoord de adviescommissie, een (lijst van) aanbeveling op en zendt die door tussenkomst van de Raad voor de rechtspraak aan de regering.

 

6.2. Raadsheren-plaatsvervangers

Raadsheren-plaatsvervangers worden onderscheiden in drie categorieën:
a) raadsheren-plaatsvervangers honorair;
b) raadsheren-plaatsvervangers; en
c) raadsheren(-plaatsvervangers) in opleiding.

Als raadsheer-plaatsvervanger honorair wordt aangemerkt degene die niet beoogt over te stappen naar een reguliere functie in de rechterlijke macht. Degene die het voornemen heeft - op termijn- over te stappen, wordt aangemerkt als raadsheer-plaatsvervanger. Onder raadsheer(-plaatsvervanger) in opleiding wordt verstaan degene die als raadsheer-
plaatsvervanger in een opleidingstraject tot raadsheer komt.

 

-raadsheren-plaatsvervangers honorair-

6.2.1. Om voor aanbeveling in aanmerking te komen dienen kandidaten voor een raadsheerplaatsvervangerschap honorair in ieder geval geschikt te zijn geoordeeld door de zogenaamde Kleine Commissie van de CALRM.

6.2.2. Indien het bestuur voornemens is een kandidaat aan te bevelen voor benoeming tot raadsheer-plaatsvervanger honorair wordt dit voornemen met een korte toelichting via de E-mail kenbaar gemaakt aan de leden van de gerechtsvergadering. Een eventuele sollicitatiebrief met bijlagen, referenties en in ieder geval een curriculum vitae worden op het secretariaat ter inzage gelegd.

Ieder lid van de gerechtsvergadering kan binnen de in de e-mail vermelde termijn, die niet korter is dan acht dagen, gemotiveerd bezwaar maken tegen de aanbeveling.

6.2.3. Indien meer dan zeven leden van de gerechtsvergadering of, indien het een kandidaat voor een specifieke sector betreft meer dan drie leden van die sector bezwaar maken tegen de voorgenomen aanbeveling, zal het bestuur afzien van zijn voornemen dan wel, eventueel na een gesprek met de bezwaarden en/of een nadere schriftelijke motivering, opnieuw de
gerechtsvergadering consulteren via de E-mail procedure van het voorgaande artikel.

6.2.4. Indien een raadsheer-plaatsvervanger honorair op enig moment wenst te worden aangemerkt als een raadsheer-plaatsvervanger, als een raadsheer-(plaatsvervanger) in opleiding, dan wel besluit te solliciteren naar een reguliere functie als rechterlijk ambtenaar, dan gelden alsnog voor hem de eisen en procedures zoals voor die functies vermeld.

 

-raadsheren-plaatsvervangers-

6.2.5. Als raadsheer-plaatsvervanger wordt aangemerkt degene die het voornemen heeft -op termijn- over te stappen naar een reguliere functie bij het hof, terwijl hij (nog) niet begint of is begonnen in een specifiek opleidingstraject voor raadsheer.

6.2.6. Om voor aanbeveling in aanmerking te komen dienen kandidaten voor een raadsheer-plaatsvervangerschap in ieder geval geschikt te zijn geoordeeld door de zogenaamde Grote Commissie van de CALRM.

6.2.7. Indien het bestuur voornemens is een kandidaat aan te bevelen voor benoeming tot raadsheer-plaatsvervanger, geldt de procedure als beschreven in artikel 6.2.2.

6.2.8.Indien meer dan zeven leden van de gerechtsvergadering of, indien het een kandidaat voor een specifieke sector betreft, meer dan drie leden van die sector bezwaar maken tegen de voorgenomen aanbeveling, zal het bestuur afzien van zijn voornemen dan wel, anders dan in artikel 6.2.3. alsnog advies vragen aan de selectieadviescommissie.

6.2.9. Indien een raadsheer-plaatsvervanger besluit te solliciteren op een vacature raadsheer of (coördinerend) vice-president dan gelden voor hem alsnog de eisen en procedures zoals voor die functies vermeld.

 

-raadsheren(-plaatsvervangers) in opleiding-

6.2.10. Als raadsheer-(plaatsvervanger) in opleiding wordt aangemerkt degene die is benoemd tot raadsheer-plaatsvervanger om als zodanig een opleiding te volgen tot raadsheer.

6.2.11. Om voor aanbeveling in aanmerking te komen dienen kandidaten voor een raadsheer-plaatsvervangerschap in opleiding in ieder geval in potentie geschikt te zijn geoordeeld door de (grote) Commissie aantrekken leden rechterlijke macht.

6.2.12. Indien het bestuur voornemens is een kandidaat aan te bevelen voor benoeming tot raadsheer-plaatsvervanger in opleiding vraagt het bestuur advies aan de commissie.

6.2.13. De commissie wordt in dat geval aangevuld met de opleidingscoördinator dan wel met een door de voorzitter van de commissie in overleg met de president aan te wijzen rechterlijk ambtenaar die met opleiding is belast.

6.2.14. De commissie adviseert omtrent de vraag of verwacht mag worden dat de kandidaat de opleiding met goed gevolg zal afsluiten en in beginsel geschikt kan worden geoordeeld als raadsheer bij het hof.

6.2.15. Een raadsheer-plaatsvervanger in opleiding die de opleiding met goed gevolg heeft doorlopen kan door het bestuur worden aanbevolen voor benoeming in een vacature raadsheer.

6.2.16. Indien een raadsheer-plaatsvervanger in opleiding die de opleiding met goed gevolg heeft doorlopen, solliciteert naar een vacature raadsheer waarvoor zich nog een of meer andere kandidaten hebben gemeld, dan geldt ook voor hem de procedure als bedoeld onder 6.1.

6.3. kwaliteitscoördinatoren

6.3.1. Elke sector heeft een kwaliteitscoördinator. Hij wordt door het bestuur benoemd voor een termijn van drie jaar. Aansluitend kan hij één maal voor een periode van drie jaar worden herbenoemd.

6.3.2. Omtrent een voorgenomen benoeming, evenals omtrent een voorgenomen herbenoeming vraagt het bestuur advies aan de commissie.

6.3.3. Voor het uitbrengen van het advies omtrent de (her)benoeming van de kwaliteitscoördinator wordt de commissie uitgebreid met de coördinerend secretaris, dan wel met de staffunctionaris, van de betrokken sector.

6.3.4. De commissie stelt de rechterlijk ambtenaren en, indien deze niet deel uitmaakt van de commissie, de staffunctionaris van de betrokken sector in de gelegenheid inlichtingen over de kandidaat of de kandidaten te verschaffen.

6.4. Voorzitter en leden van de hofcommissie juridische kwaliteit

6.4.1. De hofcommissie juridische kwaliteit bestaat uit de leden van de sectorcommissies juridische kwaliteit vermeld in artikel 4.2. derde lid van het Reglement van het gerechtshof.

6.4.2. De voorzitter van de hofcommissie is een (coördinerend) vice-president en wordt, al dan niet uit de leden van de commissie, benoemd door de gerechtsvergadering op voordracht van het bestuur.

6.5. Bestuursleden

6.5.1. De aanbevelingsprocedure voor bestuursleden is geregeld in de Aanbevelingsprocedure voor voorzitters en leden van het gerechtsbestuur zoals vastgesteld door de Raad voor de rechtspraak.

6.5.2. Indien de aanbeveling meebrengt dat een rechterlijk ambtenaar als bestuurder kan worden benoemd die niet bij het hof werkzaam is, dan wordt het adviesrecht als bedoeld in artikel 1 e, derde lid van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren namens de gerechtsvergadering uitgeoefend door de rechterlijke ambtenaren die lid zijn van de in die aanbevelingsprocedure van de Raad voorgeschreven benoemingsadviescommissie.

 

 

7. Onvoorziene situaties

In situaties of gevallen waarin deze regeling niet voorziet, beslist de president na overleg met de voorzitter van de commissie.

8. Slotbepalingen

8.1. Deze regeling is vastgesteld door het bestuur na overleg met de ondernemingsraad en na advies, en waar nodig na instemming, van de gerechtsvergadering. Voor wijzigingen en aanvullingen geldt dezelfde procedure.

8.2. De regeling treedt in werking op 1 februari 2004.

30 januari 2004,
namens het bestuur,

w.g. mr. G.A.M. Stevens,
president