AG: Rechter mag strafblad niet ambtshalve opvragen in toelatingsprocedure schuldsanering

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksHoge Raad der Nederlanden > Nieuws > AG: Rechter mag strafblad niet ambtshalve opvragen in toelatingsprocedure schuldsanering
Den Haag, 06 juli 2016

Een rechter die beslist over toelating tot de schuldsaneringsregeling handelt in strijd met de regels van een behoorlijke rechtspleging als hij ambtshalve iemands strafblad (uittreksel justitiële gegevens) opvraagt. Daarbij is het ongewenst dat een rechter dit doet. Dat schrijft advocaat-generaal Ruth de Bock in een advies aan de Hoge Raad. Volgens haar kon degene die toelating tot de schuldsaneringsregeling vraagt namelijk van te voren niet weten dat die gegevens door de rechter worden opgevraagd en tot weigering kunnen leiden.

In deze zaak hebben rechtbank en hof bij de beoordeling van een verzoek om tot de schuldsaneringsregeling (Wet schuldsanering natuurlijke personen) te worden toegelaten, gebruik gemaakt van een uittreksel uit de justitiële gegevens van betrokkene. Dit hebben zij ambtshalve opgevraagd. 
Het verzoek om toelating tot de schuldsaneringsregeling is vervolgens afgewezen, waarbij meespeelde dat uit het uittreksel justitiële gegevens blijkt dat betrokkene door de politierechter wegens mishandeling van een verkeersregelaar is veroordeeld tot een taakstraf.

Een regeling in de wet of het procesreglement over het opvragen van een uittreksel justitiële gegevens in een schuldsaneringsprocedure ontbreekt. Bovendien is voor de toelating tot de schuldsaneringsregeling slechts relevant of betrokkene strafrechtelijke schulden heeft. Het uittreksel justitiële gegevens geeft hierover geen aanvullende informatie ten opzichte van de gegevens die al in het dossier (moeten) zitten. Voor zover het uittreksel informatie zou kunnen verschaffen die van invloed zou kunnen zijn op de beslissing tot toelating, staat het daarmee te verkrijgen voordeel voor de rechter in geen verhouding tot de vergaande inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van betrokkene.

De handelwijze levert ten slotte ook strijd op met het in art. 8 EVRM neergelegde recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer.
Het hof had het uittreksel justitiële gegevens volgens de advocaat-generaal dus niet ambtshalve mogen opvragen.

De conclusie van de advocaat-generaal is een onafhankelijk advies aan de Hoge Raad die vrij is dat al dan niet te volgen.

Uitspraken

Meest gelezen berichten