Aannemer ten onrechte geen belasting in rekening gebracht bij bouw brug Sint Maarten

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksHoge Raad der Nederlanden > Nieuws > Aannemer ten onrechte geen belasting in rekening gebracht bij bouw brug Sint Maarten
Den Haag, 28 juni 2019

Een aannemer heeft ten onrechte geen belasting op bedrijfsomzetten in rekening gebracht bij de bouw van een brug op Sint Maarten. Dat is het gevolg van een uitspraak van de Hoge Raad van vandaag. De uitspraak komt er in het kort op neer dat een toezegging tot het uitvaardigen van een aanschrijving bij een belastingplichtige niet een gerechtvaardigd vertrouwen kan wekken dat de belastinginspecteur zal handelen in overeenstemming met deze toegezegde aanschrijving voordat of zonder dat deze van kracht is geworden.

De zaak gaat over het volgende. De regering van Sint Maarten heeft in 2010 besloten een brug aan te leggen tussen Simpson Bay en Cole Bay. De belastingplichtige in deze zaak was een van de aannemers van dit project. De opdrachtgever van het project had de Minister van Financiën van Sint Maarten verzocht om een aanschrijving waarin vrijstelling van belasting op bedrijfsomzetten zou worden verleend voor leveringen en diensten die door ondernemers in het kader van het project worden verricht. De aannemer heeft vervolgens op verzoek van de opdrachtgever geen belasting op bedrijfsomzetten in rekening gebracht. Na een regeringswissel werd het verzoek om deze aanschrijving schriftelijk afgewezen. Volgens de aannemer is de aanschrijving door de Minister mondeling toegezegd en mocht hij  erop vertrouwen dat de door hem verrichte leveringen en diensten zouden worden vrijgesteld van belasting op bedrijfsomzetten.

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba Hof oordeelde dat als de toezegging al zou zijn gedaan, deze toezegging van de Minister als uitvoerder van de wet zozeer in strijd zou zijn met de Landsverordening belasting op bedrijfsomzetten dat de belastingplichtige in redelijkheid niet op de nakoming daarvan mocht rekenen.

De Hoge Raad oordeelt dat de door het Hof gehanteerde maatstaf niet geldt als het gaat om de vraag of een belastingplichtige gerechtvaardigd vertrouwen kan ontlenen aan een door de Minister bij aanschrijving vastgestelde beleidsregel. Omdat de mondeling toegezegde aanschrijving echter niet tot stand is gekomen, geldt volgens de Hoge Raad dat een belastingplichtige aan een zodanige toezegging geen te honoreren vertrouwen kan ontlenen dat de inspecteur zal handelen in overeenstemming met deze toegezegde aanschrijving, voordat of zonder dat deze van kracht is geworden. Dit betekent dat de aannemer in kwestie ten onrechte geen belasting op bedrijfsomzetten in rekening heeft gebracht.

Uitspraken