Laden...

Advies AG aan Hoge Raad: veroordelingen 'Context'-verdachten in stand laten

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksHoge Raad der Nederlanden > Nieuws > Advies AG aan Hoge Raad: veroordelingen 'Context'-verdachten in stand laten
Den Haag, 03 december 2019

De veroordelingen van vier verdachten in het terrorismeproces ‘Context’ dienen in stand te blijven. Dat adviseert advocaat-generaal Hofstee de Hoge Raad in zijn conclusies van vandaag.

In de zaak Context gaat het om een Haags samenwerkingsverband waarvan het gerechtshof Den Haag bewezen acht dat het een criminele en terroristische organisatie betreft. Volgens het hof had deze organisatie onder meer het oogmerk op het opruien tot deelname aan de gewapende strijd in Syrië, het werven van Syriëgangers, het financieren van terrorisme en het bevorderen of vergemakkelijken van door jihadstrijders te plegen levensdelicten in Syrië. Onder invloed en met behulp van deze organisatie zijn uit Nederland mensen afgereisd naar Syrië om zich bij de gewapende strijdgroepen aan te sluiten. Het gerechtshof legde de verdachten straffen op variërend van een gevangenisstraf van vijf jaar en drie maanden tot een gevangenisstraf van drie maanden voorwaardelijk.

Vier van de verdachten zijn het niet eens met de uitspraak van het hof. Zij hebben cassatie ingesteld bij de Hoge Raad. Van deze verdachten vindt het gerechtshof bewezen dat zij deel hebben uitgemaakt van de organisatie. Eén van hen zou daarnaast zelf naar Syrië zijn gegaan en daar onder meer hebben deelgenomen aan een trainingskamp voor terrorisme. De andere drie zouden vanuit Nederland hebben bijgedragen aan de organisatie. In dat verband worden zij ervan verdacht zich schuldig te hebben gemaakt aan diverse uitingsdelicten, onder meer op social media.

De advocaten van de verdachten vragen de Hoge Raad de beslissingen van het gerechtshof te vernietigen. De drie verdachten die niet in Syrië zijn geweest, klagen met name dat de door hen veelal op internet gedane en verspreide uitingen niet ‘opruien tot enig strafbaar feit’, zoals dat in het Wetboek van Strafrecht strafbaar is gesteld. Zij klagen daarnaast ook dat hun veroordeling voor deze uitingsdelicten een niet-gerechtvaardigde beperking is van hun vrijheid van godsdienst en van hun vrijheid van meningsuiting. Namens de verdachte die naar Syrië is afgereisd zijn klachten naar voren gebracht die voornamelijk betrekking hebben op zijn veroordeling wegens het deelnemen aan een trainingskamp voor terrorisme. De eerste klacht houdt in dat Nederland voor dit feit geen rechtsmacht heeft. Ten tweede wordt geklaagd dat niet kan worden bewezen dat de verdachte in het trainingskamp daadwerkelijk kennis of vaardigheden heeft verworven voor het begaan van terroristische misdrijven, zoals de wet vereist. Ten derde zou de veroordeling van de verdachte in strijd zijn met het recht op een eerlijk proces, omdat deze in beslissende mate steunt op de verklaring van een getuige die de verdediging niet heeft kunnen ondervragen.

In zijn uitvoerige conclusies gaat de advocaat-generaal in op deze en andere aspecten van de zaken. Hij komt in zijn advies tot de slotsom dat de cassatiemiddelen niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van het gerechtshof en terugwijzing naar het gerechtshof van één of meer van de zaken. Hij adviseert de Hoge Raad dan ook de uitspraken in stand te laten.

De uitspraak van de Hoge Raad is voorlopig bepaald op 28 januari 2020.

De conclusie van de advocaat-generaal is een onafhankelijk advies aan de Hoge Raad, die vrij is dat al dan niet te volgen. De advocaat-generaal is lid van het parket bij de Hoge Raad. Het parket bij de Hoge Raad is een zelfstandig, onafhankelijk onderdeel van de rechterlijke organisatie. Het behoort niet tot het Openbaar Ministerie.

Uitspraken