Advies AG aan Hoge Raad: veroordelingen tot levenslang wegens 'Drentse roofmoorden' in stand laten

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksHoge Raad der Nederlanden > Nieuws > Advies AG aan Hoge Raad: veroordelingen tot levenslang wegens 'Drentse roofmoorden' in stand laten
Den Haag, 19 maart 2019

De veroordelingen tot levenslang van twee verdachten wegens de ‘Drentse roofmoorden’ dienen in stand te worden gelaten. Dat adviseert advocaat-generaal (AG) Spronken de Hoge Raad in haar conclusie die vandaag is gepubliceerd.

Het gaat in deze zaken om de betrokkenheid van twee broers bij het doden van een man uit Dwingeloo in november 2012 in het natuurgebied Dwingelderveld en het doden van een echtpaar uit Exloo in juli 2013. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeelde beide broers wegens het driemaal medeplegen van moord tot een levenslange gevangenisstraf. Zowel de twee verdachten als de nabestaanden van de slachtoffers gingen in cassatie bij de Hoge Raad.

De advocaat van de jongere broer vraagt de Hoge Raad de beslissing van het hof dat hij de moord op de man uit Dwingeloo heeft medegepleegd te vernietigen, omdat de broers alleen van plan waren de man te beroven en hij tevoren niet wist dat zijn broer op de man zou schieten. Daarom was er volgens de verdediging ook geen sprake van voorbedachte raad.

Daarnaast stellen beide verdachten dat de levenslange gevangenisstraf in strijd is met het verbod op onmenselijke behandeling of bestraffing zoals neergelegd in artikel 3 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Door het gebrek aan re-integratie activiteiten in de eerste periode van de levenslange gevangenisstraf bestaat volgens de advocaten van de verdachten geen reële mogelijkheid tot herbeoordeling van de levenslange gevangenisstraf die kan leiden tot verkorting van de straf na 25 jaar.

Volgens de AG slaagt de cassatieklacht van de jongere broer tegen de beslissing van het hof dat hij de moord in Dwingelderveld heeft medegepleegd, niet. Het hof heeft in de zaak van de jongere broer vastgesteld dat hij in alle facetten samen is opgetrokken met zijn oudere broer bij de moord op de man in Dwingeloo. Het plan tot beroving en de vervolgens uitgevoerde moord gingen hand in hand. De jongere broer wist ruim tevoren dat met het meegebrachte vuurwapen zou (kunnen) worden geschoten. Dat zijn oudere broer en niet de verdachte zelf heeft geschoten was voor hem voorzienbaar. Wie geschoten heeft, is voor de vraag of verdachte als medepleger kan worden aangemerkt niet van doorslaggevende betekenis. De jongere broer heeft ook ruim de gelegenheid gehad daarover na te denken en had naar zijn eigen zeggen zijn oudere broer nog kunnen tegenhouden. Dat heeft hij niet gedaan. Het hof heeft in dit geval kunnen aannemen dat bij de jongere broer sprake is van medeplegen van de levensberoving en voorbedachte raad daarop. Het hof heeft dit ook voldoende gemotiveerd.

Voor wat betreft de cassatieklachten over de opgelegde levenslange gevangenisstraf is van belang dat de Hoge Raad op 19 december 2017 heeft geoordeeld dat de levenslange gevangenisstraf, na de invoering in 2017 van de mogelijkheid dat levenslanggestraften na 25 jaar in vrijheid kunnen worden gesteld, niet in strijd is met het EVRM. De Hoge Raad heeft vastgesteld dat daarbij ook gedurende de eerste 25 jaar van de straf resocialisatiemogelijkheden worden aangeboden en dat beslissingen hierover door de rechter kunnen worden getoetst. Volgens de AG zijn in cassatie geen nieuwe omstandigheden aangevoerd waarom daar nu anders over moet worden gedacht. De AG adviseert dan ook deze cassatieklacht te verwerpen.

Ook de klachten die zijn ingediend namens de nabestaanden van de slachtoffers over de hoogte van de door het hof toegekende schadevergoeding zijn volgens de AG niet gegrond.

De AG adviseert de Hoge Raad dan ook alle cassatieklachten te verwerpen en de arresten van het hof in stand te laten.

Het is nog niet bekend wanneer de Hoge Raad uitspraak zal doen in beide zaken. 

Uitspraken

Meest gelezen berichten