Laden...

Adviezen AG aan Hoge Raad in 'Quote 500'-zaken

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksHoge Raad der Nederlanden > Nieuws > Adviezen AG aan Hoge Raad in 'Quote 500'-zaken
Den Haag, 19 november 2019

De veroordeling van een man wegens het medeplegen van meerdere inbraken, pogingen daartoe en deelneming aan een criminele organisatie kan in stand blijven. Dat adviseert advocaat-generaal (AG) Aben de Hoge Raad in zijn conclusie die vandaag is gepubliceerd. De verdachte maakte deel uit van de zogenoemde ‘Quote 500’-groepering en is één van de drie broers die als hoofdverdachten worden gezien.

De inbraken vonden veelal plaats in (kapitale) villa’s van vermogende ‘Quote 500’-genoteerde personen door heel Nederland. De buit bestond vaak uit dure horloges, sieraden en geld.

Het gerechtshof legde de verdachte een gevangenisstraf van 54 maanden op. De verdachte stelde beroep in cassatie in.

De advocaat van de verdachte vraagt de Hoge Raad de beslissing van het gerechtshof te vernietigen. Het bewijs van meerdere strafbare feiten heeft het hof ontleend aan de inhoud van gesprekken die de politie met een technisch hulpmiddel in een auto heeft opgenomen. De politieagenten die de verdachte verhoorden, hebben deze gesprekken beluisterd. Op basis van de herkenning van de stem hebben zij bepaalde uitlatingen in een aantal gesprekken aan de verdachte toegeschreven en beschreven in een proces-verbaal. De advocaat van de verdachte is van mening dat het gerechtshof ten onrechte dat proces-verbaal tot het bewijs heeft toegelaten omdat de stemherkenning als methode onvoldoende betrouwbaar is.

In de visie van de AG gaat deze cassatieklacht niet op. Er is geen reden om spreker-identificatie door politieagenten categorisch van het bewijs uit te sluiten. Het is aan de rechter om in een concreet geval te beoordelen of een waarneming van een politieagent voldoende betrouwbaar is en daarmee kan bijdragen aan het bewijs. In de zaak in kwestie kan onder meer uit de vaststellingen van het hof worden afgeleid dat de politieagenten niet alleen bekend waren met de stem van de verdachte nadat zij hem hadden gehoord maar ook door tapgesprekken. Daarnaast vindt de stemherkenning steeds steun in ander bewijs. De AG vindt dan ook dat het hof in dit geval de uitkomsten van het stemherkenningsonderzoek tot het bewijs heeft kunnen toelaten en dit ook voldoende heeft gemotiveerd.

Ook de andere cassatieklachten leiden in de visie van de AG niet tot vernietiging van de uitspraak. De veroordeling kan dan ook in stand blijven. Vanwege de duur van de procedure adviseert de AG de opgelegde straf iets te verminderen.

In de ontnemingszaak legde het gerechtshof de verdachte een ontnemingsmaatregel op van ruim 20.000 euro. Tegen deze beslissing stelde de verdachte eveneens beroep in cassatie in. Omdat in deze zaak geen cassatiemiddelen zijn ingediend, adviseert de AG de verdachte niet-ontvankelijk te verklaren in zijn cassatieberoep.

In de ontnemingszaak tegen een andere verdachte, een goede vriend van de drie broers, adviseert de AG de uitspraak van het gerechtshof te vernietigen en de zaak over te doen. Het gerechtshof legde aan betrokkene een ontnemingsmaatregel op van bijna 34.000 euro, onder meer bestaande uit de opbrengst van een Rolex-horloge. De betrokkene stelde tegen deze uitspraak beroep in cassatie in. Omdat de betrokkene in de strafzaak veroordeeld is voor het medeplegen van witwassen vindt de AG het oordeel van het gerechtshof dat het wederrechtelijk verkregen voordeel, bestaande uit de opbrengst van het Rolex-horloge, volledig aan hem moet worden toegerekend, niet voldoende gemotiveerd.

De uitspraak van de Hoge Raad is voorlopig bepaald op 14 januari 2020.

De conclusie van de advocaat-generaal is een onafhankelijk advies aan de Hoge Raad, die vrij is dat al dan niet te volgen. De advocaat-generaal is lid van het parket bij de Hoge Raad. Het parket bij de Hoge Raad is een zelfstandig, onafhankelijk onderdeel van de rechterlijke organisatie. Het behoort niet tot het Openbaar Ministerie.

Uitspraken