Advocaat-generaal vordert herziening veroordeling doodslag 37-jarige vrouw

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksHoge Raad der Nederlanden > Nieuws > Advocaat-generaal vordert herziening veroordeling doodslag 37-jarige vrouw
Den Haag, 12 oktober 2018

Vandaag heeft advocaat-generaal Aben een vordering tot herziening ingediend bij de Hoge Raad in een zaak waarin het gaat om de veroordeling en oplegging van de tbs-maatregel voor doodslag op een 37-jarige vrouw in Hintham op 10 april 2000.

Achtergrond

Op 10 april 2000 werd in een flat het stoffelijk overschot aangetroffen van een 37-jarige vrouw. Zij bleek door een halssnede om het leven te zijn gekomen. Haar partner B. werd als verdachte aangehouden en vervolgd. Het gerechtshof vond doodslag bewezen, maar B. werd ontslagen van alle rechtsvervolging omdat het misdrijf hem niet kon worden toegerekend. Hij kreeg tbs met dwangverpleging opgelegd voor dit misdrijf en daarnaast voor een bedreiging, waarvoor nu geen herziening wordt gevraagd. De uitspraak werd in 2008 onherroepelijk.

Het gerechtshof heeft zich bij het onderzoek geconcentreerd op twee scenario’s: hetzij B. heeft de keel van de vrouw met een mes doorgesneden, hetzij de vrouw heeft zichzelf met een mes de keel doorgesneden. Voor eventuele andere scenario’s waren geen aanknopingspunten. Het hof verwierp op basis van twee rapportages en verklaringen van deskundigen het scenario van zelfdoding en achtte, nagenoeg uitsluitend gebaseerd op de conclusies van deze twee deskundigen, voldoende bewijs aanwezig voor doodslag.

In 2016 diende de raadsman van B. een verzoek tot nader onderzoek in bij de procureur-generaal bij de Hoge Raad. De advocaat-generaal die de zaak behandelt, Aben, vroeg advies aan de Adviescommissie afgesloten strafzaken (ACAS). Deze adviescommissie adviseert over de wenselijkheid en inhoud van nader onderzoek. Op verzoek van de ACAS is door deskundigen van het NFI nader onderzoek gedaan. Een bloedspoorpatroondeskundige onderzocht bloedsporen op de kleding en de schoenen van de veroordeelde en van de vrouw, in eerste instantie op basis van foto’s van deze kleding en schoenen, en ook van filmmateriaal van een in 2005 gehouden reconstructie. Uit dit onderzoek bleek volgens het NFI dat het bloedsporenbeeld op de kleding en schoenen meer past bij het scenario waarin de verdachte niet aanwezig is geweest bij het overlijden van de vrouw dan bij het scenario waarin de verdachte wel aanwezig is geweest. Bovendien is door een forensisch arts van het NFI onderzoek verricht aan foto’s van de snijwond in de hals van de vrouw. Deze arts kwam tot de conclusie dat de snijwond geen informatie gaf over de snijrichting en over de vraag of de wond door de vrouw bij zichzelf is aangebracht, of door een ander persoon.

Deze nieuwe conclusies wijken af van de conclusies van de eerdere deskundigen.


De ACAS adviseerde de advocaat-generaal (pdf, 542,3 KB) in juni 2018 aanvullend fysiek sporenonderzoek te doen aan de kleding en schoenen zelf. De advocaat-generaal volgde dit advies (pdf, 296 KB). Het aanvullend onderzoek is recent uitgevoerd door het NFI. Deze onderzoeksresultaten steunen de eerder door het NFI getrokken conclusie dat zelfmoord waarschijnlijker is dan moord/doodslag. De resultaten van dit onderzoek vormen de aanleiding voor deze vordering tot herziening.

De inhoud van de vordering

De advocaat-generaal betoogt in de vordering dat op grond van de nieuwe onderzoeksresultaten de veroordeling moet worden herzien. De nieuwe rapporten verhouden zich slecht met de bewezenverklaring voor doodslag en wijzen in de richting van zelfdoding. Met deze nieuwe inzichten kon het gerechtshof destijds nog niet bekend zijn. Daarom ziet de advocaat-generaal deze twee nieuwe rapporten als nova die moeten leiden tot de herziening van de uitspraak waarbij doodslag werd bewezenverklaard.

Verdere gang van zaken

De Hoge Raad zal nu over de vordering moeten beslissen. Indien de Hoge Raad tot herziening beslist, zal hij de zaak verwijzen naar een hof dat nog niet over de zaak heeft geoordeeld. Dat hof zal de zaak tegen de veroordeelde dan opnieuw moeten onderzoeken en beoordelen.

De advocaat-generaal is lid van het parket bij de Hoge Raad. Het parket bij de Hoge Raad is een zelfstandig, onafhankelijk onderdeel van de rechterlijke organisatie. Het behoort niet tot het Openbaar Ministerie.

Herziening

Herziening is een buitengewoon rechtsmiddel dat leidt tot een procedure bij de Hoge Raad. Herziening in het voordeel van de veroordeelde is onder meer mogelijk als na een onherroepelijke veroordeling in een strafzaak een nieuw gegeven (een zogenoemd novum) bekend wordt, dat de rechter niet eerder kende en dat het ernstige vermoeden wekt dat de rechter destijds niet zou hebben veroordeeld, dan wel een minder zware strafbepaling zou hebben toegepast als hij van dat gegeven op de hoogte was geweest.

Voorafgaand aan een herzieningsaanvraag kan een (onherroepelijk) veroordeelde de procureur-generaal bij de Hoge Raad vragen om onderzoek te doen naar het bestaan van mogelijke gronden voor de herziening van een onherroepelijke veroordeling. De procureur-generaal kan – en is bij veroordelingen tot een gevangenisstraf van zes jaren of meer daartoe verplicht – advies vragen aan de Adviescommissie afgesloten strafzaken (ACAS). Deze adviescommissie adviseert over de wenselijkheid en de inhoud van nader onderzoek. De commissie bestaat uit vijf leden en vijf plaatsvervangende leden, onder wie twee wetenschappers, een deskundige op het terrein van de politiepraktijk, een advocaat en een lid van het Openbaar Ministerie, ondersteund door een secretaris.

In de resultaten van het onderzoek kan de veroordeelde reden zien om een herzieningsaanvraag bij de Hoge Raad in te dienen. De advocaat-generaal kan ook zelf een vordering tot herziening doen.

Uitspraken

Meest gelezen berichten