Conclusie AG: onvoldoende overtuigend bewijs tegen Zes van Breda

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksHoge Raad der Nederlanden > Nieuws > Conclusie AG: onvoldoende overtuigend bewijs tegen Zes van Breda
Den Haag, 06 juni 2017

In de strafzaak tegen de Zes van Breda zijn volgens de advocaat-generaal bij de Hoge Raad Harteveld de al eerder ontstane twijfels aan de juistheid van hun veroordeling nog steeds niet weggenomen.

Het zestal, drie mannen en drie vrouwen, was veroordeeld wegens de moord in 1993 op een Chinese restauranthoudster in Breda. De Hoge Raad wees een verzoek tot herziening van die veroordeling in 2012 toe, waarna het hof Den Haag in 2015 de zaak opnieuw heeft behandeld maar de veroordeling in stand liet. Tegen die veroordeling is bij de Hoge Raad cassatieberoep ingesteld dat volgens de AG Harteveld slaagt.

Het bewijs in deze zaken berust nog steeds op de verklaringen van de drie vrouwelijke verdachten, die  later zijn ingetrokken. Ondersteunend bewijs ontbreekt terwijl er juist wel aanwijzingen zijn dat hun verklaringen niet kunnen kloppen. Met name zijn er de verklaringen van twee getuigen die de nacht van de moord in een bushokje vlakbij het Chinese restaurant hebben gezeten. Deze verklaringen waren later opgedoken en vormden in 2012 de reden voor herziening van de zaak. Volgens het hof Den Haag zijn die verklaringen van destijds in het latere onderzoek niet voldoende bevestigd. Volgens de AG is dat geen goede reden om de eerste verklaringen van die getuigen te negeren.

Ook is er een bloeddruppel gevonden in het restaurant die niet van een van de zes verdachten kan zijn, maar volgens DNA-onderzoek hoort bij een (onbekende) persoon van Aziatisch-Oceanische afkomst. Het hof Den Haag beredeneert volgens de AG op ondeugdelijke gronden dat deze bloeddruppel niets met het delict te maken kan hebben.

Als het advies van de AG wordt gevolgd dan zou de zaak verwezen moeten worden naar een ander gerechtshof voor een nieuwe berechting.

De conclusie van de advocaat-generaal is een onafhankelijk advies aan de Hoge Raad die vrij is dat al dan niet te volgen.

De Hoge Raad verwacht op 19 december uitspraak te doen in deze zaak.

Uitspraken

Meest gelezen berichten