Conclusie PG: beslissing in rechtszaak tussen advocaat en voormalig rechter over onrechtmatigheid van eerdere procedure in stand laten

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksHoge Raad der Nederlanden > Nieuws > Conclusie PG: beslissing in rechtszaak tussen advocaat en voormalig rechter over onrechtmatigheid van eerdere procedure in stand laten
Den Haag, 17 augustus 2018

De beslissing in een rechtszaak tussen een advocaat en een voormalig rechter over de onrechtmatigheid van een eerdere civiele procedure in de periode 2004–2009 moet in stand blijven. Dat adviseert plv. procureur-generaal Langemeijer de Hoge Raad in zijn vandaag gepubliceerde conclusie. Wel vindt hij dat de beslissing dat een uitlating in een brief van de Raad voor de rechtspraak aan een Tweede Kamerlid onrechtmatig was, vernietigd en opnieuw beoordeeld moet worden.

In deze zaak procedeert een advocaat tegen een voormalig rechter en de Staat om eerherstel en schadevergoeding te krijgen. De oud-rechter startte in 2004 eerst zelf een procedure tegen deze advocaat vanwege een interview in een boek. Die procedure is uiteindelijk in 2009 ingetrokken.

De advocaat spande vervolgens in 2010 een civiele procedure aan tegen de oud-rechter en de Staat. Hij is van mening dat hij in zijn goede naam en in zijn werk als advocaat is geschaad doordat de rechter de eerdere procedure is begonnen op basis van een leugen over een telefoongesprek tussen die advocaat en die rechter ten tijde van de Chipsholzaak. Hij is bovendien van mening dat hij is benadeeld door de financiële en andere steun die de Raad voor de rechtspraak aan de voormalig rechter heeft verleend.

Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch oordeelde op 7 maart 2017 (ECLI:NL:GHSHE:2017:890) dat er wel degelijk ten tijde van de Chipsholzaak telefonisch contact is geweest tussen de oud-rechter en de advocaat. Met het aanspannen van de eerste procedure waarin dat telefonisch contact tegen beter weten in werd ontkend, heeft de oud-rechter onrechtmatig gehandeld wegens misbruik van procesrecht. Verder oordeelde het gerechtshof dat de Raad voor de rechtspraak onrechtmatig heeft gehandeld door een bepaalde passage op te nemen in een brief waarin de Raad aan een Tweede Kamerlid uitleg gaf over de kwestie.

Alle drie bij de zaak betrokken partijen (de advocaat, de oud-rechter en de Staat) hebben beroep in cassatie ingesteld bij de Hoge Raad.

De plaatsvervangend procureur-generaal Langemeijer heeft in de vandaag gepubliceerde conclusie de Hoge Raad geadviseerd het oordeel van het Hof over de onrechtmatigheid van de procedure die de oud-rechter in 2004 startte, in stand te laten. Verder vindt hij dat de beslissing over de onrechtmatige uitlating in de brief van de Raad voor de rechtspraak moet worden vernietigd en dit geschilpunt opnieuw moet worden beoordeeld.

Het is nog niet bekend wanneer de Hoge Raad uitspraak doet in deze zaken.

De conclusie van de (plv.) procureur-generaal is een onafhankelijk advies aan de Hoge Raad, die vrij is dat advies al dan niet te volgen. Het parket bij de Hoge Raad is een zelfstandig, onafhankelijk onderdeel van de rechterlijke organisatie. Het behoort niet tot het Openbaar Ministerie.

Uitspraken

Meest gelezen berichten