Conclusie PG: verzoek tot wraking van alle raadsheren in de strafkamer Hoge Raad ongegrond

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksHoge Raad der Nederlanden > Nieuws > Conclusie PG: verzoek tot wraking van alle raadsheren in de strafkamer Hoge Raad ongegrond
Den Haag, 09 november 2018

Raadsheren die aanschuiven bij de beraadslaging over zaken bij de Hoge Raad zonder dat zij zijn aangewezen om mee te beslissen. Mag dat? Volgens advocaat mr. Jebbink niet. Wanneer de geheime beraadslagingen in raadkamer plaatsvinden, mogen daarbij alleen de raadsheren zijn die volgens de regels met de behandeling en de beslissing in de zaak belast zijn, vindt hij.

Omdat het in de praktijk anders loopt, diende hij een wrakingsverzoek in tegen de hele strafkamer van de Hoge Raad. De procureur-generaal bij de Hoge Raad, mr. J. Silvis, adviseert het hoogste rechtscollege om dat wrakingsverzoek te verwerpen. De rechtzoekende houdt de onpartijdige rechter zoals dat is vastgelegd. De bredere beraadslaging dient de rechtseenheid, is niet strijdig met de wet en voldoet aan normen van eerlijke berechting. Dat staat, uitvoerig onderbouwd, in de vandaag gepubliceerde conclusie van de procureur-generaal. De wrakingskamer van de Hoge Raad, waarin voor deze gelegenheid geen leden van de strafkamer zitten, heeft tijdens de openbare hoorzitting aangekondigd zo mogelijk dit jaar nog uitspraak te zullen doen. Het gaat om een principiële zaak.

Eerder, in 2017, diende emeritus hoogleraar mr. H.U. Jesserun d’Oliveira een strafklacht in tegen de leden van de Hoge Raad, omdat volgens hem door de praktijk van ‘meeraadkameren’ het geheim van de raadkamer werd geschonden. Het Openbaar Ministerie seponeerde die zaak.

Het wrakingsverzoek is door mr. Jebbink ingediend in een strafzaak tegen een vrouw die verdacht wordt van het verstoren van een gemeenteraadsvergadering in Zeist in 2015. Op die vergadering was een bespreking gepland over het onderbrengen van uitgeprocedeerde asielzoekers op het terrein van detentiecentrum Zeist in Soesterberg (Kamp Zeist). Deze zaak ligt in cassatie voor bij de Hoge Raad.

Strafzaken in cassatie worden behandeld en beslist door een zetel van drie of vijf raadsheren. In de praktijk van de Hoge Raad kan deze zetel van drie of vijf raadsheren zich laten adviseren door collega-raadsheren, ook wel reservisten genoemd. Reservisten zijn leden van een kamer die niet zijn aangewezen om de zaak te behandelen en te beslissen. Volgens het gepubliceerde Protocol deelname aan de behandeling en beraadslaging (pdf, 333,9 KB) nemen reservisten deel aan de beraadslaging in raadkamer met het oog op het bewaken van de rechtseenheid in de eigen uitspraken.

Volgens advocaat Jebbink is deze werkwijze in strijd met de Grondwet en met internationale verdragen. In zijn visie heeft de aanwezigheid van reservisten tot doel de zetel te beïnvloeden. Daarnaast vindt hij dat de reservisten, door deel te nemen aan de beraadslaging in raadkamer, de zaak feitelijk mee behandelen. Er zou dan geen sprake meer zijn van een onafhankelijk en onpartijdig gerecht zoals de wet en internationale verdragen dat voorschrijven. Ook is onduidelijk wie aan de beraadslaging meedoen nu dit op vrijblijvende basis zou gebeuren. Daarmee is de rechtspraak van de Hoge Raad niet transparant.

De leden van de strafkamer hebben aangegeven niet in de wraking te berusten en geen behoefte te hebben te worden gehoord. Het wrakingsverzoek is op 29 oktober jl. in het openbaar op een zitting behandeld.

De procureur-generaal stelt in zijn conclusie dat strafzaken in cassatie worden behandeld én beslist door een zetel van drie of vijf raadsheren, zoals de wet dat voorschrijft. De aanwezigheid van andere raadsheren en hun eventuele inbreng bij de beraadslaging in raadkamer met het oog op rechtseenheid, maakt dit niet anders. De wet geeft geen beperking van de aanwezigheid van de andere leden van de kamer in de raadkamer. De werkwijze in raadkamer is dan ook niet in strijd met het recht op een onpartijdige rechter zoals dat is vastgelegd in de wet en in internationale verdragen. De procureur-generaal geeft ook aan dat deze werkwijze in lijn is met de werkmethode van het Europese Hof van de Rechten van de Mens (EHRM).

De conclusie van de procureur-generaal is een onafhankelijk advies aan de Hoge Raad, die vrij is dat al dan niet te volgen. De procureur-generaal is hoofd van het parket bij de Hoge Raad. Het parket bij de Hoge Raad is een zelfstandig, onafhankelijk onderdeel van de rechterlijke organisatie. Het behoort niet tot het Openbaar Ministerie.

Uitspraken

Meest gelezen berichten