Duidelijkheid over eisen aan dagvaarding kinderporno

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksHoge Raad der Nederlanden > Nieuws > Duidelijkheid over eisen aan dagvaarding kinderporno
Den Haag, 23 april 2014

Het Openbaar Ministerie mag in een dagvaarding volstaan met het omschrijven van een beperkt aantal afbeeldingen van kinderporno. Dat is de essentie van een arrest van de Hoge Raad, de hoogste rechter, van dinsdag 24 juni.

Hiermee komt een einde aan een juridisch verschil van inzicht
over artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering. In dit artikel staat omschreven waar bewijsmateriaal aan moet voldoen. Sinds 2011 worden door het Openbaar Ministerie niet meer alle beelden die in een kinderpornodossier zitten expliciet omschreven. In plaats daarvan wordt een select aantal afbeeldingen omschreven en het totaal ondergebracht in categorieën. Bij kinderporno gaat het vaak en in toenemende mate om enorme hoeveelheden materiaal.

Nietig

Een aantal rechtbanken verklaarde sindsdien dagvaardingen nietig, omdat zij van mening waren dat onduidelijk was waar verdachten zich precies tegen moesten verweren. De zaken liepen hierdoor vertraging op, omdat het Openbaar Ministerie opnieuw moest dagvaarden. Het is niet zo dat verdachten hierdoor vrijuit zijn gegaan.
In het arrest van gisteren zegt de Hoge Raad dat “de steller van de tenlastelegging zich bij voorkeur zou moeten beperken tot het beschrijven van een gering aantal afbeeldingen, zo mogelijk ten hoogste vijf (..)."

Zie ook: Vijf vragen en antwoorden over nietig verklaren dagvaardingen kinderporno

Uitspraken

Meest gelezen berichten