Geen strafrechtelijke immuniteit van gemeenten voor nalaten wegonderhoud

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksHoge Raad der Nederlanden > Nieuws > Geen strafrechtelijke immuniteit van gemeenten voor nalaten wegonderhoud
Den Haag, 20 februari 2018

Strafrechtelijke vervolging van een gemeente is mogelijk wanneer het gaat om strafbare feiten die het gevolg zijn van het niet voldoende onderhouden van wegen. Dat heeft de Hoge Raad vandaag bepaald naar aanleiding van een cassatie in het belang der wet.

De zaak gaat over een fataal ongeval op 31 maart 2009 op de Nieuweweg in Maarssen. Twee mensen kwamen bij dat ongeval om het leven. Voorafgaand aan het ongeval was meermalen geklaagd over het slechte wegdek. Het OM vervolgde de gemeente Stichtse Vecht wegens dood door schuld omdat de gemeente zou hebben nagelaten voldoende onderhoud te plegen aan de weg en ook geen verkeersmaatregelen had getroffen, waardoor het ongeval kon plaatsvinden.

De rechtbank nam geen strafrechtelijke immuniteit van de gemeente aan en verklaarde het OM ontvankelijk in de vervolging. De rechtbank veroordeelde de gemeente wegens dood door schuld tot een geldboete van € 22.500 waarvan € 7.500 voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

De advocaat-generaal bij het parket van de Hoge Raad stelde cassatie in het belang der wet in. Hij is van mening dat de gemeente in dit geval strafrechtelijke immuniteit toekomt en dus niet mocht worden vervolgd voor de strafrechter.

In het zogenoemde Pikmeer II-arrest uit 1998 is bepaald dat een openbaar lichaam, zoals een gemeente, soms strafrechtelijke immuniteit toekomt. Dat is het geval als het gaat om de vervulling van bestuurlijke taken van de gemeente die volgens de wet exclusief door een gemeente en niet door anderen dan functionarissen van zo’n gemeente kunnen worden verricht. Alleen dan is strafrechtelijke vervolging niet mogelijk.

Voor dit geval oordeelt de Hoge Raad als volgt. Voor zover de gedragingen van de gemeente Stichtse Vecht zien op het achterwege laten van verkeersmaatregelen (zoals een lokale snelheidsbeperking, het plaatsen van een wegafzetting of waarschuwingsborden) komt de gemeente strafrechtelijke immuniteit toe: de wet eist voor dit soort verkeersmaatregelen een verkeersbesluit dat alleen door de gemeente kan worden genomen. De Hoge Raad vernietigt de uitspraak op dit punt. Voor zover de gedragingen zien op het nalaten van het plegen van onderhoud aan de weg ligt dit anders. De gemeente is wegbeheerder en heeft daarom een zorgplicht voor de staat van de wegen in zijn gemeente. Dat onderhoud kan ook door anderen dan functionarissen van de gemeente worden gedaan. Strafrechtelijke vervolging van de gemeente is dus mogelijk wanneer een strafbaar feit het gevolg is van slecht onderhoud van wegen door de gemeente. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep voor dit deel van de uitspraak.

Cassatie in het belang der wet

Wordt in een bepaalde zaak geen cassatieberoep door de partijen ingesteld dan kan de Hoge Raad niet zelf oordelen over in die zaak door een feitenrechter beoordeelde rechtsvragen. Toch kan in het algemeen belang beantwoording van een rechtsvraag door de Hoge Raad wenselijk zijn. In dat geval biedt de wet de mogelijkheid van een cassatie in het belang der wet. Wanneer de Hoge Raad een uitspraak als gevolg van een cassatie in het belang der wet vernietigt, brengt dit geen verandering in de rechten en de positie van partijen in de betreffende zaak. Cassatie in het belang der wet heeft dus geen rechtsgevolgen voor de betrokken partijen.

Uitspraken

Meest gelezen berichten