Geen vergoeding van huurder als bureau optreedt namens verhuurder

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksHoge Raad der Nederlanden > Nieuws > Geen vergoeding van huurder als bureau optreedt namens verhuurder
Den Haag, 16 oktober 2015

Wanneer een bemiddelingsbureau voor woonruimte een woning, die door een verhuurder wordt aangeboden, op zijn website plaatst, treedt het daarmee op als bemiddelaar voor de verhuurder. Dat is ook zo als de verhuurder het bureau daar niet voor betaalt. In dat geval mag het bureau geen vergoeding van de particuliere huurder van die woonruimte vragen. Heeft het bureau dat toch met de huurder afgesproken, dan is die afspraak ongeldig. Zo’n afspraak mag wél worden gemaakt wanneer de website alleen als ‘elektronisch prikbord’ functioneert, dat wil zeggen dat de aspirant-verhuurder en -huurder rechtstreeks met elkaar in contact kunnen treden. Dit heeft de Hoge Raad vandaag beslist in antwoord op een prejudiciële vraag van de kantonrechter in Den Haag.

Het ging in deze zaak om een bemiddelingsbureau dat woonruimte te huur heeft aangeboden op haar website. De verhuurder van de woonruimte hoefde daarvoor niets te betalen. Op de website was niet het precieze adres van de woonruimte vermeld. Wie belangstelling had voor de woning, kon de woning pas bezichtigen als hij zich als woningzoekende bij het bureau inschreef. Hij moest dan de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden van het bureau aanvaarden. Daarin staat onder meer dat als een huurovereenkomst tot stand komt, de huurder aan het bureau een courtage is verschuldigd, gelijk aan één maand huur.

De kantonrechter had de Hoge Raad gevraagd of die courtageafspraak rechtsgeldig is. Volgens de wet mag men in beginsel namelijk niet tegelijkertijd ‘twee heren te dienen’. Gaat het om koop of huur van onroerend goed en is de huurder een consument, dan kan laatstgenoemde zich bij overtreding van het verbod erop beroepen dat een met hem gemaakte courtageafspraak ongeldig is. Gevolg daarvan is dat, als het bureau toch aan de bemiddeling wil verdienen, het een bijdrage moet vragen aan de verhuurder.

De Autoriteit Consument en Markt (ACM) heeft met toestemming van de Hoge Raad ingesproken in deze zaak. De ACM heeft in zaken zoals deze een eigen verantwoordelijkheid, die meebrengt dat zij een boete kan opleggen bij schending van een verbod om dit soort praktijken te blijven voortzetten.

Uitspraken

Meest gelezen berichten