Herzieningsverzoek in zaak Olaf H. afgewezen

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksHoge Raad der Nederlanden > Nieuws > Herzieningsverzoek in zaak Olaf H. afgewezen
Den Haag, 25 oktober 2016

De Hoge Raad wijst een herzieningsverzoek in de zaak van Olaf H. af. Olaf H. is tot levenslange gevangenis veroordeeld voor de moord op een garagehouder en zijn vrouw in 2003 in Sittard en een poging tot doodslag op de daarbij aanwezige kleindochter van het echtpaar. De door de verdachte aangedragen (nieuwe) gegevens zouden volgens de Hoge Raad niet tot vrijspraak hebben geleid als de rechter van toen hiermee bekend zou zijn geweest.

De advocaat van de verdachte diende bij de Adviescommissie Afgesloten Strafzaken (ACAS) een verzoek tot nader onderzoek in. Dat verzoek werd na een positief advies van de ACAS ingewilligd. In deze zaak speelt de verklaring van de kleindochter een rol. Advocaat-generaal Hofstee heeft een gedragsneuroloog benoemd die heeft onderzocht hoe betrouwbaar de herinneringen van de kleindochter aan de moord op haar grootouders zijn. Het meisje had namelijk ernstig hoofdletsel opgelopen door een schot door haar hoofd. Ook hoorde de advocaat-generaal een aantal getuigen over een mogelijke andere dader en liet hij onderzoek doen naar sporen van hulzen. De advocaat-generaal zag in de resultaten van deze onderzoeken geen grond voor herziening.

Naast het onderzoek van de door de advocaat-generaal benoemde deskundige diende de advocaat een neuropsychologisch rapport in over herinneringen na ernstig hersenletsel bij kinderen.

Volgens de Hoge Raad sluiten de conclusies van de deskundigen niet uit dat delen van de voor de veroordeelde belastende verklaring van de kleindochter waarheidsgetrouw kunnen zijn. Daarbij heeft het hof zich destijds al uitgelaten over kritische opvattingen over de betrouwbaarheid van de herinneringen van het meisje. Het hof heeft toen gemotiveerd geoordeeld de herinneringen geloofwaardig te vinden. De Hoge Raad vindt de conclusies van deze deskundigen dan ook van onvoldoende gewicht voor een herziening. Daarbij komt dat er volgens de Hoge Raad zelfs zonder de getuigenis van de kleindochter voldoende bewijs voor de schuld van de veroordeelde is. 

Dat er mogelijk een andere dader zou zijn, is destijds door het hof ook al onder ogen gezien. Het hof heeft dat toen uitgesloten. Getuigen zagen nadat zij schoten hadden gehoord slechts de veroordeelde rennend het huis verlaten. Sporen van een andere verdachte die het huis dan uitsluitend aan de achterzijde had kunnen verlaten, zijn niet aangetroffen. De getuigen die nu door de advocaat-generaal zijn gehoord over deze eventuele andere dader, hebben geen nieuwe op eigen waarneming gebaseerde informatie gegeven. Alles wat zij verklaren is van horen zeggen en daardoor niet objectief en toetsbaar.

Voor een derde stelling dat een tweetal getuigen een voor veroordeelde belastende verklaring zouden hebben afgelegd gedreven door rancune vindt de Hoge Raad in de aanvraag geen onderbouwing.

Uitspraken

Meest gelezen berichten