Hoge Raad stelt prejudiciële vragen over de Detacheringsrichtlijn bij internationaal wegvervoer

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksHoge Raad der Nederlanden > Nieuws > Hoge Raad stelt prejudiciële vragen over de Detacheringsrichtlijn bij internationaal wegvervoer
Den Haag, 23 november 2018

De Hoge Raad gaat prejudiciële vragen stellen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie over de Detacheringsrichtlijn bij internationaal wegvervoer in een zaak tussen de FNV en een transportonderneming. De zaak gaat over de naleving van cao’s bij gedetacheerde werknemers in het internationaal wegvervoer. Aan partijen is gelegenheid gegeven om een reactie te geven op de vragen die de Hoge Raad in zijn uitspraak heeft geformuleerd.

De transportonderneming is een concern dat bestaat uit een Nederlandse vennootschap en zusterondernemingen in Duitsland en Hongarije. Aan het hoofd van het concern staat een Nederlandse ondernemer. Het concern houdt zich bezig met internationaal wegvervoer. Binnen het concern zijn Duitse en Hongaarse vrachtwagenchauffeurs werkzaam. De Duitse chauffeurs zijn in dienst van de Duitse zusteronderneming, de Hongaarse chauffeurs in dienst van de Hongaarse zusteronderneming. De Nederlandse concernvennootschap sluit overeenkomsten met haar Duitse en Hongaarse zusterondernemingen op grond waarvan die zusterondernemingen internationale transporten en transporten binnen Nederland uitvoeren. Op de Duitse en Hongaarse chauffeurs worden niet de basisarbeidsvoorwaarden toegepast die zijn neergelegd in de cao’s die in Nederland gelden in de bedrijfstak van het wegtransport en moeten worden nageleefd door de Nederlandse concernvennootschap.

De FNV heeft in deze zaak gevorderd dat het concern wordt bevolen de Nederlandse cao’s na te leven. Daartoe heeft de FNV een beroep gedaan op de Detacheringsrichtlijn. De Europese Unie heeft de Detacheringsrichtlijn opgesteld voor werknemers die werken in een Europese lidstaat en door hun werkgever tijdelijk worden gedetacheerd op het grondgebied van een andere lidstaat. Die werknemers kunnen een beroep doen op bepaalde arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden die gelden in de lidstaat waar zij tijdelijk te werk zijn gesteld. Die arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden kunnen zijn vastgelegd in de wet of in een algemeen verbindend verklaarde cao.

De Hoge Raad wenst van het Hof van Justitie onder meer een antwoord op de vraag of de Detacheringsrichtlijn van toepassing is op een werknemer die als chauffeur werkzaam is in het internationaal wegvervoer, hoe moet worden bepaald of zo’n chauffeur tijdelijk op het grondgebied van een lidstaat werkt, en wanneer volgens de Detacheringsrichtlijn sprake is van een algemeen verbindend verklaarde cao.

Advocaat-generaal Drijber had in zijn conclusie ook voorgesteld dat de Hoge Raad prejudiciële vragen zou stellen.

Uitspraken

Meest gelezen berichten