Recht tot vervolging in jeugdzaken die te lang duren onaangetast

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksHoge Raad der Nederlanden > Nieuws > Recht tot vervolging in jeugdzaken die te lang duren onaangetast
Den Haag, 08 september 2015

De Hoge Raad houdt ook in het jeugdrecht vast aan de lijn dat het Openbaar Ministerie het recht tot vervolgen niet kan worden ontnomen in zaken die te lang duren.

In deze zaak heeft de rechtbank het Openbaar Ministerie  niet ontvankelijk verklaard in de vervolging van een minderjarige voor winkeldiefstal omdat de zaak te lang heeft geduurd. De redelijke termijn volgens het Europese Mensenrechtenverdrag was overschreden. De Hoge Raad heeft tot dusver gesteld dat overschrijding van de redelijke termijn niet kan leiden tot niet-ontvankelijkheid van het OM. Soms zijn er rechters, zoals in deze zaak, die deze regel niet volgen. Advocaat-generaal Spronken stelt de regel die de Hoge Raad hanteert aan de orde in een cassatie in het belang der wet. Zij stelt dat jeugdige verdachten snel moeten worden berecht omdat anders het opvoedend effect van die berechting verloren gaat en de berechting zelfs een negatief effect kan hebben op het kind. Daarom moet het volgens haar in uitzonderlijke gevallen mogelijk zijn het Openbaar Ministerie het recht tot vervolgen te ontnemen. Ook vindt zij de redelijke termijn van 16 maanden te lang en stelt ze een termijn van 6 maanden voor.

De Hoge Raad benadrukt ook het grote belang van een snelle  behandeling van strafzaken tegen jeugdigen. Maar met de sanctie die de advocaat-generaal voorstelt bij overschrijding van de redelijke termijn gaat de Hoge Raad niet mee. Het OM het recht tot vervolging ontnemen is wat de Hoge Raad betreft een te zwaar middel. Daarbij wijst de Hoge Raad bijvoorbeeld op het belang van mogelijke slachtoffers bij vervolging van de jeugdige. Als een zaak te lang heeft geduurd, kan de rechter de straf verlagen of een jeugdige verdachte schuldig verklaren zonder een straf op te leggen. De Hoge Raad blijft ook vasthouden aan de termijn van 16 maanden. Niet alleen moet een berechting snel gebeuren, het moet ook goed gebeuren. Een 16-maanden termijn komt tegemoet aan die beide belangen.

Uitspraken

Meest gelezen berichten