Hoge Raad: Staat mag doorgaan met de onteigening van de Hedwigepolder

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksHoge Raad der Nederlanden > Nieuws > Hoge Raad: Staat mag doorgaan met de onteigening van de Hedwigepolder
Den Haag, 05 januari 2018

Het oordeel van de rechtbank Zeeland-West Brabant van 8 juni 2016 dat de Staat mag doorgaan met de onteigening van de Hedwigepolder in Zeeuws Vlaanderen blijft in stand. Dat heeft de Hoge Raad vandaag bepaald.

De Staat wil de Hedwigepolder ontpolderen zodat de polder kan worden teruggegeven aan de natuur. Daardoor zal deze, samen met het Verdronken Land van Saeftinghe en de al ontpolderde en op Vlaams grondgebied gelegen Prosperpolder, deel gaan uitmaken van het getijdengebied van de Westerschelde. De Staat heeft zich daartoe verplicht in een verdrag dat in 2005 is gesloten tussen Nederland en Vlaanderen.

De eigenaar van het grootste gedeelte van de Hedwigepolder wil de gronden behouden. De Staat heeft geen overeenstemming met hem kunnen bereiken over de verkoop van zijn gronden aan de Staat. Daarom heeft de Staat besloten tot onteigening. Een besluit tot onteigening wordt genomen door de Kroon, in een Koninklijk Besluit. Als de eigenaar van de te onteigenen grond het daar niet mee eens is, kan hij een procedure beginnen bij de rechtbank. Deze beoordeelt dan of het besluit tot onteigening rechtmatig is. De eigenaar van de gronden in de Hedwigepolder heeft zo’n procedure ingesteld. Hij stelde daarin onder andere dat de procedure die heeft geleid tot het Koninklijk Besluit onzorgvuldig is geweest, zodat het onteigeningsbesluit onrechtmatig is. Verder stelde hij dat de Staat onvoldoende met hem heeft overlegd over zijn wens om, als de ontpoldering moet doorgaan, de werkzaamheden die daarvoor nodig zijn zelf uit te voeren, met behoud van eigendom van de grond (‘zelfrealisatie’). De rechtbank vond deze bezwaren tegen het onteigeningsbesluit ongegrond en liet het besluit in stand. De eigenaar heeft tegen die uitspraak cassatieberoep ingesteld bij de Hoge Raad.

De advocaat-generaal bij de Hoge Raad was het in zijn conclusie d.d. 29 september jl. met de eigenaar eens dat de Staat het alternatief van zelfrealisatie onvoldoende heeft onderzocht en dat het besluit over de onteigening over moet.

De Hoge Raad komt tot een ander oordeel en verwerpt het cassatieberoep. De Hoge Raad is van oordeel dat de Staat het alternatief van zelfrealisatie mocht afwijzen omdat het gaat om grootschalige infrastructurele werken, waaronder waterkeringen waarmee de openbare veiligheid is gemoeid.

Met de uitspraak van de Hoge Raad is de onteigening definitief. Er zal nog verder geprocedeerd moeten worden over de schadevergoeding voor de eigenaar.

Uitspraken

Meest gelezen berichten