Laden...

Terugbetaling opvangvergoeding aan dochter niet fiscaal aftrekbaar

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksHoge Raad der Nederlanden > Nieuws > Terugbetaling opvangvergoeding aan dochter niet fiscaal aftrekbaar
Hoge Raad, 27 maart 2020

De terugbetaling door een vader (de belanghebbende) van de oppasvergoeding die hij eerder van zijn dochter had gekregen is gelegen in familieverhoudingen omdat belanghebbende niet bereid zou zijn geweest een dergelijke betaling aan een willekeurige derde te verrichten. De betaling is dus niet een gevolg van de oppaswerkzaamheden. Dit betekent dat de betaling van belanghebbende aan zijn dochter niet kan worden aangemerkt als negatief resultaat uit overige werkzaamheden en is dus niet fiscaal aftrekbaar. Dat heeft de Hoge Raad vandaag geoordeeld.

De zaak
De achtergrond van deze zaak wordt gevormd door de herziening van een aan de dochter van belanghebbende verleend voorschot kinderopvangtoeslag. De Belastingdienst/Toeslagen verleent die voorschotten. De belanghebbende in deze zaak ving de kinderen van zijn dochter op. Samen met zijn dochter maakte hij afspraken met een gastouderbureau. De dochter vroeg kinderopvangtoeslag aan bij de Belastingdienst/Toeslagen. Het bedrag aan toeslag is betaald aan de vader. Hij betaalde over die bedragen inkomstenbelasting.

Na een paar jaar besliste de Belastingdienst/Toeslagen dat de dochter de als voorschot ontvangen bedragen kinderopvangtoeslag moest terugbetalen. Het betrof een bedrag van zo’n 25.000 euro. Haar vader gaf de als gastouder verdiende inkomsten terug aan zijn dochter die daarmee de toeslag terugbetaalde aan de Belastingdienst. Vader trok de teruggegeven inkomsten af in zijn aangifte inkomstenbelasting, maar de inspecteur stond de aftrek niet toe.

Oordeel hof
Het gerechtshof stelde, net als de rechtbank, de inspecteur in het gelijk. Belanghebbende stelde toen beroep in cassatie in.

Oordeel Hoge Raad
Het geschil in cassatie gaat over de vraag of de belanghebbende de terugbetaling van de eerder bij hem belaste inkomsten fiscaal mag aftrekken. De Hoge Raad oordeelt dat dit niet mag. De terugbetaling van een ten onrechte ontvangen voorschot kinderopvangtoeslag door de dochter heeft geen invloed op de inkomstenbelastingpositie van de vader. Bij de vader is alleen relevant wat de oorzaak is van de betaling aan zijn dochter. De reden voor de terugbetaling door de vader van de van de dochter ontvangen oppasvergoeding is gelegen in familieverhoudingen omdat hij niet bereid zou zijn geweest een dergelijke terugbetaling aan een willekeurige derde te verrichten. Dan is die betaling niet fiscaal aftrekbaar. 

De advocaat-generaal had de Hoge Raad eerder geadviseerd de vader in het gelijk te stellen.

Uitspraken