Uitleg begrip 'woning' van tijdelijke arbeidsmigranten in de bouw

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksHoge Raad der Nederlanden > Nieuws > Uitleg begrip 'woning' van tijdelijke arbeidsmigranten in de bouw
Den Haag, 04 mei 2018

De ‘woning’ van een werknemer in de bouw is de plaats  waar deze werknemer in de periode die het werk duurt, zijn reguliere verblijfplaats heeft. Dat heeft de Hoge Raad vandaag geoordeeld.

Deze uitleg gaat over art. 55 van de CAO Bouwnijverheid. Daarin staat dat als het werk zo ver van de woning van de werknemer is gelegen dat dagelijks huiswaarts keren van de werknemer onredelijk zou zijn, de kosten van onder meer huisvesting voor rekening van de werkgever komen.

De FNV betoogde dat bij arbeidsmigranten in de bouw de ‘woning’ hun woonplaats in het land van herkomst is. Daardoor zou de werkgever op grond van art. 55 CAO onder meer gratis huisvesting in de buurt van de werkplaats moeten verzorgen. De werkgever vond dat ‘de woning’ van een arbeidsmigrant de plaats is van waaruit hij in Nederland zijn werkzaamheden verricht. De arbeidsmigrant moet daarom zelf voor die woning betalen.

Het hof gaf de werkgever gelijk. De FNV stelde daarop beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad heeft het beroep van de FNV tegen de uitspraak van het hof verworpen. Hij volgt daarmee het advies van advocaat-generaal Drijber. Volgens de Hoge Raad hangt het van alle omstandigheden van het geval af wat de ‘woning’ van de werknemer is in de zin van de cao. Onder meer is van belang waar de werknemer tijdens de duur van het werk doorgaans in het weekeinde, of andere wekelijkse werkonderbreking, verblijft. Ook is van belang welke reisafstand bestaat tussen het werk en de mogelijk als ‘woning’ in aanmerking te nemen plaatsen.

De ‘woning’ van een werknemer in de zin van de CAO kan door de uitleg van de Hoge Raad een andere plaats zijn dan de gewone verblijfplaats van de werknemer. Daarbij gaat het om de plaats waar de werknemer het permanente centrum van zijn belangen heeft gevestigd met de bedoeling daaraan een vast karakter te geven (dus bijvoorbeeld de plaats waar zijn gezin woont). Volgens de Hoge Raad maakt voor de vraag wat de ‘woning’ van de werknemer is niet uit of de gewone verblijfplaats van de werknemer al dan niet in Nederland is gelegen. Daarom is, anders dan de FNV had aangevoerd, geen sprake van ongelijke behandeling tussen Nederlandse werknemers en werknemers uit andere lidstaten van de EU.

Uitspraken

Meest gelezen berichten