Laden...

Verbod Bandidos Holland betekent niet ook een verbod van de lokale Nederlandse chapters

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksHoge Raad der Nederlanden > Nieuws > Verbod Bandidos Holland betekent niet ook een verbod van de lokale Nederlandse chapters
Den Haag, 24 april 2020

Lokale Nederlandse chapters vallen niet onder het verbod van Bandidos Motorcycle Club (BMC) Holland. Dat heeft de Hoge Raad vandaag geoordeeld. Bovendien heeft het OM niet aannemelijk gemaakt dat een wereldwijde Bandidos-organisatie bestaat.

De zaak
De zaak gaat over het verbieden van Bandidos Motorclubs. Het Openbaar Ministerie (OM) heeft in een civiele procedure bij de rechter twee verzoeken gedaan. Het eerste verzoek had betrekking op het verbieden en ontbinden van BMC Holland wegens handelen in strijd met de openbare orde. In het tweede verzoek heeft het OM de rechter verzocht te verklaren dat het doel of de werkzaamheid van de buitenlandse corporatie BMC Internationaal in strijd is met de openbare orde. Zo’n verklaring zou ertoe leiden dat degenen die betrokken zijn bij BMC Internationaal een strafbaar feit plegen. Een verbod of ontbinding van een buitenlandse corporatie is niet mogelijk.

Uitspraak gerechtshof
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden wees op 18 december 2018 het eerste verzoek van het OM toe. Het hof oordeelde kort gezegd dat BMC Holland een zelfstandige (informele) vereniging is waarbij sprake is van rivaliteit met andere motorclubs en waarbij geweld wordt toegepast, ook in de openbare ruimte. Ook krijgen leden die de club willen verlaten te maken met geweld en dreiging van geweld. De uitingen en gedragingen van BMC Holland, die plaatsvinden in deze sfeer en cultuur van geweld en dreiging van geweld, maken dat sprake is van een werkzaamheid in strijd met de openbare orde. Het gerechtshof besliste dan ook BMC Holland te verbieden en te ontbinden. Het gevolg van de uitspraak was dat BMC Holland niet langer bestaat en dat het verboden is om lid te zijn van BMC Holland of om de werkzaamheid van BMC Holland voort te zetten. BMC Holland heeft zich daarbij neergelegd. De Hoge Raad hoefde dus niet over dit verbod te oordelen.

Volgens het hof heeft het verbod van BMC Holland geen betrekking op andere zelfstandige (lokale) Bandidos-motorclubs, de zogenoemde chapters, in Nederland.

Naar aanleiding van het verzoek van het OM om te verklaren dat doel en werkzaamheid van BMC International in strijd zijn met de openbare orde, oordeelde het hof dat het OM niet aannemelijk heeft gemaakt dat er een wereldwijde BMC-organisatie bestaat. Hoewel over de hele wereld Bandidos-motorclubs bestaan en actief zijn, is volgens het hof niet komen vast te staan dat er sprake is van een wereldwijde Bandidos-organisatie die als een zelfstandige eenheid naar buiten optreedt. Om die reden wees het hof het tweede verzoek van het OM af.

Cassatie
Het OM was het hier niet mee eens en stelde beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

Uitspraak Hoge Raad
De Hoge Raad heeft vandaag over het tweede verzoek van het OM beslist dat het hof Arnhem-Leeuwarden heeft kunnen oordelen dat het OM niet aannemelijk heeft gemaakt dat er een wereldwijde BMC-organisatie bestaat. Daarom kon het hof niet verklaren dat het doel of de werkzaamheid van BMC Internationaal in strijd is met de openbare orde.

Ook blijft het oordeel van het hof in stand dat de lokale Nederlandse chapters van de Bandidos Motorcycle Club niet onder het verbod van Bandidos Holland vallen. De chapters zijn zelfstandige informele verenigingen en hebben dus rechtspersoonlijkheid. Het gevolg hiervan is dat het verbod van BMC Holland zich niet uitstrekt tot de lokale Nederlandse chapters. De wet bepaalt uitdrukkelijk dat ‘een rechtspersoon waarvan de werkzaamheid in strijd is met de openbare orde’ op verzoek van het OM verboden wordt verklaard en wordt ontbonden. Dit betekent volgens de Hoge Raad – ook in het licht van het grondrecht van vrijheid van vereniging – dat uitsluitend de rechtspersoon waartegen het verzoek van het OM gericht is, verboden kan worden en kan worden ontbonden. Toewijzing van een dergelijk verzoek heeft dus niet tot gevolg dat daarmee een andere rechtspersoon wordt verboden, ook niet als die andere rechtspersoon een afdeling is van de hoofdvereniging.

Dit betekent dat het OM ten aanzien van iedere afzonderlijke rechtspersoon die het wil laten verbieden, een verzoek tot verbodenverklaring moet doen.

De Hoge Raad volgt met zijn uitspraak niet het advies van de advocaat-generaal. Zijn advies hield in dat het verbod ook de Nederlandse chapters trof omdat die volgens hem geen zelfstandige rechtspersonen waren. Ook was hij van oordeel dat het hof niet goed had bekeken of een wereldwijde Bandidos-organisatie bestaat.

Uitspraken