Veroordeling Bredase rapper blijft in stand

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksHoge Raad der Nederlanden > Nieuws > Veroordeling Bredase rapper blijft in stand
Den Haag, 26 juni 2018

De veroordeling van een rapper uit Breda wegens beledigende teksten over homoseksuelen en joden in een rap blijft in stand. Dat oordeelt de Hoge Raad vandaag.

Via YouTube was vanaf 28 april 2014 een rap met bijbehorende videoclip te zien en te beluisteren. Het betrof een rap geschreven door de verdachte. In de rap was onder meer te horen “flikkers geef ik geen hand” en “ik haat die fucking joden nog veel meer dan nazi's”. Deze uitlatingen hebben geleid tot verschillende aangiften wegens belediging en discriminatie.

De rechtbank sprak de verdachte vrij. De rechtbank oordeelde dat de rapper in zijn muziekvideo uitlatingen deed die vallen binnen de artistieke expressie en daarom worden beschermd door het recht van de vrijheid van meningsuiting. Het OM was het hiermee niet eens en stelde hoger beroep in. In hoger beroep volgde wel een veroordeling wegens opzettelijke groepsbelediging in het openbaar wegens ras en seksuele geaardheid. Het hof legde een deels voorwaardelijke geldboete van 1500 euro op. De verdachte stelde beroep in cassatie in.

In cassatie wordt beoordeeld of de feitenrechter, in dit geval het gerechtshof, het recht goed heeft uitgelegd en toegepast en of de procedure op de juiste wijze is gevolgd.

Het hof oordeelde dat de uitlatingen in de rap, ook in hun context bezien, beledigend zijn. Het woord “flikker” wordt naar algemeen spraakgebruik gebruikt als scheldwoord en als minachtende benaming voor homoseksuelen, waaraan de toevoeging “geef ik geen hand” een nog negatievere lading geeft. Ook vond het hof dat de zin “Ik haat die fucking joden nog meer dan de nazi’s” een relatie legt met de holocaust en dat het woord “fucking” de uitlating een nog negatievere lading geeft. Hoewel kenmerkend is voor een rap dat grove bewoordingen niet worden geschuwd, heeft de verdachte in dit geval naar het oordeel van het hof zijn artistieke vrijheid misbruikt om de beledigingen te uiten.

De Hoge Raad vindt dit oordeel van het hof niet onbegrijpelijk en ook voldoende gemotiveerd. Met het oordeel van de Hoge Raad is de veroordeling definitief.

Uitspraken

Meest gelezen berichten