Veroordeling van Guus K. definitief

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksHoge Raad der Nederlanden > Nieuws > Veroordeling van Guus K. definitief
Den Haag, 18 december 2018

De veroordeling van de Nederlandse zakenman Guus K. wegens zijn betrokkenheid bij oorlogsmisdrijven en bij overtredingen van VN-wapenembargo’s in Liberia tussen 1999 en 2003, blijft in stand. Dat heeft de Hoge Raad vandaag geoordeeld.

Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch vond eerder bewezen dat de verdachte tijdens de tweede Liberiaanse burgeroorlog opzettelijk behulpzaam is geweest bij het plegen van oorlogsmisdrijven door soldaten van het regeringsleger van Charles Taylor. De verdachte heeft onder meer een aan zijn houtkapbedrijven toebehorend schip gebruikt voor de invoer van wapens en munitie en heeft werknemers van deze bedrijven ter beschikking gesteld voor de gewapende strijd. Met deze handelwijze heeft de verdachte ook door de Verenigde Naties uitgevaardigde wapenembargo’s overtreden.

De Haagse rechtbank veroordeelde K. in 2006 tot een gevangenisstraf van acht jaar wegens het medeplegen van opzettelijke overtredingen van de wapenembargo’s maar sprak de verdachte vrij van medeplichtigheid aan het medeplegen van oorlogsmisdrijven. In hoger beroep werd hij door het gerechtshof in Den Haag in 2008 van beide delicten vrijgesproken. Het Openbaar Ministerie (OM) ging tegen deze vrijspraak in cassatie. Dat cassatieberoep achtte de Hoge Raad in 2010 gegrond. De Hoge Raad vernietigde de uitspraak van het Haagse hof en verwees de zaak naar het gerechtshof in ‘s-Hertogenbosch. Dat hof veroordeelde de verdachte in 2017 voor beide feiten tot een gevangenisstraf van negentien jaar. De verdachte ging tegen deze veroordeling in cassatie.

In het arrest gaat de Hoge Raad in op de cassatieklacht die zich richt tegen de gevolgen van in Liberia mogelijk verleende amnestie voor het vervolgingsrecht van het Nederlandse OM. In Liberia werd door Charles Taylor op 7 augustus 2003, vlak voor zijn aftreden als president, een amnestiewet goedgekeurd waarin aan alle personen amnestie werd verleend wegens handelingen en misdaden die zij hebben begaan tijdens de Liberiaanse burgeroorlog. In de visie van K. en zijn raadsvrouw had het gerechtshof daarom het Nederlandse OM niet-ontvankelijk in de vervolging moeten verklaren.

Het hof oordeelde dat deze amnestieregeling niet aan strafvervolging van K. in Nederland in de weg staat. Volgens het Hof moet rekening worden gehouden met de omstandigheden waaronder deze regeling tot stand is gekomen en de verdragsrechtelijke verplichtingen die op landen rusten om bij verdenking van oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de menselijkheid een strafrechtelijk onderzoek in te stellen en zo nodig de verdachte te vervolgen. Alleen in zeer uitzonderlijke gevallen is het verlenen van amnestie en het niet vervolgen van verdachten van dergelijke misdrijven toelaatbaar, bijvoorbeeld wanneer sprake is (geweest) van een verzoeningsproces of een vorm van compensatie voor slachtoffers. Deze uitzonderingssituatie deed zich bij K. niet voor. De Hoge Raad laat dit oordeel van het hof daarom in stand.

Ook de overige 29 cassatiemiddelen leiden niet tot vernietiging van de uitspraak. De veroordeling is hiermee definitief.

Uitspraken

Meest gelezen berichten