Veroordeling van aardbeienteler voor uitbuiting seizoenswerknemers blijft in stand

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksHoge Raad der Nederlanden > Nieuws > Veroordeling van aardbeienteler voor uitbuiting seizoenswerknemers blijft in stand
Den Haag, 19 maart 2019

De veroordeling van een Overijsselse aardbeienteler voor mensenhandel door uitbuiting van (overwegend) Slowaakse seizoenswerknemers blijft in stand. Dat heeft de Hoge Raad vandaag bepaald.

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vond bewezen dat de verdachte de werknemers gedurende het plukseizoen in 2010 heeft uitgebuit. Verdachte wierf de werknemers in Slowakije terwijl ze in een zwakke economische positie verkeerden, de Nederlandse en Engelse taal onvoldoende machtig waren en niet op de hoogte waren van de Nederlandse wet- en regelgeving en hun rechten en plichten. Eenmaal in Nederland waren de huisvesting en sanitaire voorzieningen verre van voldoende en werden daarvoor veel te hoge kosten in rekening gebracht. De werknemers kregen substantieel minder betaald dan het minimumloon en dan was afgesproken. Ook kregen ze bij ziekte niet betaald. Door zijn handelen heeft de verdachte aanzienlijk financieel voordeel behaald. Het hof heeft overwogen dat de verdachte de grenzen van alleen maar slecht werkgeverschap beduidend heeft overschreden.

Daarnaast vond het hof bewezen dat verdachte zich gedurende een aantal jaar schuldig heeft gemaakt aan valsheid in geschrift door urenlijsten en loonstroken onjuist op te laten maken. Het gerechtshof veroordeelde de verdachte tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden en een taakstraf van 240 uur.

De verdachte stelde beroep in cassatie in.

In cassatie is onder meer geklaagd over het oordeel van het hof dat sprake is van uitbuiting en dat het hof dit onvoldoende heeft gemotiveerd.

De Hoge Raad oordeelt dat de cassatiemiddelen niet slagen en laat de veroordeling in stand. In zijn arrest geeft de Hoge Raad aan dat de vraag of van uitbuiting sprake is, beoordeeld moet worden aan de hand van onder de aard en de duur van de werkzaamheden, de beperkingen die dat voor de betrokkene meebrengt en het economisch voordeel dat daarmee door degene die tewerkstelt wordt behaald. De Hoge Raad vindt dat het hof in dit geval heeft kunnen oordelen dat sprake is van uitbuiting en daarmee van mensenhandel.

Met de uitspraak van de Hoge Raad is de veroordeling definitief.

Uitspraken