Veroordeling veroorzaken dodelijke aanvaring op de Vinkeveense Plassen blijft in stand

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksHoge Raad der Nederlanden > Nieuws > Veroordeling veroorzaken dodelijke aanvaring op de Vinkeveense Plassen blijft in stand
Hoge Raad, 28 mei 2019

De veroordeling van een verdachte wegens het veroorzaken van een dodelijke aanvaring op de Vinkeveense Plassen in 2014 blijft in stand. Dat heeft de Hoge Raad vandaag bepaald.

Op 2 augustus 2014 rond 22.40 uur vond op de Vinkeveense Plassen een aanvaring plaats tussen een door de verdachte bestuurde speedboot en een sloep. Twee opvarenden van de sloep kwamen als gevolg van de aanvaring om het leven.

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeelde de verdachte onder meer wegens het door roekeloosheid veroorzaken van de dodelijke aanvaring en het als schipper opzettelijk niet verlenen van hulp na het ongeval. Roekeloosheid is de zwaarste vorm van schuld. Het Hof legde de verdachte een gevangenisstraf van vijf jaar en een ontzegging van de vaarbevoegdheid van vijf jaar op. De verdachte was het hiermee niet eens en stelde beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

In cassatie wordt door de advocaten van de verdachte onder meer geklaagd over het oordeel van het Hof dat de verdachte roekeloos is geweest. Volgens de advocaten wordt niet voldaan aan de hoge eisen die worden gesteld aan het bewijs van roekeloosheid.

De Hoge Raad heeft deze klachten verworpen omdat naar zijn oordeel het Hof voldoende heeft uitgelegd waarom er sprake was van roekeloosheid. Het Hof heeft onder meer vastgesteld dat de verdachte in het donker met zijn onverlichte, grote en zware speedboot heeft gevaren met ruim zes keer de daar geldende maximumsnelheid, terwijl de verdachte verkeerde onder invloed van ongeveer drie maal de maximaal toegestane hoeveelheid alcohol. Ook had de verdachte er volgens het Hof onder meer rekening mee moeten houden dat het die avond drukker was op het water dan anders en had hij juist extra voorzichtig moeten zijn toen hij een doorgang tussen enkele recreatie-eilandjes invoer.

Namens de benadeelde partijen zijn klachten ingediend over de beslissingen van het Hof met betrekking tot de vorderingen tot schadevergoeding, die door het Hof gedeeltelijk zijn toegekend. Die klachten zijn naar het oordeel van de Hoge Raad ongegrond.

Met de uitspraak van de Hoge Raad is de veroordeling definitief. Dit geldt ook voor de door het Hof toegekende schadevergoedingsbedragen.

Uitspraken

Meest gelezen berichten