Veroordeling voor onder meer (poging) oplichting door verzwijgen overlijden moeder blijft in stand

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksHoge Raad der Nederlanden > Nieuws > Veroordeling voor onder meer (poging) oplichting door verzwijgen overlijden moeder blijft in stand
Den Haag, 03 juli 2018

De veroordeling van een vrouw uit Rijnsaterwoude wegens onder meer (poging) oplichting van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) en een pensioenfonds door het verzwijgen van het overlijden van haar moeder, blijft in stand. Dat oordeelt de Hoge Raad vandaag.

Het gerechtshof in Den Haag stelde als feiten vast dat de vrouw het lichaam van haar moeder direct na haar overlijden met de auto vanuit Rijnsaterwoude naar Tsjechië heeft vervoerd en daar in een bos heeft begraven. Zij deed dit zodat de AOW-uitkering en de pensioenuitkering van haar moeder doorbetaald zouden worden. Het gerechtshof veroordeelde haar tot een grotendeels voorwaardelijke gevangenisstraf voor het wegmaken van het lichaam, oplichting en het stelen en het helen van kentekenplaten. De vrouw stelde beroep in cassatie in.

In cassatie wordt geklaagd over het bewijs van de oplichtingsfeiten. De Hoge Raad oordeelt dat uit de door het hof vastgestelde omstandigheden naar voren komt dat de verdachte door meer dan een enkele leugen en misleidende handeling liet blijken dat haar moeder nog in leven was. Zonder deze onjuiste voorstelling van zaken zou de SVB de maandelijkse uitkering niet hebben voortgezet en zou het pensioenfonds datzelfde hebben gedaan als het fonds niet gewaarschuwd zou zijn door de politie.

Volgens de Hoge Raad is de bewezenverklaring van het hof niet onbegrijpelijk en voldoende gemotiveerd. De Hoge Raad laat de uitspraak van het hof dan ook in stand.

Uitspraken

Meest gelezen berichten