Vrijspraak voor schuld aan dood vriendin na inschenken GHB blijft in stand

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksHoge Raad der Nederlanden > Nieuws > Vrijspraak voor schuld aan dood vriendin na inschenken GHB blijft in stand
Den Haag, 12 maart 2019

De vrijspraak van een vrouw uit Nederhorst den Berg voor schuld aan de dood van haar toenmalige vriendin door een overdosis GHB, blijft in stand. Dat heeft de Hoge Raad vandaag bepaald.

De vriendin van de verdachte overleed in maart 2014 na het innemen van GHB die was ingeschonken door de verdachte. De vriendin, een volwassen vrouw, die onbekend was met de werking van GHB, had aangegeven wel eens GHB te willen proberen. De verdachte heeft vervolgens GHB in een theeglas geschonken, gemengd met cola en dit glas aan haar vriendin verstrekt. Zij heeft dit bewust en vrijwillig opgedronken. Niet is komen vast te staan wat de exacte hoeveelheid GHB is geweest. Wel had de verdachte zelf eerder van dezelfde GHB vergelijkbare of grotere hoeveelheden gebruikt en dat was goed gegaan. Het Hof oordeelde dat niet is komen vast te staan dat de verdachte een (te) grote hoeveelheid GHB heeft gegeven aan haar vriendin. Onder deze omstandigheden bracht het verstrekken van die GHB niet een dusdanig gezondheidsrisico mee dat de dood van de vriendin in strafrechtelijke zin aan de schuld van de verdachte is te wijten. Het gerechtshof sprak daarom de verdachte, in navolging van de rechtbank, vrij. 

Het Openbaar Ministerie (OM) stelde beroep in cassatie in.

In cassatie wordt geklaagd over het oordeel van het Hof dat het overlijden van de vriendin niet aan de schuld van de verdachte te wijten is.

Beslissing Hoge Raad

De Hoge Raad overweegt dat het bij dood door schuld moet gaan om min of meer grove of aanmerkelijke schuld. Of daarvan sprake is, wordt bepaald door de manier waarop die schuld in de tenlastelegging is omschreven en is verder afhankelijk van het geheel van de gedragingen van de verdachte en de omstandigheden van het geval. De Hoge Raad is van oordeel dat het gerechtshof in dit geval heeft kunnen aannemen dat de verdachte geen schuld aan de dood van het slachtoffer heeft.

Met het oordeel van de Hoge Raad is de vrijspraak definitief.

Uitspraken