Zaak belediging gemeenteraadslid Zoetermeer moet over

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksHoge Raad der Nederlanden > Nieuws > Zaak belediging gemeenteraadslid Zoetermeer moet over
Den Haag, 10 april 2018

De zaak tegen een gemeenteraadslid uit Zoetermeer die verdacht wordt van het beledigen van een ander gemeenteraadslid, tevens oud-minister van de LPF, moet over. Dat oordeelt de Hoge Raad vandaag.

Op 10 juni 2014 plaatste het raadslid, tijdens en na een gemeenteraadsvergadering, een aantal berichten op social media, waaronder een bericht met de tekst “in het kader van de problemen benoem ik dus het probleem, discriminatie van een complete geloofsgemeenschap door de racist Nawijn”. De aanleiding daarvoor was dat Nawijn zich uitsprak tegen de stichting van een Islamitische school in Zoetermeer.

De rechtbank sprak de verdachte vrij omdat de berichten in de context van het politieke debat waren geplaatst. Het gerechtshof kwam tot een veroordeling omdat het hof de uitlating ‘racist’ zonder meer als beledigend aanmerkte en oordeelde dat de uitlatingen onnodig grievend waren, omdat de verdachte in zijn uitingen veel verder was gegaan dan nodig was.

De Hoge Raad overweegt dat bij de beoordeling of een uitlating in strafrechtelijke zin beledigend is, acht moet worden geslagen op de bewoordingen van die uitlating en op de context waarin de uitlating is gedaan. Verder moet worden gekeken of de uitlating een bijdrage kan leveren aan het publieke debat en of de uitlating niet onnodig grievend is. Daarbij moet ook rekening worden gehouden met de context van het debat, bijvoorbeeld of het gaat om een politiek debat.

De Hoge Raad oordeelt in deze zaak dat de uitlatingen van de verdachte als gemeenteraadslid zijn gedaan aansluitend aan een in de gemeenteraad gevoerd debat waarin hij Nawijn discriminatie verweet. Het oordeel van het Hof dat de uitlatingen van verdachte onnodig grievend zijn, is niet begrijpelijk gezien het politieke debat dat de aanleiding was voor de uitlatingen en het belang van de politicus om in het publieke debat zaken aan de orde te stellen, ook als uitlatingen daarover kunnen kwetsen.

De Hoge Raad wijst zaak terug naar het gerechtshof Den Haag voor een nieuwe berechting.

Uitspraken

Meest gelezen berichten