Zaak vrijspraak belediging moslims door aanhanger PVV moet over

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksHoge Raad der Nederlanden > Nieuws > Zaak vrijspraak belediging moslims door aanhanger PVV moet over
Den Haag, 10 april 2018

De zaak tegen een man die werd vrijgesproken van groepsbelediging van moslims in de documentaire ‘Wilders, the movie’ moet over. Dat heeft de Hoge Raad vandaag bepaald.

De verdachte deed zijn uitlatingen als aanhanger van de PVV in een documentaire over Geert Wilders, die in 2010 werd uitgezonden. De verdachte was één de geïnterviewde personen, die in de documentaire werd gepresenteerd als aanhanger van Wilders. De verdachte sprak onder meer over Arabieren als ‘fervent kontenbonkers’ die ook ‘kleine jongens neuken’, ‘dat is normaal in hun cultuur’.

Het gerechtshof in Amsterdam sprak verdachte vrij van groepsbelediging. Het Hof oordeelde dat de gewraakte uitlatingen naar hun bewoordingen zonder meer beledigend voor moslims zijn. Het oordeelde vervolgens dat die uitlatingen in het maatschappelijk debat waren gedaan en dat zij niet onnodig grievend zijn omdat zij niet zodanig kwetsend zijn dat deze aanzetten tot haat, geweld, discriminatie of onverdraagzaamheid. Het Openbaar Ministerie was het met de vrijspraak niet eens en ging in cassatie.

De Hoge Raad overweegt dat bij de beoordeling of een uitlating in strafrechtelijke zin beledigend is, acht moet worden geslagen op de bewoordingen van die uitlating en op de context waarin de uitlating is gedaan. Verder moet onder meer worden gekeken of de uitlating een bijdrage kan leveren aan het publieke debat en of de uitlating niet onnodig grievend is.

De Hoge Raad is van oordeel dat van een te beperkt toetsingskader is uitgegaan door alleen te kijken of de uitlatingen van de verdachte, die niet als politicus is aangemerkt, aanzetten tot haat, geweld, discriminatie of onverdraagzaamheid. Daarbij heeft het Hof onvoldoende uitgelegd waarom de uitlatingen van de verdachte gelet op de bewoordingen daarvan niet onnodig grievend zijn.

De Hoge Raad wijst zaak terug naar het gerechtshof Amsterdam voor een nieuwe berechting.

Uitspraken

Meest gelezen berichten