Cassaties in het belang der wet

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksOver de Hoge Raad > Bijzondere taken HR en PG > Cassaties in het belang der wet

15/04957

Moet voor het geautomatiseerd opleggen van een boete vanwege het ontbreken van een geldige APK-keuring personenauto aan de overtreder eerst een brief worden gestuurd?

Status: verwachte uitspraakdatum 22 december 2015.

 

 

15/02946

Is een  procedure naar aanleiding van een ontnemingsvordering een voortzetting van de vervolging in de hoofdzaak? Of is dit een afzonderlijke, van de hoofdzaak te onderscheiden zaak?

Uitspraak Hoge Raad, 22 september 2015.
Een procedure naar aanleiding van een ontnemingsvordering is een voortzetting van de vervolging in de hoofdzaak.

 

 

14/06491

Kan het Openbaar Ministerie in het jeugdrecht het recht tot vervolgen worden ontnomen in zaken die te lang duren?

Uitspraak Hoge Raad, 8 september 2015.
Nee, oordeelt de Hoge Raad. De Hoge Raad benadrukt met de advocaat-generaal het grote belang van een snelle behandeling van strafzaken tegen jeugdigen. Maar met de sanctie die de advocaat-generaal voorstelt bij overschrijding van de redelijke termijn gaat de Hoge Raad niet mee. Het OM het recht tot vervolging ontnemen is wat de Hoge Raad betreft een te zwaar middel. Daarbij wijst de Hoge Raad bijvoorbeeld op het belang van mogelijke slachtoffers bij vervolging van de jeugdige. Als een zaak te lang heeft geduurd, kan de rechter de straf verlagen of een jeugdige verdachte schuldig verklaren zonder een straf op te leggen. De Hoge Raad blijft ook vasthouden aan de termijn van 16 maanden. Niet alleen moet een berechting snel gebeuren, het moet ook goed gebeuren. Een 16-maanden termijn komt tegemoet aan die beide belangen.

 

 

15/00303

Wordt de commanditaire vennoot hoofdelijk aansprakelijk door overtreding van het beheersverbod (art. 20 en 21 lid 2 WvK)?

Uitspraak Hoge Raad, 29 mei 2015.
De sanctie die art. 21 WvK stelt op het overtreden van het beheersverbod mag niet in een onevenredige verhouding staan tot de aard en ernst van de schending door de commanditaire vennoot van de voorschriften van art. 20 leden 1 en 2 WvK. De rechter mag afhankelijk van omstandigheden oordelen dat de sanctie niet op zijn plaats is. In dat verband kan mede van belang zijn of bij derden redelijkerwijs een onjuiste indruk over de hoedanigheid van de commanditaire vennoot heeft kunnen ontstaan. In zoverre komt de Hoge Raad terug van zijn arrest van 15 januari 1943 (Walvius).

 

 

14/06524

Wat is de reikwijdte van de onderzoeksbevoegdheden van de rechter-commissaris (nadat de dagvaarding is uitgebracht en na verwijzing door de rechter) en kunnen de officier van justitie en de verdachte  na verwijzing door de zittingsrechter op de voet van art. 316 lid 1 Sv 14/06524 3-3-15 vorderingen respectievelijk verzoeken tot het verrichten van onderzoek doen?

Uitspraak Hoge Raad, 3 maart 2015.
Nadat de zaak is uitgeroepen door de zittingsrechter beslist de zittingsrechter of onderzoek door de rechter-commissaris noodzakelijk is. Na de kennisgeving van de officier van justitie dat tot dagvaarding zal worden overgegaan, zijn vorderingen of verzoeken tot het verrichten van onderzoek niet meer mogelijk.

 

 

14/04180

Mag een verdachte een verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis doen ook al stelde hij geen  beroep in tegen een eerdere afwijzing van dat verzoek?

Uitspraak Hoge Raad, 10 februari 2015.
Ja dat mag. Het recht van de verdachte opheffing van zijn voorlopige hechtenis te vragen wordt door de wet (art. 69, eerste lid, Sv) niet beperkt. De rechtbank moet zo’n verzoek behandelen. Dat de verdachte geen hoger beroep instelde tegen zijn gevangenhouding is daarbij niet van belang.

 

 

14/04179

Mag een verdachte in hoger beroep gaan tegen een afwijzing van een verzoek tot schorsing van zijn voorlopige hechtenis als al eerder in zijn hoger beroep tegen het bevel tot gevangenhouding een verzoek tot schorsing is behandeld?

Uitspraak Hoge Raad, 10 februari 2015.
Ja dat mag. Het eerdere hoger beroep stelde de verdachte in tegen de toewijzing van de vordering tot zijn gevangenhouding. De verdachte had nog geen gebruik gemaakt van zijn recht hoger beroep in te stellen tegen een afwijzing van zijn verzoek tot schorsing van zijn voorlopige hechtenis.

 

 

14/04182

Kan de officier van justitie afzonderlijk hoger beroep instellen tegen een beslissing tijdens de terechtzitting waarin de voorlopige hechtenis van een verdachte wordt opgeheven?

Uitspraak Hoge Raad, 10 februari 2015.
Nee, dat is afzonderlijk niet mogelijk. Hij kan dit alleen doen in het hoger beroep dat hij kan instellen tegen de einduitspraak.

 

 

14/04181

Kan de officier van justitie afzonderlijk hoger beroep instellen tegen een in de vorm van een beschikking gegeven beslissing van de rechtbank waarbij een door de verdachte tijdens de terechtzitting gedaan verzoek tot opheffing of schorsing van de voorlopige hechtenis door de rechtbank is toegewezen?

Uitspaak Hoge Raad, 10 februari 2015.
Nee, dat is afzonderlijk niet mogelijk. Hij kan dit alleen doen in het hoger beroep dat hij kan instellen tegen de einduitspraak.