Verzoeken om nader onderzoek met het oog op herziening

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksOver de Hoge Raad > Bijzondere taken HR en PG > Verzoeken om nader onderzoek met het oog op herziening

De procureur-generaal (PG) van het parket bij de Hoge Raad is wettelijk bevoegd onderzoek te doen naar de vraag of er grond is voor de herziening van een onherroepelijke veroordeling. Voordat de PG tot een dergelijk onderzoek kan beslissen, moet zijn voldaan aan een aantal voorwaarden. Zo moet het gaan om een onherroepelijke veroordeling voor een misdrijf waarvoor wettelijk een gevangenisstraf van twaalf jaar mogelijk is. Dit misdrijf moet de rechtsorde ernstig hebben geschokt. Bovendien moeten er voldoende aanwijzingen zijn dat er mogelijkerwijs sprake is van een grond tot herziening en moet het verzochte onderzoek noodzakelijk zijn.
Ter voorbereiding van een herzieningsaanvraag kan een veroordeelde via zijn advocaat de PG verzoeken een nader onderzoek te doen naar bepaalde duidelijk omschreven omstandigheden.
De procureur-generaal kan, ambtshalve of op verzoek van de veroordeelde, advies vragen aan de Adviescommissie afgesloten strafzaken (ACAS). Deze adviescommissie adviseert over de wenselijkheid en de inhoud van nader onderzoek. De commissie bestaat uit twee wetenschappers, een deskundige op het terrein van de politiepraktijk, een advocaat en een lid van het openbaar ministerie.
Bij toewijzing van het verzoek om nader onderzoek kan de PG bij de Hoge Raad een onderzoeksteam samenstellen. De PG kan ook getuigen door een rechter-commissaris in strafzaken onder ede laten horen.
In de resultaten van dit onderzoek kan een onherroepelijk veroordeelde reden zien om zich met een aanvraag tot herziening tot de Hoge Raad te wenden.

Op 1 oktober 2012 is de Wet hervorming herziening ten voordele in werking getreden. Deze wetgeving heeft geleid tot wijzigingen in de regeling van de herziening ten voordele. Zie de artikelen 457 tot en met 482 van het Wetboek van Strafvordering. Bij die wetswijziging is aan het begrip ‘novum’ een ruimere betekenis toegekend, zodat in meer gevallen dan voorheen een grond voor herziening kan worden aangenomen.