Kunst en verzamelingen

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksHoge Raad der Nederlanden > Over de Hoge Raad > Kunst en verzamelingen

Kunstwerk

Op het schilderij Hoge Raad is een drukbevolkte rechtszaal afgebeeld. De wanden van deze rechtszaal zijn bedekt met kunsthistorische verwijzingen naar de ontwikkeling van het Nederlands recht en de grondwet. We zien voormalige politici, geleerden, staatshoofden en filosofen. Naast het recht is ook het onrecht, agressie en geweld zichtbaar – de uitvergrote verbeelding van de bloederige moord op de gebroeders De Witt is hiervan een duidelijk voorbeeld.

 

 

Beelden

Het betreft  van links naar rechts de volgende personen: Cornelis van Bynkershoek 1673-1743 (gemaakt door Albert Termote), Ulricus Huber 1636-1694 (gemaakt door Frits van Hall), Hugo de Groot 1583-1645 (gemaakt door Johan Polet), Simon van Leeuwen 1626-1682 (gemaakt door Hildo Krop), Johannes Voet 1646-1713 (gemaakt door Mari Andriessen), Joan Melchior Kemper 1776-1824 (gemaakt door Prof. Oswald Wenckebach). De beelden stonden tot 1988 op het bordes voor de voormalige vestiging van de Hoge Raad aan het Plein. De beelden zijn rond 1938 gemaakt.

 

 

 

De spreuk

De spreuk "UBI IUDICIA DEFICIUNT INCIPIT BELLUM" is in de achterwand van de hal van het gebouw aan de Kazernestraat 52 aangebracht. Deze spreuk, het ‘motto’ van de Hoge Raad, betekent vrij vertaald: waar rechterlijke beslissingen te kort schieten begint geweld.

De spreuk was vanaf 1938 in de zittingszaal van het toenmalige gebouw van de Hoge Raad aan het Plein in Den Haag te lezen in een wanddecoratie die eind jaren dertig door Richard Roland Holst is ontworpen. De spreuk was in goud gebeiteld in een groenmarmeren muur. Boven de spreuk waren beelden geplaatst van vier grote wetgevers: de bijbelse Mozes (de tien geboden), de Griek Solon (Atheense grondwet), de Byzantijnse keizer Justinianus (Corpus Iuris Civilis) en de Franse keizer Napoleon (Code Civil, Code Pénal). Onder de spreuk zaten de rechtsprekende raadsheren. De beelden en de marmeren platen met de spreuk zijn vandaag de dag nog te zien in het huidige (nieuwe) gebouw van de Tweede Kamer der Staten-Generaal aan het Plein.

De spreuk is ontleend aan de rechtsgeleerde Hugo de Groot (Grotius). De Groot is beroemd geworden door werken als “Het recht van de zee” en “Inleiding tot de Hollandse rechtsgeleerdheid”. De spreuk is afkomstig uit het boek van Hugo de Groot uit 1625 “Over het recht van oorlog en vrede”, boek 2, hoofdstuk 1, paragraaf 2  (Grotius: De iure belli ac pacis, liber II, caput I, par 2). De Groot wordt onder meer door dit werk als één van de grondleggers van het moderne volkenrecht gezien.

Hugo de Groot werd op 10 april 1583 in Delft geboren en bleek uitzonderlijk intelligent. Reeds op 15-jarige leeftijd promoveerde hij tot doctor in de rechten en vestigde zich als advocaat te Leiden. Hij vervulde daarna verschillende bestuursfuncties, onder meer die van raadspensionaris van Rotterdam. Hij raakte later, samen met onder meer de raadspensionaris van Holland, Van Oldenbarnevelt, in conflict met de stadhouder prins Maurits. De reden was de te volgen koers binnen het calvinisme. Het had tot gevolg dat Van Oldenbarnevelt in 1619 werd onthoofd en Hugo de Groot in slot Loevestein gevangen werd gezet. Op 21 maart 1621 ontsnapte hij op spectaculaire wijze, verborgen in een boekenkist, uit Loevestein. Via Antwerpen kwam De Groot uiteindelijk in Parijs terecht. In 1635 werd hij benoemd tot gezant van het koninkrijk Zweden in Frankrijk  (hoewel hij nooit in Zweden was geweest). Toen hij tien jaar later de Zweedse koningin had verzocht om hem als gezant terug te roepen leed hij, op de terugreis vanuit Zweden, schipbreuk voor de Duitse kust. De Groot wist de kust nog wel te bereiken maar bezweek toch aan de ontberingen en stierf op 62-jarige leeftijd in Rostock.

 

 

Portretten

Binnen de Hoge Raad is het reeds vanaf 1838 traditie dat aan de scheidend president van de Hoge Raad een portret wordt aangeboden. De Hoge Raad beschikt daardoor thans over een indrukwekkende portrettengalerij met zowel historische als kunsthistorische waarde.

       

 

Antiquarische boekenverzameling

De Hoge Raad beschikt over een grote verzameling antiquarische boeken. Dit boekenbestand is in hoofdzaak afkomstig uit de bibliotheek van de Hoge Raad van Holland en Zeeland en de bibliotheek van het Hof van Holland en bevat oude juridische werken vanaf de zestiende eeuw. De verzameling biedt niet alleen kennis van het oude recht, maar laat ook zien over welke juridische kennis de functionarissen uit die tijd beschikten. Daardoor verschaft de verzameling ons ook enig inzicht in de juridische werkwijze van de beide rechtscolleges.

Zoals beschreven in de rubriek geschiedenis gaat de huidige Hoge Raad, via de Hoge Raad van Holland en Zeeland terug op de Grote Raad van Mechelen. Bij de Bataafse omwenteling in 1795 werden de bibliotheken van de Hoge Raad van Holland en Zeeland en de bibliotheek van het daaronder ressorterende Hof van Holland samengevoegd. Sinds 1838 maken de boeken deel uit van de bibliotheek van de Hoge Raad der Nederlanden.

Een overzicht van de huidige collectie is te vinden in: P.P. Schmidt, Catalogus van oude drukken in de bibliotheek van de Hoge Raad der Nederlanden, Zwolle: Tjeenk Willink 1988.

Het boekenbestand is beschikbaar voor historisch en rechtshistorisch onderzoek. U kunt zich daarvoor wenden tot de bibliotheek.

 

 

Curiositeiten

Tot de curiositeiten van de Hoge Raad behoren:

       

 

                   
                   
                   

 

Bodebussen

Tot de waardevolle bezittingen van de Hoge Raad behoren een drietal bodebussen, één ten behoeve van het parket bij de Hoge Raad en twee ten behoeve van de Hoge Raad zelf. De bodebussen zijn waarschijnlijk vervaardigd door de vermaarde zilversmid Van Kempen uit Voorschoten. Zijn bedrijf, het latere Koninklijke Van Kempen & Begeer was tot 1985 gehuisvest in de zilverfabriek in Voorschoten en is thans gevestigd te Zoetermeer. De bodebus is een onderscheidingsteken dat werd gedragen door de bodes tijdens de zittingen van de Hoge Raad en andere officiële gelegenheden. Het dragen van de bodebus is eind jaren zestig, begin jaren zeventig van de twintigste eeuw in onbruik geraakt.

De geschiedenis van de bodebus gaat terug tot in de vroege middeleeuwen. Bodes, die schriftelijke stukken moesten overbrengen, droegen deze voorzien van het zegel van de opdrachtgever in een bus aan een gordel. In de loop der eeuwen ontwikkelde de bodebus zich tot een lint met het wapen van de instantie, die de bode vertegenwoordigde en diende deze uitsluitend nog ter legitimatie van de beambte. De bodebussen werden vroeger door vrijwel alle bodes in dienst van een overheidsinstelling gedragen.

Zie: M. Agterberg, De bodebus in de Lage Landen, Schipluiden: Gemeente Schipluiden 1984.

 

       

 

Uniformen

De Hoge Raad beschikt tevens over een drietal galakostuums. De kostuums zijn gemaakt conform de wettelijke voorschriften van het Koninklijk Besluit van 14 september 1838 (het thans nagenoeg ongewijzigde Koninklijk Besluit van 22 december 1997, Staatsblad 763, artikel 21 e.v.). Volgens dit Besluit kan het ambtskostuum “individueel ten Hove verschijnende of openbare plegtigheden bijwonende” worden gedragen.