Laden...

Resultaten toetsingsfase

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

2. Resultaten toetsingsfase

De resultaten zijn zowel intern als extern, kwalitatief als kwantitatief getoetst.

>Alles uitklappen
  • Deze paragraaf bevat de subparagrafen:

    • 2.1.1 Expertbijeenkomsten
    • 2.1.2 Klantonderzoek
    • 2.1.3 Extern: Klankbordgroep
  • In de toetsingsfase in juni-juli 2019 is er voor elk van de vijf zaakstromen een expertbijeenkomst met externe partijen (ketenpartners en vertegenwoordigers van procespartijen) gehouden. Tijdens het eerste uur werd gespiegeld; de externe gasten konden onder leiding van een gespreksleider over de doorlooptijden van de Rechtspraak discussiëren zonder tussenkomst van medewerkers van de Rechtspraak. Het tweede uur ging de Rechtspraak met haar ketenpartners in gesprek. In bijlage 6 (pdf, 600,6 KB) tref je per expertbijeenkomst een korte samenvatting van de belangrijkste opgehaalde feedback. Er was weinig inhoudelijk commentaar op de voorgestelde standaarden. De opmerkingen die er waren zijn in het blauw verwerkt in bijlage 4 (pdf, 1,4 MB). De focus lag op ideeën voor implementatie. Deze zijn verwerkt in hoofdstuk 3. Rechtsgebied specifieke versnellers zijn op voornoemde wijze verwerkt in bijlage 4 (pdf, 1,4 MB).

    De externe partijen adviseren de Rechtspraak om haar communicatie te verbeteren, zodat de voorspelbaarheid richting rechtzoekenden (en externe partijen) verbetert. De gerechten moeten streven naar meer uniformiteit; dit komt zowel de voorspelbaarheid als de efficiëntie ten goede. Verder is een nauwe samenwerking met ketenpartners (en advocatuur) verstandig; creëer een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid voor doorlooptijden binnen de keten, overleg structureel op zowel landelijk als lokaal niveau en geef feedback aan ketenpartners over de dingen die ze aanleveren. Zorg dat de juiste personen aan tafel zitten. Verder is ook een goede communicatie op zaaksniveau van belang; zorg voor vaste contactpersonen en laagdrempelige communicatie. Benoem binnen de gerechten logistieke experts en geef ze de verantwoordelijkheid voor het proces. Daarmee ontlast je de inhoudelijke mensen. Benut de mogelijkheden die mediation naast rechtspraak kan bieden. Blijf elke zaak als uniek zien en bekijk per zaak goed wat nodig is om snel tot een bevredigende oplossing te komen. Cluster zaken waar nodig en werk met themazittingen voor veel voorkomende onderwerpen. Laat het ‘first in, first out’ principe los; zaaksdifferentiatie kan de efficiëntie enorm versterken (eerst de bulk behandelen en daarna de ingewikkelde zaken). Wees strenger bij het plannen van een zitting en onderzoek creatieve manieren om dit anders te doen. Laat je niet te veel leiden door de behoefte van de klant.

  • Het onderzoek onder rechtzoekenden kende een kwantitatief en een kwalitatief onderdeel.

    Het kwantitatieve onderzoek

    In het kwantitatieve deel is vooral getoetst welke aspecten van een gerechtelijke procedure, naast doorlooptijd, bepalend zijn voor de tevredenheid van rechtzoekenden over een gerechtelijke procedure. Er is getoetst wat rechtzoekenden een redelijke termijn vinden voor verschillende zaakstromen. De 38 nieuwe standaarden zijn getoetst aan de hand van praktijkvoorbeelden. Er zijn ruim 700 mensen ondervraagd die de afgelopen 5 jaar ervaring hebben opgedaan met de Rechtspraak: 100 deelnemers per zaakstroom, 100 mensen zonder ervaring met de Rechtspraak en 100 mensen die ervaring hebben met de Rechtspraak als overige belanghebbende (bijvoorbeeld slachtoffer of getuige). De conclusies zijn hiermee representatief voor de Nederlandse bevolking.

    • 35% van alle rechtzoekenden geeft aan dat zij ontevreden of zeer ontevreden zijn over de doorlooptijd bij hun meest recente ervaring met de Rechtspraak. 38% is wel tevreden. De overige groep heeft hier een neutraal oordeel over of geeft aan hier geen mening over te hebben.
    • Ondervraagden die ervaring hebben met een procedure op het gebied van toezicht/faillissement zijn vaker tevreden over een aantal aspecten van hun ervaring dan rechtzoekenden op andere gebieden. Binnen toezicht zijn rechtzoekenden vaker tevreden over: de uitspraak van de rechter, de onderbouwing van de uitspraak, de communicatie over de duur van het proces, en de totale doorlooptijd van hun zaak. 48% van de rechtzoekenden is (zeer) tevreden over de totale doorlooptijd van hun zaak terwijl dit bij alle rechtzoekenden 38% is.
    • De doorlooptijd tot aan de eerste zitting of het eerste contact is bij bijna de helft van de rechtzoekenden langer dan verwacht.
    • Bij 45% van alle rechtzoekenden duurde de periode tot aan de eerste zitting of eerste reactie van de Rechtspraak langer dan verwacht. Bij toezicht en faillissement voldoet de doorlooptijd van de eerste stap in het proces vaker aan de verwachting. Bij 31% was deze periode langer dan verwacht, bij 61% was het juist sneller of precies naar verwachting.
    • Bij een op de drie laat de uitspraak langer op zich wachten dan men verwachtte.
    • Volgens 36% van alle rechtzoekenden was de doorlooptijd tot aan de uitspraak langer dan zij voorzien hadden. Net als bij de tijd tot aan de eerste zitting, zijn de rechtzoekenden bij toezicht en faillissement het meest te spreken over de doorlooptijd tot aan de uitspraak. Bij twee derde van de ervaringsdeskundigen op het gebied van toezicht duurde de afhandeling van de zaak korter dan verwacht of voldeed precies aan de verwachtingen. Bij bestuursrecht zien we meer rechtzoekenden die de tijd tot aan de uitspraak vonden tegenvallen: bij 49% duurde dit langer dan verwacht.
    • 45% van alle rechtzoekenden geeft aan door geen enkele partij op de hoogte te zijn gebracht over de tijd die iedere fase van het proces zou gaan duren. Van degenen die hier wel over ingelicht zijn gebeurde dit meestal door de advocaat (30%). Slechts 15% van alle rechtzoekenden geeft aan dat ze door de rechtbank op de hoogte zijn gebracht over hoe lang iedere fase zou gaan duren.

    Het kwalitatieve onderzoek

    Tijdens het kwalitatieve deel is vrij geassocieerd over de Rechtspraak en is doorgevraagd waarom een bepaalde doorlooptijd te lang of juist redelijk wordt gevonden. Ook zijn de meest gebruikte verklaringen voor een te lange doorlooptijd getoetst op begrip bij rechtzoekenden. Het onderzoek levert een schat aan informatie op over de beleving van doorlooptijden. Ook houdt dit onderzoek de Rechtspraak een spiegel voor en geeft het een helder beeld hoe de Nederlander naar de Rechtspraak kijkt en hoe rechtzoekenden de Rechtspraak ervaren hebben. In deze samenvatting zijn slechts de hoofdconclusies opgenomen, het is voor een ieder die binnen de Rechtspraak werkt aan te bevelen het gehele rapport in bijlage 7 te bestuderen.

    De belangrijkste hoofdconclusies

    Ondanks dat een aanzienlijk deel van de rechtzoekenden ontevreden is over de snelheid waarmee hun zaak is afgerond, lijkt snelheid niet alleen bepalend voor hun (on)tevredenheid. De ontevredenheid over de snelheid wordt meer gevoed door de onwetendheid over de doorlooptijd, door gebrek aan transparantie over wat er gedurende de doorlooptijd gebeurt en door de perceptie dat het proces inefficiënt verloopt.

    Veel respondenten geven aan (ook in het kwantitatieve onderzoek) dat ze op voorhand  niet wisten hoe lang hun zaak zou gaan duren. Het gebrek aan voorspelbaarheid geeft een vervelend gevoel, omdat zij willen weten waar ze aan toe zijn. In zaken waarbij de emotionele belasting groot is, is elke dag een dag te veel: men wil een streep kunnen zetten onder het conflict. Het gebrek aan voorspelbaarheid uit zich ook in de wijze waarop uitstel wordt gecommuniceerd. Met name als er geen reden wordt vermeld voor het uitstel, leidt dit tot onvrede.

    Sneller is niet altijd beter; er zijn ook gevallen waarbij het naar voren halen van de zitting juist problematisch was doordat een partij hierdoor in tijdnood kwam voor het aanleveren van stukken. Burgers willen dus niet zonder meer een snellere rechtspraak, wel willen ze weten waar ze aan toe zijn.

    Een ongewenst neveneffect van het gebrek aan voorspelbaarheid is dat het ook een weerslag heeft op de perceptie ten aanzien van de organisatie zelf. Het feit dat niet goed te voorspellen is hoe lang iets duurt, geeft de indruk dat de Rechtspraak intern de zaken niet op orde heeft.

    Rechtzoekenden hebben vaak geen idee van de werkzaamheden gedurende een zaak. Daardoor hebben ze er ook geen gevoel bij of een doorlooptijd redelijk is of niet. Rechtzoekenden baseren hun oordeel daarom op hun eigen werk of op hun contacten met andere bedrijven. In die zin wordt er niet veel onderscheid gemaakt tussen bedrijfsleven en de Rechtspraak, bijvoorbeeld in hoe snel ze een antwoord op een e-mail verwachten. In vergelijking met het bedrijfsleven valt de snelheid van de Rechtspraak tegen en kan men hier geen goede verklaring voor bedenken.

    Over het algemeen kan gesteld worden dat de meerderheid van de voorgestelde nieuwe standaarden door de samenleving als te lang worden ervaren. Er lijkt een kantelpunt te liggen bij ongeveer 3 á 4 maanden waarboven alle procedures als te lang worden gezien, ongeacht het rechtsgebied of het soort zaakstroom.

    Er is hierbij geen onderscheid tussen personen met en zonder ervaring met de Rechtspraak; het is een algemene trend. Wanneer er praktijkvoorbeelden worden voorgelegd die mogelijk een grote impact hebben op het leven van een individu dan ligt de grens van wat nog als redelijk wordt ervaren, vaak nog lager dan drie maanden. Voorbeelden hiervan zijn alle zaken rondom de omgangsregelingen met kinderen (jeugdzorg/ouderlijk gezag) of het aanvechten van het innemen van je rijbewijs (nieuwe norm: 14 weken – 66% vindt dit te lang).De grootste discrepantie tussen de nieuwe standaarden en wat men redelijk acht zit bij bestuursrecht en kanton/handelsrecht. Met uitzondering van de IND-gerelateerde zaakstromen liggen de nieuwe normen binnen bestuursrecht ver boven de verwachtingen in de maatschappij. De beschreven zaakstromen die te maken hebben met belastingrecht, en de zaakstromen die gaan over het in beroep gaan tegen een afgewezen vergunning, worden door 70 á 80% van alle ondervraagden als te lang benoemd. Bij handel-/kantonrecht zijn praktijkvoorbeelden voorgelegd waarbij een geldbedrag geëist wordt van minder of meer dan 25.000 euro (met verweer) en het hoger beroep in deze zaakstromen. De nieuwe normen van 20, 40 en 60 weken lopen ver achter op de maatschappelijke verwachting.

    Lange doorlooptijden worden vooral onwenselijk gevonden bij geschillen rondom ouderlijk gezag of problematische echtscheidingen.

    Bij familie- en jeugdrecht zien we dat de samenleving lange doorlooptijden bij geschillen over ouderlijk gezag en de veiligheid van kinderen niet acceptabel vindt. Het verzoek van Jeugdzorg om een kind uit huis te plaatsen (nieuwe norm: 6 weken) wordt door 51% van alle Nederlanders als te lang gezien. Ook het in beroep gaan hiertegen (13 weken), vindt de meerderheid een onredelijke termijn. Het grootste verschil is te zien bij de termijn die staat voor het in beroep gaan tegen een beslissing van de rechtbank waarbij je verzoek om omgang met je kind is afgewezen. Hiervoor staat 32 weken; iets wat 75% van alle Nederlanders als onwenselijk ziet.

    De adviezen die Motivaction op basis van dit onderzoek geeft aan de Rechtspraak zijn verwerkt in hoofdstuk 3.

  • Tijdens de bijeenkomst met de klankbordgroep (zie noot 2 in de inleiding voor de samenstelling van de klankbordgroep) is waardevolle input opgehaald. Met Bart-Jan van Ettekoven, voorzitter ABRvS, heeft een apart gesprek plaatsgevonden. Onderstaand is -kort per thema samengevat- de opgehaalde feedback weergegeven:

    Communicatie

    • Schep de juiste (reële) verwachtingen en geef mensen waar mogelijk een keuze.
    • Communiceer liever een te ruime doorlooptijd en maak deze waar, i.p.v. erop terug te moeten komen.
    • Als je een uitstelbrief moet sturen, geef dan een concrete datum en maak die waar.
    • Leg uit waarom je bepaalde keuzes maakt.
    • Geef voldoende informatie voor de zitting; dan verloopt die efficiënter en is de kans op aanhouding kleiner.

    Differentiatie

    • Differentieer aan de poort: laat het ‘first in, first out’ principe los en geef voorrang aan zaken die je snel
      kunt afdoen (bulk), boven de meer ingewikkelde zaken. Dat levert toegenomen efficiëntie op. Formuleer categorieën en pas voornoemd principe daarbinnen wel toe. Denk ook aan themazittingen/clusteren en het projectmatig wegwerken van zaken binnen deze clusters.
    • Bekijk dingen vanuit het perspectief van de rechtzoekende: wanneer leidt een lange doorlooptijd tot een schrijnend geval? Maak hier (als eerste) aparte (snellere) standaarden voor. 
    • Bepaal de belangrijkste taken (core business) en zet hier energie op. Maak daar het verschil voor de samenleving. Moet je alles willen (blijven) doen?

    Sturing

    • Is toegenomen efficiëntie te behalen door niet-juridisch specialisten in te schakelen of een grotere verantwoordelijkheid te geven? Bijv. dossiermanagers, ICT-specialisten, logistieke experts, etc.
    • Stuur strak op de termijnen waar men daar invloed op heeft. Spreek rechters aan op hun verantwoordelijkheid voor het proces en het management.
    • Stel niet-rechtelijke managers aan die kunnen sturen op processen (let op: een rechter mag niet worden beoordeeld door een niet-rechter).
    • Bied de juridische ondersteuning een ‘incentive’, een motivatie om een stapje extra te zetten. Dit werkt ook goed in het bedrijfsleven (let op: kan niet voor rechters).
    • Benader de sturing op doorlooptijden op een positieve manier: geen doorlooptijden ‘politie’ maar bijvoorbeeld ‘bewust belonen’.

    Implementatie

    • Probeer niet alles tegelijk te doen. Maak keuzes. Pak er een paar dingen uit en zorg dat die lukken.
    • Niet alleen snelheid is belangrijk, maar ook kwaliteit en adequaatheid (context).
    • Benoem initiatieven die al eerder zijn geprobeerd anders. Daarmee voorkom je mogelijk scepsis.
    • Isoleer nieuwe werkvoorraad van oude achterstanden en geef medewerkers ruimte om te beproeven of de nieuwe standaarden te realiseren zijn. Lastig, want je trekt nieuwe zaken voor boven de oudere.
    • Binnen het bestuursrecht moet de prioriteit liggen bij de Wet Maatschappelijke Ondersteuning-zaken en de Sociale Zekerheid-zaken. Deze zaakstromen zijn vaak van groot belang voor rechtzoekenden.
    • Voor het wegwerken van achterstanden is het handig om aantal mensen volledig vrij te stellen.
    • Per rechtsgebied zijn andere versnellers bruikbaar; laat teams zelf door de lijst met versnellers heen gaan.

    Versnellers

    • Delegeer vaker; onderzoek de meest efficiënte verhouding tussen rechters en juridisch medewerkers en zorg indien nodig voor meer secretarissen van hoog niveau ter vervanging van (lege) rechtersplekken.
    • Zorg bij eenvoudige zaken dat partijen relevante informatie gestructureerd aanleveren, bijv. digitaal of d.m.v. een formulier.
    • Werk grote pieken projectmatig weg.
    • Voer administratieve acties waar mogelijk parallel uit.
    • Zorg voor een slimme, snelle planning en laat open plekken opvullen door een ‘belsecretaris’.
    • Doe vaker mondeling uitspraak en gebruik verkorte vonnissen.
    • Hoger beroep hoeft niet altijd MK behandeld te worden. Gebruik als uitgangspunt ‘EK, tenzij’.

    Cultuur

    • Snelheid is een cruciaal onderdeel van kwaliteit. Dat besef heeft nog niet iedereen.
    • Soms treedt ergens versnelling op door een goed initiatief, maar dit is vaak afhankelijk van één persoon (manager of collega). Bij het vertrek of ziekte van die persoon stort het weer in. Zorg dat je dingen ‘samen’ doet, zodat de meest efficiënte werkwijze beklijft.

    Overleg met ketenpartners

    • Voer structureel overleg met je ketenpartners, o.a. over doorlooptijden.
    • Het parallel uitvoeren van administratieve acties kan er toe leiden dat ketenpartners soms werk voor niks doen. Zorg ervoor dat je dit afstemt met de ketenpartners en dat je daarbij een goed verhaal hebt.
    Inspiratie LUMC – Het zorgpad
  • Deze paragraaf bevat de subparagrafen:

    • 2.2.1 Lunchlezingen bij gerechten
    • 2.2.2 Ronde langs de LOV’s (en GLO)
  • In de gerechten is ook met medewerkers gesproken over de nieuwe doorlooptijdstandaarden. Belangrijkste doel was om medewerkers mee te nemen in de processtappen van het project en om draagvlak te creëren voor de nieuwe standaarden. In totaal zijn er bij 22 zittingslocaties lunchlezingen (of voorlichtingsbijeenkomsten) gehouden. Per bijeenkomst verschenen er zo’n 15-25 collega’s. Er werd aandacht besteed aan de wijze waarop de standaarden tot stand zijn gekomen en er zijn ideeën opgehaald voor de implementatie en realisatie. Voor kennisname van de standaarden is verwezen naar de Intro-pagina van het project. Er zijn geen reacties binnengekomen. Over het algemeen waren de reacties tijdens de lunchlezingen positief, over de standaarden, de versnellers en de manier waarop deze tot stand zijn gekomen. Vrijwel iedereen ziet de noodzaak en urgentie van het verkorten van doorlooptijden. Met betrekking tot de standaarden zelf zijn bij de stuurgroep vrijwel geen inhoudelijke reacties binnengekomen. Wel waren er zorgen met betrekking tot de implementatie. Zo was een veel gehoorde vraag: “waarom zou het verkorten van doorlooptijden deze keer wel lukken?”. Ook zijn er zorgen over de randvoorwaarden; leunen de voorstellen niet te veel op de randvoorwaarde ‘voldoende capaciteit en geen achterstanden’ en komen de benodigde extra middelen er wel? Onderstaand een samenvatting van de meest gehoorde en/of bruikbare feedback. Zie bijlage 8 (pdf, 455,3 KB) voor een meer uitvoerig overzicht van alle tijdens de lunchlezingen opgehaalde feedback.

    Doorlooptijden ‘van het management’?

    Wat allereerst opviel was dat de opkomst tegenviel. Er was relatief veel belangstelling vanuit de afdelingen bedrijfsvoering en het management, terwijl de opkomst vanuit het primair proces minder groot was. Dat is conform het eerder opgehaalde beeld dat dit onderwerp vooral wordt ervaren als iets ‘van het management’. De aanwezige collega’s gaven mee dat het verstandig is om de standaarden (via de managers) breder binnen de gerechten te (laten) bespreken, bijvoorbeeld in teamoverleggen. Zo ontstaat een breder draagvlak. De medewerkers hebben behoefte aan informatie, overzicht en een concrete vertaling naar de praktijk: wat gaan we doen, wie regelt het en wie bewaakt de gemaakte afspraken? Wat kan elke individuele medewerker doen?

    Geld en capaciteit

    Onder de aanwezigen was veel zorg over de financiering. Veel betrokkenen gaven aan weinig hoop te hebben dat de Rechtspraak ooit een stabiele situatie zal bereiken en dat doorlooptijdverkorting niet gaat lukken als er geen extra geld komt. Dat is nodig om te voldoen aan de randvoorwaarde ‘extra capaciteit/geen achterstand’. Verder gaat de werving van nieuwe rechters langzaam en is er (te) weinig opleidingscapaciteit. Rechterstaken worden zwaarder door bijvoorbeeld ambtshalve toetsing, vordering benadeelde partij, flexwerken en extra taken zoals klare taal, meer regie en de Code Zaakstoedeling. Extra geld gaat dit niet zonder meer oplossen.

    Versnellers

    Tijdens de lunchbijeenkomsten zijn veel ideeën voor versnellers opgehaald. Veel daarvan zijn ook al tijdens de tekentafelsessies en/of tweedaagse ter sprake gekomen (zie bijlage 4 (pdf, 1,4 MB) en bijlage 9 (pdf, 460,6 KB)). De voornaamste aanvullingen zijn opgenomen in bijlage 12 (pdf, 484,1 KB).

    Overige tips voor implementatie

    Naast de versnellers zijn er ook tips gegeven voor de implementatie. Ook hier zijn dingen genoemd die al eerder ter sprake waren gekomen, zoals: inzetten op verwachtingenmanagement en zorgen voor een prioritering (zie paragraaf 3.9). Aanvullingen hierop heeft de stuurgroep meegenomen in het implementatiehoofdstuk.

  • Tijdens de toetsingsfase heeft de stuurgroep de tekentafelvoorstellen met daarin de nieuwe standaarden per rechtsgebied en een concept-implementatie advies ter meningsvorming gedeeld met alle LOV’s (en het GLO). Beide stukken zijn besproken en door een stuurgroeplid toegelicht tijdens een ronde langs de LOV’s.

    Standaarden

    Alle LOV’s konden zich in de standaarden vinden en gaven aan dat deze voldoen aan de definitie ‘ambitieus, maar toch realistisch’ (gegeven de randvoorwaarden ‘voldoende capaciteit’ en ‘geen achterstanden’). Op een enkele detailopmerking na zijn er geen bezwaren geuit tegen vaststelling daarvan. De detailopmerkingen zijn waar nodig verwerkt. De meeste LOV’s gaven het signaal dat de precieze termijnen minder relevant zijn dan het (kunnen) nakomen ervan.

    De meeste LOV’s staan (vooralsnog) niet positief tegenover het inpassen van de doorlooptijdstandaarden in de professionele standaarden. Hoewel de logica achter de doorlooptijdstandaarden gelijkenissen vertoont met de logica achter de professionele standaarden, is de totstandkoming (hoewel bottom-up) dermate anders dat deze inpassing niet op voldoende draagvlak kan rekenen. Verder is de realisatie van de doorlooptijdstandaarden dermate afhankelijk van andere partijen dan de juridische professionals, dat de term ‘professionele standaarden’ vooralsnog niet toepasbaar is. De standaarden worden (net als de oude ‘normen’) gezien als iets van het management en nog niet als iets van de werkvloer. Wellicht verandert dit standpunt van de LOV’s nog als de implementatie en realisatie ervan over enkele jaren succesvol blijkt te zijn.

    Implementatie

    Alle LOV’s konden zich vinden in de door het project gemaakte opsomming van de belangrijkste onderwerpen om op in te zetten (de drie landelijke deelprogramma’s en een stuurgroep die lokale initiatieven coördineert en verbinding bewerkstelligt, zie hoofdstuk 3). Er zijn enkele aanvullingen genoemd op detailniveau, die zijn meegenomen in het eindrapport. Hoewel er bij vrijwel alle LOV-leden sprake was van een groot enthousiasme, waren er bij de meeste LOV’s grote zorgen over de implementatie, met name over het onderwerp ‘achterstanden en capaciteit’. Men moet nog maar zien dat er inderdaad meer capaciteit beschikbaar wordt gesteld, dat er een vliegende brigade komt en dat achterstanden worden weggewerkt. Verder is voor sommige specialismes de werving van rechters en juridische ondersteuning erg lastig. Dit alles maakt dat het vertrouwen in het uiteindelijk kunnen ‘realiseren’ van deze nieuwe standaarden minder hoog is. Aandachtspunt hierbij is: communiceer de nieuwe standaarden niet voordat je weet dat je ze kunt waarmaken.

    De LOV’s voelen zich mede verantwoordelijk voor de doorlooptijd standaarden en willen graag betrokken worden c.q. een actieve rol spelen bij de implementatie en realisatie daarvan. Voor nu is het belangrijkst dat de LOV’s de doelstellingen van de toekomstige deelprogramma’s omarmen.

    De LOV’s hebben geadviseerd om de volgende werkstromen als eerste op te pakken. Het GLO heeft hierover geen advies gegeven:

    • LOVBel: focus op digitale toegankelijkheid binnen belasting (transparantie).
    • OBER: focus op quick wins, dus geen belastingzaken. Je kunt starten met een mix van makkelijk en moeilijk. Rijksbelastingen heeft dan prioriteit als ‘moeilijke’ stroom.
    • LOVC-Hoven: familiezaken en daarna misschien belastingzaken (overzichtelijk).
    • LOVF: verzoeken tot een eerste ondertoezichtstelling.
    • LOVF-Hoven: deelonderwerp binnen gezag en omgang (grootste probleem). Start met een gebied met een kleine voorraad of met een stukje proces voor meerdere deelonderwerpen.
    • LOVCK&T: kanton – dagvaardingszaken met verweer. 2 strategieën: quick wins, kies dan grote stroom met weinig achterstand. Grootste probleem eerst: start met mega-zaken.
    • LOVB: bijstandszaken (vrij standaard, meestal EK en kwetsbare groep rechtzoekenden).
      Evt. ook toeslagzaken.
    • LOVS: focus op de 7 vanuit het BKB geformuleerde zaakstromen.

    Zie voor een verslag per LOV-vergadering (en GLO) bijlage 10 (pdf, 260,1 KB)

  • Naast alle voornoemde bijeenkomsten en overleggen heeft de voorzitter van de stuurgroep ook op bestuurlijk niveau vele gesprekken gevoerd om draagvlak te creëren. Zo is gesproken met bestuurders van ketenpartners en bestuurders binnen de Rechtspraak. (Voor de namen van de betreffende bestuurders, zie bijlage 3). Een concept van het eindrapport is op 24 juni 2019 in het PRO, op 3 juni 2019 in het SBO, op 1 juli 2019 in het KPO, op 2 september 2019 in het overleg tussen de Raad en de COR en op 26 juni 2019 en 18 september 2019 in het College van afgevaardigden toegelicht (zie bijlage 10 (pdf, 260,1 KB) voor het verslag van laatstgenoemde). Tot slot is gesproken met de NVVR. De reacties waren overwegend positief. Eventuele suggesties en ideeën die tijdens deze overleggen zijn opgehaald, zijn in het eindrapport verwerkt.