Raad voor de rechtspraak: laat huidige procedure bij vormfouten intact

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRaad voor de rechtspraak > Nieuws > Raad voor de rechtspraak: laat huidige procedure bij vormfouten intact
Den Haag, 17 augustus 2018

De Raad voor de rechtspraak adviseert ministers Grapperhaus en Dekker de nu bestaande regeling rondom vormfouten intact te laten. Dat stelt de Raad in zijn vandaag verschenen wetgevingsadvies (pdf, 1,3 MB) over de modernisering van het Wetboek van Strafvordering. Nu kan de rechter bij een vormfout in een rechtszaak, bijvoorbeeld de politie die een woning binnentreedt zonder voorafgaande machtiging of een verdachte die wordt gefouilleerd zonder dat aan de voorwaarden voor dat fouilleren is voldaan , per geval de impact beoordelen en daar al dan niet consequenties aan verbinden. Het is belangrijk dat dit zo blijft, vindt de Raad.

Wetboek van Strafvordering

Het wetgevingsadvies van de Raad gaat over de boeken 3 tot en met 6 van het Wetboek van Strafvordering en maakt deel uit van het omvangrijke programma Modernisering Wetboek van strafvordering. Daarin wordt het gehele wetboek onder de loep genomen en aangepast waar nodig. De Raad is erg positief deze nieuwe wetgevingsoperatie en heeft al eerder geadviseerd over de boeken 1 en 2 en de zogenoemde contourennota. Maar de Rechtspraak heeft ten aanzien van verschillende onderdelen ook zwaarwegende (inhoudelijke) bezwaren.

Houdt huidige regeling vormfouten intact

Zo adviseert de Raad de ministers de huidige regeling voor het bestraffen van vormfouten in stand te laten. Dit biedt de stafrechter voldoende ruimte voor een belangenafweging en bestraffing toegesneden op de bijzonderheden van een zaak. De huidige regeling vloeit voort uit een al 20 jaar durend proces van rechtsvorming. De voorstellen van de ministers brengen hier grote veranderingen in aan, terwijl niet duidelijk is tot welke verbeteringen dit leidt.

Geen landelijk bevoegde officier van justitie

De door de minister voorgestelde maatregel om een landelijk bevoegde officier van justitie in te voeren raadt de Raad met klem af. De officier van justitie heeft al de mogelijkheid bij andere gerechten op te treden. De nieuwe maatregel geeft een officier van justitie meer ruimte om zelf een rechtbank te kiezen waaraan hij zijn zaak voorlegt. Voor de burger wordt het daardoor onvoorspelbaar bij welk gerecht een zaak wordt behandeld. De Raad pleit ervoor in plaats daarvan het wettelijk mogelijk te maken dat gerechten elkaar bij tijdelijk capaciteitsgebrek eenvoudiger kunnen helpen. Op die manier kunnen piekbelastingen bij rechtbanken worden opgevangen en doorlooptijden van strafzaken worden verkort.

Geen verplichte aanwezigheid verdachte bij getuigenverhoor

De voorgestelde verplichte aanwezigheid van verdachten bij getuigenverhoren door de rechter-commissaris ziet de Raad als problematisch. Voor slachtoffers en getuigen kan het erg belastend zijn om te moeten verklaren waar een verdachte bij is. De Raad denkt dat getuigen minder snel willen verklaren of op het verhoor willen verschijnen als de verdachte standaard bij het getuigenverhoor aanwezig is. Het is beter als de rechter-commissaris de bevoegdheid heeft – zoals nu al het geval is - om een verdachte aanwezig te laten zijn bij het verhoor als dat nodig is. Daarom beveelt de Raad aan de huidige situatie te handhaven.

Schadevergoeding

In het advies heeft de Raad ook bezwaren tegen de voorstellen om verzoeken tot schadevergoeding als gevolg van onrechtmatig strafvorderlijk optreden, door de strafrechter te laten behandelen. In het huidige recht worden slechts de eenvoudige zaken bij de strafrechter behandeld; de overige zaken gaan naar de civiele rechter. Het is volgens de Raad beter als dit zo blijft.

Hoger beroep

Het uitgangspunt in de wetsvoorstellen dat zaken die bij de rechtbank door de politierechter zijn behandeld, ook in hoger beroep door 1 rechter in plaats van door 3 rechters worden behandeld, wordt door de Raad niet gesteund. Dat er meer zaken dan nu in hoger beroep enkelvoudig kunnen worden behandeld, onderschrijft de Raad. De Raad beveelt aan de rechter in hoger beroep de mogelijkheid te bieden om al voordat de behandeling van de zaak begint te beslissen dat meervoudige behandeling van een zaak nodig is. Factoren als de aard, ernst en maatschappelijke impact van een zaak, de noodzaak of behoefte aan rechtseenheid of rechtsvorming, verzoeken van procespartijen of het gegeven dat een hof de laatste feitelijke instantie is waar een onderzoek naar de feiten nog mogelijk is, zijn daarbij bepalend. De gerechtshoven zijn bezig daarvoor criteria te ontwerpen. Dat betekent dat een deel van de zaken sneller dan nu kunnen worden behandeld. De kwaliteit van de behandeling in hoger beroep staat daarbij voorop.

Uitspraken

Meest gelezen berichten