Vragen en antwoorden over voorwaardelijke invrijheidstelling

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRaad voor de rechtspraak > Nieuws > Vragen en antwoorden over voorwaardelijke invrijheidstelling
Den Haag, 03 mei 2018

Minister Dekker (voor Rechtsbescherming) kondigde eerder deze week een wetsvoorstel aan waarmee de voorwaardelijke invrijheidstelling aan banden wordt gelegd. Zo wil de minister dat gevangenen op zijn vroegst 2 jaar voor het einde van de celstraf onder voorwaarden vrij kunnen komen. Nu is dat na tweederde van de straf. De Raad voor de rechtspraak brengt binnenkort advies uit over het wetsvoorstel. Strafrechter Jan Moors beantwoordt enkele vragen over voorwaardelijke invrijheidstelling.

Voorwaardelijke invrijheidsstelling, hoe werkt dat precies?

Strafrechter Jan Moors
Strafrechter Jan Moors

‘Globaal is de situatie nu zo: In Nederland is het gebruikelijk dat iemand die is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van langer dan 1 jaar, niet die hele straf achter de tralies hoeft uit te zitten als hij zich goed gedraagt. Het Openbaar Ministerie beslist of iemand het laatste deel van de straf onder bepaalde voorwaarden buiten de gevangenis mag doorbrengen. Die voorwaarden verschillen en zijn bijvoorbeeld sterk afhankelijk van het delict waarvoor iemand veroordeeld is. Soms moet iemand zich in die periode laten behandelen voor een verslaving of krijgt iemand een locatieverbod. Vaak komt er ook enige vorm van toezicht door de reclassering.’

In het wetsvoorstel van minister Dekker staat dat strenger getoetst moet worden of gedetineerden voorwaardelijk vrij mogen komen. Ook stelt hij voor de periode van voorwaardelijke invrijheidstelling te beperken tot maximaal tot 2 jaar.

Wat vindt u van dit voorstel?

‘Als het doel is tegemoet te komen aan de verbazing van mensen als iemand eerder dan ze verwacht hadden vrijkomt uit de gevangenis, dan begrijp ik dat. Als je mij vraagt of het echt gaat bijdragen aan onze veiligheid en de vermindering van criminaliteit, dan denk ik dat niet. Onder de huidige regeling is het mogelijk om langer gecontroleerd toezicht te houden op iemands terugkeer in de samenleving, bijvoorbeeld door alcohol- en drugscontrole, meldplicht, trainingen en locatieverboden. De vraag is of na een lange gevangenisstraf een periode van 2 jaar niet te kort is. De Rechtspraak gaat nog uitgebreid adviseren over dit wetsvoorstel nadat we als strafrechters het voorstel hebben bestudeerd.’

Het wetsvoorstel heeft onder andere als doel te laten zien dat iemand die een strafbaar feit heeft gepleegd, niet zomaar eerder vrij komt. Wat vindt u van deze gedachte?

'Als rechter vind ik 2 dingen belangrijk: als ik beslis dat iemand een jarenlange celstraf verdient, diegene ook zolang achter de tralies verdwijnt, maar óók dat we er alles aan doen om na die gevangenisstraf iemand weer veilig te laten terugkeren in de samenleving zonder dat hij meteen weer in de fout gaat. Daar is begeleiding en controle voor nodig.'

Gaan rechters lagere straffen geven door de voorstelde nieuwe voorwaarden?

‘Dat zou kunnen, rechters houden er bij het opleggen van de straf rekening mee hoe lang iemand daadwerkelijk in de gevangenis zit. Dat is in de nieuwe situatie wel lastiger want de een maakt blijkbaar wel kans op voorwaardelijke invrijheidstelling en de ander niet. Hoe rechters daar in de praktijk mee omgaan zal de tijd moeten leren.’

Uitspraken

Meest gelezen berichten