Behandeling overleveringsverzoek verdachte 'Kasteelmoord'

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Amsterdam > Nieuws > Behandeling overleveringsverzoek verdachte 'Kasteelmoord'
Amsterdam, 25 maart 2015

Vrijdag 27 maart 2015 om 14.00 uur behandelt de Internationale Rechtshulpkamer van de rechtbank Amsterdam het verzoek van de Belgische autoriteiten om overlevering van een mogelijke verdachte in de zogenaamde ‘Kasteelmoord’. 

Wat is een overleveringszaak?

In 2004 kwam de Overleveringswet tot stand. Die wet maakte het mogelijk dat de overlevering tussen de justitiële autoriteiten van de Europese lidstaten van verdachten en veroordeelden via een snelle en vereenvoudige procedure kan verlopen. De behandeling van overleveringszaken is landelijk volledig belegd bij de Internationale Rechtshulpkamer (IRK) van de rechtbank Amsterdam. Met die centralisatie hoopte de wetgever destijds de doorlooptijden van overleveringszaken zo kort mogelijk te houden en de rechtseenheid te bevorderen. Het overleveringsverzoek loopt via het Openbaar Ministerie. Een Nederlandse officier van justitie legt het verzoek van de buitenlandse autoriteiten voor aan de rechtbank

​Hoe beoordeelt de rechter overleveringsverzoeken?

De speelruimte van de meervoudige kamer in IRK zaken is beperkt, de rechters kijken niet inhoudelijk naar de onderliggende strafzaak, maar onderzoeken uitsluitend of er gronden zijn tot weigering van de overlevering. Weigeringsgronden zijn bijvoorbeeld het ontbreken van een duidelijke beschrijving van het feit waarvan de opgeëiste persoon wordt verdacht of waarvoor hij is veroordeeld en het ontbreken van strafbaarheid van dat feit naar Nederlands recht. 

​Is de behandeling van overleveringsverzoeken openbaar?

IRK-zaken zijn in beginsel openbaar en kunnen door pers en publiek worden bijgewoond. De opgeëiste persoon is niet verplicht de zitting bij te wonen. 

​Wanneer volgt de uitspraak?

De termijn waarop uitspraak wordt gedaan is conform reguliere strafzaken twee weken na sluiting van het onderzoek ter zitting. 

​Is er in dit soort zaken beroep mogelijk ?

Tegen de beslissing tot overlevering in Nederland staat voor de opgeëiste persoon geen rechtsmiddel open. Daarmee is het oordeel van de rechtbank Amsterdam gelijk de finale beslissing in dit soort zaken. Achtergrond is dat destijds werd aangenomen dat het om eenvoudige zaken zou gaan en de beslistermijnen kort zijn. Wel kan de opgeëiste persoon na de uitspraak nog een kort geding tegen de Staat voeren om overlevering te voorkomen. Het OM kan de Hoge Raad verzoeken de uitspraak te toetsen (cassatie in het belang der wet), waarbij de uitkomst van de toetsing geen verandering brengt in de gevolgen van de beslissing van de rechtbank in de zaak.

Uitspraken

Meest gelezen berichten