Gedupeerden Homburg beleggers verliezen kort geding

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Amsterdam > Nieuws > Gedupeerden Homburg beleggers verliezen kort geding
Amsterdam, 11 augustus 2016

Geneba, de vennootschap die is opgericht om een doorstart van het rendabele vastgoed van het Homburg-concern veilig te stellen, hoeft aan de Vereniging van Homburg- en Geneba-gedupeerden geen inzage te geven in documenten die zouden samenhangen met de oprichting van de vennootschap. Dat heeft de kantonrechter vandaag bepaald.

De beleggers stelden dat de waarde van de aandelen na de oprichting van Geneba in 2014 daalde van 5 euro per aandeel naar 2 cent per aandeel. Om te kunnen beoordelen of er tijdens de oprichting is gefraudeerd wilden de gedupeerden via een kort geding onder andere een afschrift van de notariële akte van de overdracht van de aandelen aan de NPEX en een (in het Nederlands vertaald) afschrift van de Acte van Inbreng.

K​oersfluctuatie

Niet nodig, oordeelt de kantonrechter. Na de oprichting van de vennootschap is de rendabele vastgoedportefeuille van het in faillissement verkerende Homburg ter waarde van 152 miljoen ingebracht in Geneba. De crediteuren van het failliete Homburg konden aandelen krijgen in Geneba. Het opmaken van een acte van inbreng over de volstorting van de aandelen Geneba was toen niet nodig. Dat de waarde van het aandeel daarna sterk daalde hoeft niet te wijzen op fraude. Koersen kunnen fluctueren en de beleggers in het Homburg concern hebben in vrijheid kunnen kiezen voor aandelen in plaats van uitkering in geld. In elk geval heeft de nominale waarde van een aandeel van 2 cent geen relatie tot de (intrinsieke) waarde van de aandelen.

Bevoegd?

De vraag was nog of de behandeling van de zaak moest worden verwezen naar de (algemene) voorzieningenrechter omdat de kantonrechter als voorzieningenrechter, naast aardzaken, alleen zaken behandelt met vorderingen tot een waarde van maximaal 25.000 euro. De rechter oordeelt zichzelf bevoegd in deze zaak omdat het achterliggend belang van de op te vragen stukken onduidelijk is.

Uitspraken

Meest gelezen berichten