Rechtbank Amsterdam wil meer weten over Roemeense detentieomstandigheden

Dit is een afdruk van een pagina op Rechtspraak.nl. Kijk voor de meest actuele informatie op Rechtspraak.nl (http://www.rechtspraak.nl). Deze pagina is geprint op 01-01-1970.

Skip Navigation LinksRechtbank Amsterdam > Nieuws > Rechtbank Amsterdam wil meer weten over Roemeense detentieomstandigheden
Amsterdam, 06 april 2016

De internationale rechtshulpkamer van de rechtbank Amsterdam (IRK) wil van de Roemeense autoriteiten weten onder welke omstandigheden een (nu in Nederland verblijvende) persoon in Roemenië gedetineerd zal worden. De Roemeense autoriteiten hebben de overlevering van de man verzocht voor de tenuitvoerlegging van 13 jaar gevangenisstraf voor een levensdelict.
De rechtbank heeft vastgesteld dat er een risico bestaat op schending van de mensenrechten bij detentie in een Roemeense gevangenis. Die vaststelling is gebaseerd op uitspraken van het Europese Mensenrechtenhof (EHRM) en een rapport van het Europees Anti-Foltercomité. De IRK heeft om die reden de behandeling van een Roemeens Europees Aanhoudingsbevel (EAB) onderbroken tot 26 april 2016 – in afwachting van de beantwoording van de vragen door de Roemeense autoriteiten.

Het arrest van het Hof van Justitie van de Europese unie

Op 5 april 2016 heeft het EU Hof beslist dat, indien er een algemeen risico bestaat op schending van mensenrechten vanwege detentieomstandigheden, de overleveringsrechtsrechter moet onderzoeken of dit risico ook in het concrete geval bestaat voor de opgeëiste persoon. In lijn daarmee heeft de IRK dan ook beslist dat aanvullende gegevens moeten worden ingewonnen bij de Roemeense autoriteiten voordat op  het verzoek tot overlevering kan worden beslist. Op grond van het arrest is de Roemeense autoriteit verplicht de vragen van de IRK te beantwoorden.

Vragen van de IRK

De IRK wil onder meer weten in welke gevangenis de opgeëiste persoon na overlevering zal worden geplaatst en hoe zijn cel er uitziet: over hoeveel vierkante meter persoonlijke ruimte hij zal beschikken en is dat inclusief of exclusief sanitaire voorzieningen? Indien de persoonlijke ruimte tussen de 3 en 4 vierkante meter is, wat zijn dan de overige omstandigheden?

De officier van justitie had voor de zitting al gevraagd in welke gevangenis de opgeëiste persoon terecht zal komen en de Roemeense autoriteiten hebben geantwoord dat ze dat niet kunnen aangeven op voorhand. Dat staat volgens de rechtbank niet in de weg aan het opnieuw stellen van deze vraag, nu de uitspraak van het EU Hof op dat moment nog niet bekend was aan de Roemeense autoriteiten.

De detentie

De overleveringswet kent een verplichting tot schorsing van de overleveringsdetentie indien de beslistermijn is verstreken. Het Europese recht kent echter ook verplichtingen: de verplichting tot het stellen van prejudiciële vragen en daarnaast de verplichting om de opgeëiste persoon beschikbaar te houden voor diens overlevering. Op 8 maart 2016 heeft de IRK besloten de beantwoording van de door de Duitse rechter aan het EU Hof gestelde vragen af te wachten. Naar het oordeel van de IRK volgt daaruit dat de beslistermijn met ingang van 8 maart 2016 is opgeschort tot en met 5 april 2016 (de dag van de uitspraak van het EU Hof). De verplichting tot schorsing van de detentie is dan ook nu nog niet aan de orde.

Vragen van de internationale rechtshulpkamer van de rechtbank Amsterdam aan de Roemeense autoriteiten

Onder verwijzing naar HvJ EU 5 april 2016, C-404/15 (Pál Aranyosi) en C-659/15 PPU (Robert Căldăraru), in het bijzonder de punten 93-97, legt de rechtbank de volgende vragen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit voor:

Welke gevangenis

1. In welke gevangenis in Roemenië zal de opgeëiste persoon na overlevering, in afwachting van en tijdens het eventuele nieuwe proces alsmede tijdens de eventuele tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf, worden gedetineerd?

Detentieomstandigheden in die gevangenis

2. Hoeveel “personal space”, zoals bedoeld in de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (o.m. EHRM 10 maart 2015, nrs. 14097/12, 45135/12, 73712/12, 34001/13, 44055/13 en 64586/13, Varga e.a./Hongarije, § 74) zal de opgeëiste persoon daar in zijn cel ter beschikking staan?

3. Omvat dit aantal m2 sanitaire voorzieningen? Zo ja, hoeveel “personal space” zal de opgeëiste persoon ter beschikking staan exclusief sanitaire voorzieningen?

4. Indien aan de opgeëiste persoon, exclusief sanitaire voorzieningen, 3-4 m2 “personal space” ter beschikking zal staan, hoe is het in die gevangenis gesteld met de “other aspects of physical conditions of detention”, zoals bedoeld  in EHRM 24 juli 2012, nr. 35972/05 (Iacov Stanciu/Roemenië), § 169? De rechtbank acht het daarbij van belang dat de uitvaardigende justitiële autoriteit zich in haar antwoord op deze vraag ook uitlaat over de mogelijkheden van “purposeful activities” en “outdoors exercise”, zoals bedoeld in de Annex bij het CPT-rapport Living space per prisoner in prison establishments: CPT standards (15 december 2015, CPT/Inf (2015)44).

5. Zijn er in Roemenië nationale of internationale procedures of mechanismen ter toetsing van de detentieomstandigheden, bijvoorbeeld in verbinding met bezoeken in de gevangenissen, die het mogelijk maken de actuele stand van de daar heersende detentieomstandigheden te beoordelen?

Gelet op punt 97 van het genoemde arrest en op artikel 15, tweede lid, van het Kaderbesluit inzake het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten stelt de rechtbank de uiterste datum voor ontvangst van de antwoorden op deze vragen vast op 22 april 2016. De rechtbank merkt daarbij op dat volgens punt 97 van het genoemde arrest de uitvaardigende justitiële autoriteit zich bij de beantwoording van de vragen kan laten ondersteunen door de Centrale Autoriteit(en) van Roemenië.

Uitspraken

Meest gelezen berichten